BENG en MPG bouwen

Is BENG en MPG bouwen nog wel mogelijk?

Onderzoek 10 aug 2021
BENG en MPG bouwen

De eisen aan nieuwbouw worden steeds strenger. Naast BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt ook de Milieuprestatie-eis (MPG) aangescherpt. Is bouwen nog wel mogelijk, vragen John Mak en David Anink van W/E adviseurs zich af in een artikel voor de Nationale Milieu Database.

Is BENG en MPG bouwen nog wel mogelijk? Het antwoord is ja, dat kan, maar niet zonder nadenken. De interactie tussen energie en milieu maakt dat een focus op of alleen de energieprestatie- of alleen de milieuprestatie al snel tot een suboptimaal resultaat kan leiden. Een ontwerp- en realisatieproces met vanaf de start oog voor beide prestaties is gewenst.

Situatie BENG en MPG tot nu toe

Sinds de invoering van energieprestatienormering in het Bouwbesluit in 1995 heeft de nadruk bij duurzaam bouwen op de vierde pijler van het Bouwbesluit, Energie, gelegen. Onhaalbaar geachte eisen bleken elke keer weer haalbaar. De komende eis bleek steeds de trigger voor de markt, met nieuwe producten en energieconcepten en gebouwontwerpen.

In januari 2013 is er een eis bijgekomen, de milieuprestatie-eis (MPG). Hiermee is de vijfde pijler, Milieu, ingevuld. In eerste instantie betrof het alleen de aanlevering van een MPG-berekening bij de omgevingsvergunningsaanvraag van woon- en kantoorgebouwen. Sinds januari 2018 is er ook de maximaal toelaatbare waarde van 1,0. Deze eis bleek echter dusdanig makkelijk haalbaar dat de gebouwen eigenlijk altijd voldoen.

De druk komt op de ketel

Binnen enkele jaren heeft duurzaamheid, met de aandacht voor klimaat en circulariteit/grondstoffen, een niet te negeren positie verworven. Er staan twee relevante ontwikkelingen die nu samenkomen. Eén met betrekking tot BENG, de andere met betrekking tot MPG.

Sinds 1 januari 2021 gelden er voor het bepalen van de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen (afgekort BENG) drie eisen gelden:

  1. De maximale energiebehoefte voor verwarmen en koelen in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

Naar verwachting zal begin 2021 de MPG-eis aangescherpt worden naar 0,8. Dit onder andere omdat de MPG als belangrijk instrument wordt gezien om de circulaire bouw te stimuleren. Wat sommigen zorgen baart is dat BENG en MPG min of meer als communicerende vaten werken. Om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen worden zijn bijvoorbeeld extra isolatie, grotere installaties of meer zonnepanelen nodig, wat er toe leidt dat de MPG hoger (en dus slechter) wordt. Daar staat echter tegenover dat ‘externe levering’ van energie ook moet worden meegenomen in de MPG. Het gaat dan om het milieueffect van het materiaalgebruik voor de levering van energiedragers (gas, elektriciteit, warmte), denk dan aan de infrastructuur, leidingen en dergelijke. Een Lager energiegebruik betekent daardoor ook een lagere MPG. Desondanks kan een scherpere MPG-eis voor sommige gebouwen tot problemen gaan leiden.

Is het allemaal nog wel haalbaar?

Als bij het ontwerpen alleen rekening wordt gehouden met het behalen van de energie-eis, dan kunnen er inderdaad problemen ontstaan met de MPG-eis. Maakt men aan het eind van het ontwerpproces nog snel even de obligate MPG-berekening, dan zal die wel eens te hoog kunnen uitvallen. Even snel wat andere materialen kiezen biedt dan vaak onvoldoende soelaas. Gaat men vanaf de begin van het ontwerpproces met oog voor zowel de energie- als de milieuprestatie aan de slag, dan zullen de problemen veel minder snel ontstaan. Een integrale benadering is nodig. Energie en Milieu zijn veelal communicerende vaten, zoals de afbeelding laat zien.

BENG en MPG

Met het bovenstaande in het achterhoofd wordt bij het vaststellen van de nieuwe eisen gezocht naar de balans tussen stimulerende eisen en haalbaarheid in de praktijk. De BENG-eisen liggen inmiddels vast en voor de MPG-eis heeft Stichting Bouwkwaliteit een onderzoek laten uitvoeren door W/E adviseurs. In dit onderzoek zijn de te verwachten MPG-scores van de komende nieuwbouw van woningen en woongebouwen en kantoorgebouwen in beeld gebracht. Dit inzicht zal door het ministerie van BZK gebruikt worden bij het vaststellen van een optimale MPG-grenswaarde in het Bouwbesluit.

De basis bij dit onderzoek vormde 9 referentie woon- en kantoorgebouwen, die representatief worden geacht voor de Nederlandse nieuwbouw. Bij alle gebouwen was gasloos en het voldoen aan de toekomstige BENG-eisen (op het moment van schrijven de voorgenomen eisen van juni 2019 en volgens NTA 8800) het uitgangspunt. De bijbehorende materialisatie is gebruikt om MPG-berekeningen te maken. Een zeer goede schilisolatie is als standaard uitgangspunt aangehouden om aan de BENG 1-eis te voldoen: triple beglazing en Rc-waarde vloer/gevel/dak is respectievelijk 5/7/8 m2K/W.

