Berichten

Cursus Duurzaam beheer, renovatie en onderhoud van woningen

Eerder al gaf de TUDelft de vierdaagse cursus Duurzaam beheer, renovatie en onderhoud van woningen voor gemeenten, corporaties en bouwbedrijven. Vanwege de grote belangstelling wordt deze dit voorjaar nog twee keer gegeven. De cursus biedt handvatten om de duurzaamheidsopgave vorm te geven, samen met andere betrokkenen zoals vastgoed- en energiebedrijven en huurders.

Circulariteit

Thema’s zijn onder meer overheidsbeleid, beleid Aedes, assetmanagement en duurzaamheid, financiering en betaalbaarheid van duurzame maatregelen, circulair materiaalgebruik, samenwerking tussen corporaties en bouwbedrijven, huurdersbetrokkenheid, en verschillende goede praktijkvoorbeelden. De thema’s worden besproken door een groot aantal deskundige sprekers. Kennisleider en sectorspecialist corporaties Thijs Kurstjens van W/E adviseurs behandelt het thema ‘Duurzaam materiaalgebruik en circulariteit’.

Programma en aanmelden

De TU-Delft/OTB (afdeling Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de faculteit Bouwkunde) organiseert deze vierdaagse cursus op 10/11 april en 22/23 mei. Het gehele programma en het aanmeldformulier is hier te vinden.

 

W/E adviseurs participeert in Platform CB’23 om circulariteit meetbaar te maken

Stichting W/E adviseurs participeert sinds kort in Platform CB’23. Dit in 2018 opgerichte Platform wil bouw-breed partijen met circulaire ambities met elkaar verbinden. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsector-brede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het initiatief daarvoor is afkomstig van Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, De Bouwcampus en NEN.

In het kader van het rijksbrede programma circulaire economie moet het grondstoffengebruik enorm teruggedrongen worden. In 2023 wil de overheid 100% circulair uitvragen. Voor de bouw betekent dit onder andere hoogwaardiger hergebruik van materialen, een andere aanpak in ontwerpen, produceren, bouwen en beheren van bouwwerken en een andere manier van samenwerken.

Stappen maken binnen vijf jaar

CB’23 staat voor: Circulair Bouwen in 2023. Het platform heeft een horizon van vijf jaar: van 2018 tot 2023.  Kort genoeg om druk op de ketel te zetten en lang genoeg om tot concrete resultaten en afspraken te komen. Het platform draagt bij aan de transitie naar een circulaire bouwsector door zich te richten op:

  • Het opbouwen en delen van kennis
  • Het inventariseren en agenderen van belemmeringen
  • Het opstellen van bouwsector brede afspraken

Actieteam ‘Meten van circulariteit’

Drie actieteams gaan hiermee aan de slag. W/E brengt daarbij haar expertise in vanuit de betrokkenheid bij de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) en de ontwikkeling van duurzaamheidstool GPR Gebouw, waarin circulariteit een belangrijk aandachtspunt is. Gekoppeld aan GPR stelt W/E ook gratis een rekentool beschikbaar, waarmee aan de hand van 5 strategieën de circulariteit van een gebouw bepaald kan worden. W/E hecht er aan dat de diverse tools een gelijke methodische onderlegger krijgen, en neemt daarom actief deel aan het Actieteam ‘Meten van circulariteit’.

Uniforme meetmethode

Om de mate van circulariteit van een materiaal, product, bouwwerk of gebied inzichtelijk te maken is een uniforme, effectieve meetmethode onmisbaar. Voorkomen moet worden dat verschillende methoden tot verschillende resultaten leiden waardoor vergelijking onmogelijk wordt en ‘cherry picking’ (met welke methode kom ik tot het gunstigste resultaat) tot de mogelijkheden gaat behoren. Gezien onder andere de lange levensduur van bouwwerken en de gefragmenteerde keten zullen vele aannamen nodig zijn om tot een beoordelingsmethodiek te komen die een zo realistisch mogelijke benadering geeft. Maar het meest van belang is om te identificeren welke indicatoren het meest relevant zijn om de relatieve prestatie van (bijv.) bouwwerk A met bouwwerk B inzichtelijk te maken.

