Circulair en biobased renoveren kan de materiaalgebonden CO₂-uitstoot flink verlagen, zonder dat de kosten sterk oplopen. Dat blijkt uit praktijkonderzoek van Copper8 en Stichting W/E adviseurs naar elf woningrenovatieprojecten in de provincie Utrecht. Door traditionele materialen waar mogelijk te vervangen door circulaire en biobased alternatieven, daalt de materiaalgebonden CO₂-uitstoot gemiddeld met 35 procent. De gemiddelde meerkosten? Slechts 1,4 procent van de totale aanneemsom.
Het onderzoek is een vervolg op een eerdere studie naar de potentie van circulaire energierenovatie in Nederland. Waar dat onderzoek deels gebaseerd was op theoretische casussen, is nu gekeken naar elf concrete renovatieprojecten.
De projectpartijen leverden onder meer materiaalstaten en gegevens over het energiegebruik vóór en na renovatie aan. Daarmee is onderzocht wat de CO₂-impact van de toegepaste materialen is en hoeveel reductie mogelijk is door andere materiaalkeuzes te maken. Ook zijn de meerkosten en de CO₂-terugverdientijd in kaart gebracht.
Uit de elf onderzochte projecten blijkt dat de gebruikte bouw- en isolatiematerialen gemiddeld 65 kg CO₂ per vierkante meter uitstoten. Vooral na-isolatie van vloer en dak, het vervangen van glas, PV-panelen en warmtepompen hebben een relatief grote materiaalgebonden impact.
Door bij de renovatieactiviteiten met de grootste milieu-impact waar mogelijk te kiezen voor hergebruikte, circulaire of biobased alternatieven, kan de materiaalgebonden CO₂-uitstoot gemiddeld met 35 procent worden verminderd. Per project verschilt het potentieel: de berekende reductie varieert van 9 tot 63 procent.
Daarbij is niet alleen gekeken naar de milieu-impact, maar ook naar de technische haalbaarheid. Niet ieder traditioneel materiaal kan op dit moment eenvoudig worden vervangen door een circulair of biobased alternatief.
Een belangrijke uitkomst is dat duurzamere materiaalkeuzes financieel haalbaarder blijken dan vaak wordt gedacht. Voor de onderzochte projecten zou circulair en biobased renoveren gemiddeld 1,4 procent extra kosten op de totale aanneemsom.
Ook vanuit CO₂-perspectief pakt de circulaire variant gunstig uit. De gemiddelde CO₂-terugverdientijd bedraagt 2,4 jaar, tegenover 3,5 jaar bij renovatie met conventionele materialen. Wanneer daarnaast een eerlijke prijs voor CO₂-uitstoot wordt meegewogen, wordt de businesscase voor circulair renoveren nog gunstiger.
De resultaten laten zien dat bij woningrenovaties niet alleen de energiebesparing tijdens de gebruiksfase relevant is. Ook de materiaalgebonden CO₂-uitstoot van de renovatie zelf biedt kansen voor verdere CO₂-reductie.
Bouwwereld sprak Agnes Mewe en Jasmijn Goudsmit van W/E adviseurs en Mathijs van Kouwen van Copper8 uitgebreid over het onderzoek, de resultaten en de kansen voor circulair renoveren. Lees het volledige artikel op Bouwwereld.nl (premium artikel).