Vervolgens is voor elk referentiegebouw een groot aantal varianten opgesteld. Hierbij is gevarieerd op vormfactoren (m2 BVO, de verhouding geveloppervlakte/m2 BVO en de verhouding open/dichte gevel) en materialisatie (bouwmethode, materiaalkeuze, energieconcept). Ook vele combinaties zijn bekeken. Uiteindelijk zijn ruim 1000 woningen en woongebouwen en bijna 500 kantoorgebouwen met de gevalideerde rekentool GPR Bouwbesluit doorgerekend.

Meer dan 95% van alle varianten voldoet aan huidige MPG-eis

De resultaten van de doorrekeningen zijn uitgezet in een frequentieverdeling. Deze is verbeeld in de vorm van een boxplot, waarbij bepaalde percentielwaarden als markeringspunt zijn aangehouden. De 5e-percentiel is het punt in de frequentieverdeling waarbij 5% van de gebouwvarianten een lagere MPG-score heeft en 95% een hogere. De 50e-percentieel is de mediaan (oranje streep), waarbij 50% van de gebouwvarianten een lagere score heeft en 50% een hogere.

In de figuur is te zien dat de mediaan bij woningen en woongebouwen 0.58 is, en bij kantoorgebouwen 0.81. Vergeleken met de woningen en woongebouwen zijn de MPG-scores van kantoorgebouwen over het gehele bereik ruim 0.20 hoger. Eén van de verklaringen is de kortere default gebouwlevensduur, 50 in plaats van 75 jaar. Bij vergelijking van de scores met de huidige grenswaarde 1.0 (in figuur aangeduid met de blauwe stippellijn) dan blijkt dat ook het grootste deel kantoorgebouwen aan de eis te voldoen.

Bij de gebouwvarianten, die de grenswaarde 1.0 overschrijden, blijkt sprake te zijn van een combinatie van meerdere ongunstige keuzes. Bijvoorbeeld een klein BVO, relatief veel gevel per m2 BVO (niet compact ontwerp), een niet duurzame materialisatie en warmtelevering op basis van fossiele bronnen. Er zijn dus ook meerdere optimalisatiemogelijkheden. Bij een ongunstige variatie op één of meerdere parameters, is de toename in MPG bij de andere parameters meestal voldoende te compenseren.

Conclusies: kan je BENG en MPG bouwen?

Met de MPG is de pijler Milieu in het Bouwbesluit ingevuld. Dit naast de al veel langer geoperationaliseerde pijler Energie. De huidige MPG-grenswaarde van 1.0 blijkt zonder extra aandacht haalbaar. Dit ondanks de extra bouwkundige en installatietechnische voorzieningen, die nodig zijn om te voldoen aan de komende BENG-eisen. Deze extra voorzieningen hebben veelal een ongunstige invloed op de MPG. Maar nu het Rijk het voornemen heeft om de MPG-eis aan te scherpen, om zo duurzaam en circulair bouwen te stimuleren, dreigt het lastiger te worden.

Lastiger blijkt zeker niet ‘niet haalbaar’. De negatieve invloed van één of meerdere ongunstige ontwerpkeuzen blijkt goed te compenseren met een gunstige keuze bij andere ontwerpparameters. Dit gaat echter verder dan even een ander product kiezen. Belangrijk is dat men vanaf de start van het ontwerpproces de consequenties voor de MPG in de gaten houdt om tijdig bij te kunnen sturen. Gezien de interactie met de energievoorzieningen, is hierbij een integrale benadering wenselijk.

De toenemende interactie tussen Energie en Milieu maakt duidelijk dat de pijlers in samenhang bekeken moeten worden. Het gaat bij beiden om de duurzaamheidsconsequenties van ontwerpkeuzen. Het maakt daarbij niet uit of een kg CO2veroorzaakt wordt door de keuze voor een energieconcept of een gevolg is van een materiaalkeuze. Er is voor zo’n integrale werkwijze al een methode beschikbaar, de DuurzaamheidsPrestatie Gebouw (DPG). Deze methode drukt de resultaten van de energie- en de milieuprestatieberekeningen uit in één prestatie. De DPG, ingebouwd in GPR Gebouw, maakt het voor ieder mogelijk om gericht te ontwerpen met het oog op een minimale DuurzaamheidsPrestatie.

Inmiddels wordt de DPG aangeduid met de MPG+. Dit omdat hiermee duidelijk wordt dat de systematiek naadloos aansluit bij de methode van de MPG. Bij de MPG+ wordt het berekende energiegebruik wordt meegenomen in module ‘B6 operationeel energiegebruik’. Het is ook mogelijk om eisen of ambities te formuleren met de MPG+, aanvullend op BENG en MPG. Voor Energie gelden ook aanvullende eisen in het Bouwbesluit: Eis aan Rc- en U-waarden op componentniveau, en BENG voor de totale energieprestatie. Zo kan ook de MPG+ worden gepositioneerd: Er is een vangneteis voor energie (BENG) en voor materiaal (MPG) maar leidend is vooral de integrale eis (MPG+). Op deze manier kan een integrale eis worden gesteld en kan tegelijkertijd worden voldaan aan de Europese EPBD richtlijn.

Neem contact met onze adviseurs John Mak en David Anink op voor meer informatie over BENG en de MPG.