 

Hoe meet je circulariteit? W/E ontwikkelde een methodiek

Energiebesparing en  CO2-reductie zijn al lang niet meer de enige aandachtspunten bij ‘duurzaam bouwen’. Circulariteit is ‘booming’.

Met het artikel ‘Circulariteit geen luchtfietserij maar concreet meetbaar’ besteedde het vaktijdschrift Bouwfysica enige tijd geleden aandacht aan circulair bouwen en de relatie met de bouwfysische kwaliteit. Duidelijk wordt dat het één en het ander prima samengaat.

Concrete circulariteitsstrategieën

W/E adviseurs heeft op basis van de breed gedragen definitie van circulariteit een vertaling gemaakt naar vijf concrete circulariteitsstrategieën met een daarop gebaseerde rekenmethodiek. Daarmee wordt circulariteit meetbaar gemaakt en uitgedrukt in de CPG-indicator: CirculariteitsPrestatieGebouwen. Uit diverse pilots blijkt dat de methodiek toepasbaar is voor nieuwbouw en renovatie.

Rijksvastgoedbedrijf wil versnellen

Het artikel in Bouwfysica is een coproductie van W/E adviseurs en Rijksvastgoedbedrijf (RVB).  RVB is een belangrijke opdrachtgever in de bouw en vervult een voortrekkersrol in circulariteit.  RVB is één van de initiatiefnemers van het “Platform CB’23” dat  de transitie naar circulair bouwen wil versnellen. In dat kader wordt samengewerkt met o.a. W/E adviseurs.

Bekijk hier het volledige artikel uit Bouwfysica

 

‘Gemeenten: Stap uit traditioneel denken-werkkader, vind het niet zelf uit en ga aan de slag!’

Interview met John Nederstigt en Alexander Tuinstra van Haarlemmermeer

In februari dit jaar ontving de gemeente Haarlemmermeer de Circulaire Ring 2018, de prijs voor duurzaamste gemeente van Nederland. De award werd uitgereikt door de stichting Duurzaam Bouwen Awards. Stichting W/E adviseurs, initiator van de Circulaire Ring, spreekt de ‘winnaars’ wethouder John Nederstigt en programmamanager duurzaamheid Alexander Tuinstra in het stadhuis van Haarlemmermeer. Wat heeft de Circulaire Ring de gemeente gebracht? En wat is nu eigenlijk het geheim achter het succes van Haarlemmermeer?

“Het winnen van de Circulaire Ring heeft ons waardering gebracht,” vertelt wethouder John Nederstigt. “Er zijn voldoende partijen geweest die vragen: ‘Vertel nou eens even hoe je dat doet?’ Dus wat brengt het ons? Vooral vragen. Maar ik vind het leuk dat ze worden gesteld en leuk om dat te kunnen delen. Ik zit namelijk in een vak waar eigenlijk geen concurrentie zou mogen bestaan.” Programmamanager Alexander Tuinstra: “Wij hebben in het Programma Duurzaam eigenlijk vier pijlers. Die zijn gebaseerd op energie, water, grondstoffen, maar ook op het delen van kennis en innovatie. Zoals John net zegt, onze markt is veel meer informatie delen: ‘Kijk eens wat wij doen. Leer daarvan! Ook als we een fout hebben gemaakt. Ik zou het zo niet nog een keer doen. Of juist wel!’ Na het winnen van de Circulaire Ring, weten andere gemeenten en overheden ons te vinden met vragen.”

Wordt Haarlemmermeer als voorbeeldgemeente gezien?
“Ja, maar die is wel heel erg apart”, zegt Nederstigt. “Haarlemmermeer heeft sowieso een hoge milieudruk: we hebben een luchthaven. Dus om dat thema kan je niet heen. We zijn – en hier komt ‘ie – groot. We hebben de middelen. Kleinere gemeenten, bijvoorbeeld met 25 tot 30 duizend inwoners, hebben andere budgetten. Die zijn vaak alleen al het budget kwijt aan ambtelijke ondersteuning en kunnen vaak op werkniveau weinig doen.”

Is het dan alleen een kwestie van geld of iets lukt?
“De duurzaamheidsbeweging moet wel een zetje hebben,” legt Nederstigt uit. “En een zetje geef je door sprekende voorbeelden te laten zien. Wij hebben in Haarlemmermeer bijvoorbeeld een natuur- en milieucentrum NMCX. Wij kunnen onze inwoners daarmee goed informeren. Maar voordat zo’n organisatie staat, moet je wel een soort basis hebben. Wij kunnen dat opbrengen en wij zien dat wat oplevert. NMCX heeft zo langzaam maar zeker haar verbindingen en invloed diep in de Haarlemmermeerse samenleving. Onze buren zijn op Haarlem en Amsterdam na allemaal gemeentes tussen de 20 en 30 duizend inwoners. Die hebben dus niet zo makkelijk de kans een eigen NMCX te starten. Delen is in feite een stukje samenwerken. Gemeenten die het vanuit hun budget kunnen, hebben wat mij betreft de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk te delen. Misschien wel letterlijk.”

Waarom wil de ene gemeente samenwerken maar de ander niet? Speelt de factor ‘cultuur’ mee?
“Ik denk dat je daar een heel waar punt hebt,” zegt Nederstigt. “Ik vind het niet makkelijk om te zeggen, maar er zit natuurlijk een heel hoog ‘not invented by me’- ,of ‘not invented by us’-syndroom in. Je zult daar als gemeente overheen moeten stappen.”

Het succes zit ‘m dus in het inspireren, het aanjagen, het stimuleren van mensen?
“Klopt,” bevestigt Tuinstra. ”Het zit niet specifiek op inhoud, het gaat veel meer over het aanboren, het aanzetten. En mensen het gevoel geven van ‘naar mij wordt wel geluisterd’.” Nederstigt: “In de laatste twee bestuursperioden zijn we bezig geweest met programmatisch denken in duurzaamheid. We kunnen eigenlijk pas de laatste twee, drie jaar ook met recht zeggen dat we niet alleen goede plannen hebben, maar ook goede uitkomsten laten zien. En dan ben je gewoon vijf jaar bezig met heel veel praten, roepen, het kost tijd.”

Hebben jullie nog een belangrijke boodschap naar collega-gemeenten?
“Ik heb twee boodschappen,” zegt Nederstigt. “Aan alle grote gemeentes: ga aan de slag, want je kan het. Aan alle kleinere gemeenten: sla de handen ineen, bij voorkeur bij een grote broer of zus die al wat heeft en ga het niet zelf uitvinden. Het kost dan veel minder geld en het is veel effectiever. En dat iedereen het kan, daar ben ik heilig van overtuigd. Ga aan de slag, zo breed mogelijk, maar vooral: zoek elkaar op.” “De kracht zit in de opschaling, de gezamenlijkheid.” Vult Tuinstra aan. “Just do it.”

“Stap uit het traditionele denken-werkkader,” vervolgt Nederstigt. “Want als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. En daar heb je dus op álle niveaus mensen nodig die een beetje durven. Als het in onze eigen werkboekjes zou staan, zou het allang … je zult af en toe de wet- en regelgeving echt flink moeten tarten.” “En toon lef, in het Hebreeuws met een v, dat betekent hart,” licht Tuinstra toe.“ Je hebt mensen met lef, met hart, nodig. Straks ook in de nieuwe politieke constellatie, want als je die mensen niet hebt, wordt het wel weer heel zakelijk en ga je weer kijken: wat was het oude bouwbesluit ook alweer? En daar wil je vanaf.”


Wilt uw gemeente ook kans maken op de Circulaire Ring?

Schrijf u dan vóór 10 januari 2019 in voor de Duurzaam Bouwen Awards 2019. Misschien staat uw gemeente dan in de schijnwerpers op het Duurzaam Gebouwd Congres. Lees alle informatie op www.duurzaambouwenawards.nl

www.duurzaambouwenawards.nl

 

 

Stichting W/E adviseurs en Madaster tekenen partnerovereenkomst

Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen heeft woensdag 11 april als eerste partner een overeenkomst getekend met Madaster Services. Madaster is een onafhankelijk publiek platform dat het gebruik van herbruikbare materialen bevordert. Het investeert in slimme ontwerpen die circulariteit ondersteunen en afval elimineren. Madaster is er voor particulieren, bedrijven en overheden.

Met het tekenen van de overeenkomst draagt W/E adviseurs bij aan de verdere ontwikkeling van Madaster, het kadaster voor materialen. Madaster (ontwikkeld door Madaster Services onder toezicht van de Madaster Foundation) fungeert als een online bibliotheek waarin materialen en gebouwen worden gedocumenteerd, net zoals verkaveling en grondbezit bij het kadaster. Vanuit Madaster kan iedereen een materialenpaspoort van zijn gebouw(en) laten maken.

MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)
Martijn Oostenrijk, directeur Madaster Services: “Een Madaster materialenpaspoort bevat veel informatie over de kwaliteit en de herkomst van de materialen en hun huidige locatie. Dat maakt hergebruik bij verbouwingen of terugwinnen van materialen bij demontage veel eenvoudiger. Een gebouw wordt zo een gedocumenteerde ‘opslagplaats’ voor materialen. Dankzij samenwerkingen met relevante partijen als W/E adviseurs wordt het mogelijk de gebruikers van het platform diensten en functionaliteiten aan te bieden ter versterking van hun circulaire bedrijfsmodel. Zo kunnen gebruikers via W/E adviseurs een MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) laten uitvoeren op basis van de data in Madaster. De MPG-waarde geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast en is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik.

Transitieagenda Circulaire Bouweconomie
John Mak, directeur-bestuurder stichting W/E adviseurs: “Met de MPG is een belangrijke stap gezet om de effecten van het gebruik van grondstoffen in de bouw serieus als criterium geaccepteerd te krijgen. De waarde van de MPG reikt gelukkig verder dan verplichte regelgeving. De MPG en bijbehorende Nationale MilieuDatabase (NMD) zijn ook in de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie opgenomen als bouwstenen in het streven naar een circulaire economie in 2050. En dat is een logisch bruggetje naar Madaster, een initiatief dat een wezenlijke bijdrage moet gaan leveren aan circulariteit in de gebouwde omgeving.

Over de Madaster Foundation
De Madaster Foundation is een Nederlandse non-profitstichting met ANBI-status met als doel afval te elimineren. De foundation bestaat uit vertegenwoordigers van diverse sectoren van de economie. De Madaster Foundation bevordert, beheert en stimuleert de ontwikkeling van materialenpaspoorten via het Madaster-platform voor bestaande en nieuwe gebouwen wereldwijd.

Circulair bouwen is meetbaar

Auteur: John Mak

We zien in de praktijk dat er veel over circulariteit wordt gepraat en beleidsmatig op papier gezet. Tegelijkertijd constateren we dat als het puntje bij het paaltje komt er nog verdomd weinig terecht komt van beleid. In de praktijk blijkt de sturing op duurzaamheid meestal beperkt tot de energieprestatie. Waarbij er wel steeds vaker marktinitiatieven zijn voor het recyclen van vrijkomend sloopmateriaal.

Waarom speelt circulariteit niet of nauwelijks een rol bij de aanbestedingen en gunningen voor nieuwbouw of renovatie van gebouwen? Essentieel knelpunt lijkt dat het juridisch lastig wordt gevonden omdat circulariteit moeilijk meetbaar is. Maar dat hoeft vanaf nu geen belemmering  meer te zijn.  De ‘CirculariteitsPrestatie Gebouw’ (CPG) is beschikbaar!

In mijn vorige blog pretendeerde ik dat W/E de basis voor een methodiek om circulariteit meetbaar en bespreekbaar te maken beschikbaar heeft. De DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen (DPG = MPG + EPG*)  is daarvoor één van de bouwstenen.  Aangevuld met andere beschikbare bouwstenen is de methodiek nu verder uitgewerkt tot een eerste beoordelingsmethodiek voor de circulariteit van een gebouw.

Wat is een circulair gebouw, hoe ziet de methodiek eruit?  Een toelichting.

Wanneer is een gebouw circulair?

Volgens Brundtland is een duurzame ontwikkeling  het zorgdragen voor een leefbare aarde nu en later. Een voorwaarde of subdoel is dat we uitputting voorkomen van voorraden: grondstoffen, fossiele brandstoffen, ‘schone’ lucht, water, bodem en biodiversiteit. Dit bereiken we door circulair te bouwen en te beheren: voorraden in een gesloten kringloop houden en zonder schadelijke emissies naar lucht, water en bodem.

Om circulariteit vanuit dit subdoel praktisch hanteerbaar te maken onderscheiden we 5 hoofdstrategieën (figuur 1). De methodiek is vanuit de hoofdstrategieën uitgewerkt in parameters. Met deze ordening beschikken we over een hanteerbare afbakening van een begrip dat aan vele onderwerpen raakt. Belangrijk is het onderscheid in secundaire en primaire parameters, die als beoordelingscriteria dienen. Het meten van circulariteit blijkt dan al goed mogelijk door bestaande methoden te benutten.
In het overheidsbeleid en de Bouwagenda zijn het tegengaan van de klimaatverandering en de uitputting van grondstoffen belangrijke opgaven voor de bouw. In de lichtblauwe velden in figuur 1 staan ontwikkelingen, met een relatie naar circulariteit, zoals VANG, BENG en het materialenpaspoort.

plaatje circulair bouwen is meetbaar

Figuur 1, Circulair meetbaar vanuit strategieën en substrategieën (parameters)

We willen het praktisch en eenvoudig houden. Daarom is bij de opzet van de CPG-methode zoveel mogelijk aangesloten bij beschikbare. GPR Gebouw, met naast de EPG, MPG en DPG ook een subthema circulair materiaalgebruik, is logisch uitgangspunt. GPR Gebouw heeft voor elke parameter immers al een waardering en op basis van de gebruikelijke invoer van een gebouw in GPR Gebouw is een CPG te genereren, zie figuur 2. Per substrategie wordt de input uit GPR Gebouw omgezet in een score op een schaal van 1 tot 10. De scores op de substrategieën worden onderling gewogen opgeteld tot de scores op de strategieën en levert vervolgens de CirculariteitsPrestatie Gebouw (CPG).

 

plaatje circulair is meetbaar 2

Figuur 2: Voorbeeld invulling CirculariteitsPrestatie Gebouw (CPG)

Moeilijke materie makkelijk maken

Circulariteit is een complex begrip en de methodiek oogt wellicht ook zo op het eerste gezicht. Een geruststellende gedachte is dat de toepassing zonder noemenswaardige extra inspanning mogelijk is. Als een GPR Gebouw berekening is gemaakt, zijn op 1 na alle invoerparameters bekend en beschikbaar.
In het kader van een verkennend onderzoek naar de integrale prestatie van recent gerealiseerde HBO- en universitaire gebouwen is de lijn van DPG doorgetrokken naar de CPG. De resultaten van de toepassing van de CPG-methodiek voor 4 onderwijsgebouwen staan in de tabel.

Figuur 3

Zijn we hiermee klaar?

Met de CPG-methodiek kunnen gebouwen en plannen voor nieuwbouw of renovatie op hun circulariteit worden gewaardeerd.  Ongetwijfeld is het nog niet volmaakt. Ervaringen vanuit het gebruik en verbetersuggesties verwerken we graag in een volgende versie.
En alleen meten is niet voldoende. Er is behoefte aan concrete en inspirerende voorbeelden van circulaire gebouwen. Dit kunnen gerealiseerde gebouwen zijn, en ook conceptuele gebouwbeschrijvingen. Gelukkig heeft W/E de afgelopen 20 jaar ook op dat terrein niet stilgezeten.
Wordt vervolgd!

Deze blog post verscheen 12-04-2017 op duurzaamgebouwd.nl

W/E medeondertekenaar Grondstoffenakkoord Circulaire Economie

Nederland circulair in 2050 – Grondstoffenakkoord markeert startpunt

Op 14 september is het Rijksbrede programma Circulaire Economie, getiteld ‘Nederland Circulair in 2050’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het programma geeft richting aan wat we moeten doen om zuiniger en slimmer met onze grondstoffen, producten en diensten om te gaan en zo de ambitie – Nederland circulair in 2050 – te halen. Er gebeurt al heel veel op circulair gebied, maar er is nog meer nodig en het moet en kan sneller. In deze transitie kunnen en willen veel partijen een rol spelen: bedrijven, overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en veel meer. Het zijn de organisaties en de mensen daarbinnen die het moeten doen. Het Grondstoffenakkoord markeert het startpunt om samen aan de slag te gaan. (bron: circulaireeconomienederland.nl)

W/E adviseurs medeondertekenaar

W/E is medeondertekenaar van het Grondstoffenakkoord en toont daarmee haar betrokkenheid bij de transitieagenda Bouw.

ir. John MakJohn Mak, directeur W/E adviseurs zegt hierover: “W/E richt zich de komende periode op het verder concreet meetbaar maken van de circulariteit van gebouwen. Wij zijn er vanuit onze ervaring van overtuigd dat dit een succesfactor is om circulariteit in de praktijk te laten landen. Door circulariteit van gebouwen meetbaar te maken wordt het bespreekbaar en toetsbaar. En dat laatste is een voorwaarde voor het gebruiken van circulariteit als criterium bij (EMVI-)aanbestedingen. Onze ambitie is om moeilijke materie makkelijk te maken. Wij zetten onze kennis en ervaring in om professionals in de bouw- en vastgoedwereld handelingsperspectief te bieden. In het bijzonder om milieubewust om te gaan met grondstoffen en breder, om circulair te bouwen en renoveren.”

 

Kijk voor het complete verhaal over W/E’s ambitie en inzet voor circulariteit op circulaireeconomienederland.nl/ondertekenaars/we+adviseurs

Van lineair naar circulair bouwen met GPR Gebouw 4.3

Persbericht

Utrecht, 27 mei 2016 – Circulair bouwen, dat is met de release van GPR Gebouw 4.3 een stuk eenvoudiger geworden. Het vernieuwde subthema Circulair materiaalgebruik maakt deze trend meetbaar en bespreekbaar. Ook de Energiemodule in GPR Gebouw 4.3 is geactualiseerd, met een nieuwe EPG-rekenkern inclusief het Nader Voorschrift voor bestaande woningen.

 

Circulariteit meetbaar

In de bouwwereld komt steeds meer aandacht voor de grondstoffenproblematiek en het circulaire denken. Bij circulariteit van gebouwen gaat het over de kringloopgedachte, dus het sluiten van kringlopen en daarmee het voorkomen dat we eindige grondstoffen afdanken. Dat kan op alle niveaus, van materiaal en product tot en met gebouw. En zowel voor materialen als voor energie en water door gebruik te maken van duurzame, oneindige bronnen, met de zon als meest bekende.

Het maken van kringlopen is met materialen mogelijk door grondstoffen te gebruiken die in de natuur weer aangroeien in de tijd dat ze in een gebouw als materiaal van waarde zijn. En als dat niet volledig lukt met deze hernieuwbare grondstoffen, dan kunnen we circulariteit bereiken door producten en methoden te gebruiken die ervoor zorgen dat hergebruik na beperkte bewerking in een volgende toepassing mogelijk is. Ook door de andere thema’s van GPR Gebouw loopt circulariteit als rode draad. Gebouwen zijn van oudsher al producten die lang mee moeten kunnen, en de kans dat de levensduur langer is neemt toe als die gebouwen fijn zijn voor mensen. En juist daar ligt in GPR Gebouw de nadruk op, met thema’s als Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde.

 

Nieuw subthema: Circulair materiaalgebruik

In GPR Gebouw versie 4.3 is hiervoor onder het thema Milieu een apart subthema te vinden met de volgende onderwerpen:

  • Hergebruik producten
  • Circulaire materialen (biobased of secundair)
  • Hout uit duurzaam beheerde bossen
  • Bouwmethode, afgestemd op efficiënt materiaalgebruik
  • Bouwmethode, afgestemd op meerdere cycli

 

John Mak, directeur W/E adviseurs en maker van GPR: “Het verschijnen van GPR Gebouw 4.3 is een belangrijke stap naar het eenvoudig meetbaar maken van circulariteit van gebouwen.”

 

EPG NV-rekenkern inclusief Nader Voorschrift

Met de nieuwe EPG NV-rekenkern (NEN 7120), inclusief het Nader Voorschrift voor bestaande woningen kan op de van GPR bekende snelle wijze, de energie-index (EI) van een woning of woongebouw worden berekend. Scenario’s en varianten voor energiebesparing zijn snel door te rekenen met direct inzicht in het effect op de GPR score en andere KPI’s. Ook is in beeld gebracht wat het effect van de genomen maatregelen is op de energielasten.

 

En het wordt binnenkort nog makkelijker!

De Duurzaamheidsprestatie Gebouw, afgekort DPG, voegen we toe aan het resultatenblad van GPR Gebouw. De DPG is een optelsom van de milieubelasting in één getal als gevolg van het gebouwgebonden energie- en materiaalgebruik. Door energie en materiaal in samenhang te beschouwen, is het voor de gebruiker eenvoudiger om een ontwerp op het gebied van duurzaamheid te optimaliseren. En dat zonder extra moeite, want we maken gebruik van de huidige energie- en milieuprestatieberekeningen.

 

Meer informatie

Wat is nieuw in GPR Gebouw 4.3?
Wat is de DPG?

 

– EINDE

 

Download persbericht (.pdf 363kB)

 

Contact: Johanna Quelle-Dreuning, marketing & communicatie, W/E adviseurs & GPR software

E quelle@w-e.nl

T 030 – 677 8777

M 06 – 139 215 70

 

Noot voor de redactie:

GPR software – Een heldere kijk op duurzaamheid van vastgoed en stedenbouw

GPR software meet duurzaamheidsprestaties van vastgoed en stedenbouw. W/E adviseurs ontwikkelt GPR om zichtbaar te maken hoe een gebouwde omgeving met zo hoog mogelijke kwaliteit en zo laag mogelijke milieubelasting realiseerbaar is. GPR software is gebaseerd op het TripleP concept. Met vijf heldere thema’s worden gebouwen en gebieden de maat genomen: Gezondheid en Gebruikskwaliteit (People), Energie en Milieu (Planet) en Toekomstwaarde (Profit). Kijk voor meer informatie opgprsoftware.nl.