Berichten

BENG én MPG, is bouwen nog wel mogelijk

De eisen aan nieuwbouw worden steeds strenger. Naast BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt ook de Milieuprestatie-eis (MPG) aangescherpt. Is bouwen nog wel mogelijk, vragen John Mak en David Anink van W/E adviseurs zich af in een artikel voor de Nationale Milieu Database.

Het antwoord is ja, dat kan, maar niet zonder nadenken. De interactie tussen energie en milieu maakt dat een focus op of alleen de energieprestatie- of alleen de milieuprestatie al snel tot een suboptimaal resultaat kan leiden. Een ontwerp- en realisatieproces met vanaf de start oog voor beide prestaties is gewenst.

Situatie BENG en MPG tot nu toe

Sinds de invoering van energieprestatienormering in het Bouwbesluit in 1995 heeft de nadruk bij duurzaam bouwen op de vierde pijler van het Bouwbesluit, Energie, gelegen. Onhaalbaar geachte eisen bleken elke keer weer haalbaar. De komende eis bleek steeds de trigger voor de markt, met nieuwe producten en energieconcepten en gebouwontwerpen.

In januari 2013 is er een eis bijgekomen, de milieuprestatie-eis (MPG). Hiermee is de vijfde pijler, Milieu, ingevuld. In eerste instantie betrof het alleen de aanlevering van een MPG-berekening bij de omgevingsvergunningsaanvraag van woon- en kantoorgebouwen. Sinds januari 2018 is er ook de maximaal toelaatbare waarde van 1,0. Deze eis bleek echter dusdanig makkelijk haalbaar dat de gebouwen eigenlijk altijd voldoen.

De druk komt op de ketel

Binnen enkele jaren heeft duurzaamheid, met de aandacht voor klimaat en circulariteit/grondstoffen, een niet te negeren positie verworven. Er staan 2 relevante ontwikkelingen op stapel. Eén met betrekking tot BENG, de andere met betrekking tot MPG.

Vanaf 1 juli 2020 gaan er voor het bepalen van de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen (afgekort BENG) drie eisen gelden:

  1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

De invulling van de BENG-eisen is onderwerp van veel onderzoek en discussie, en moet in de loop van 2019 door het Rijk worden vastgesteld.

Naar verwachting 2021 zal de MPG-eis van 1.0 aangescherpt worden. Dit onder andere omdat de MPG als belangrijk instrument wordt gezien om de circulaire bouw te stimuleren. Wat sommigen zorgen baart is dat BENG en MPG min of meer als communicerende vaten werken. Om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen worden zijn bijvoorbeeld extra isolatie, grotere installaties of meer zonnepanelen nodig, wat er toe leidt dat de MPG hoger wordt. Maar ook als men de energie van buiten het gebouw haalt heeft dit gevolgen voor de MPG. Als bij warmtelevering gebruikt gemaakt wordt van fossiele bronnen zal dit met extra zonnepanelen gecompenseerd moeten worden om aan BENG3 te kunnen voldoen. Ook wordt bij externe levering een forfaitaire waarde per kWh elektriciteit of MJ warmte meegerekend. Bij een scherpere MPG-eis kan dit alles tot problemen gaan leiden.

Is het allemaal nog wel haalbaar?

Als bij het ontwerpen alleen rekening wordt gehouden met het behalen van de energie-eis, dan kunnen er inderdaad problemen ontstaan met de MPG-eis. Maakt men aan het eind van het ontwerpproces nog snel even de obligate MPG-berekening, dan zal die wel eens te hoog kunnen uitvallen. Even snel wat andere materialen kiezen biedt dan vaak onvoldoende soelaas. Gaat men vanaf de begin van het ontwerpproces met oog voor zowel de energie- als de milieuprestatie aan de slag, dan zullen de problemen veel minder snel ontstaan. Een integrale benadering is nodig. Energie en Milieu zijn veelal communicerende vaten, zoals de afbeelding laat zien.

Met het bovenstaande in het achterhoofd wordt bij het vaststellen van de nieuwe eisen gezocht naar de balans tussen stimulerende eisen en haalbaarheid in de praktijk. De BENG-eisen liggen inmiddels vast en voor de MPG-eis heeft Stichting Bouwkwaliteit een onderzoek laten uitvoeren door W/E adviseurs. In dit onderzoek zijn de te verwachten MPG-scores van de komende nieuwbouw van woningen en woongebouwen en kantoorgebouwen in beeld gebracht. Dit inzicht zal door het ministerie van BZK gebruikt worden bij het vaststellen van een optimale MPG-grenswaarde in het Bouwbesluit.

De basis bij dit onderzoek vormde 9 referentie woon- en kantoorgebouwen, die representatief worden geacht voor de Nederlandse nieuwbouw. Bij alle gebouwen was gasloos en het voldoen aan de toekomstige BENG-eisen (eisen juni 2019 en volgens NTA 8088) het uitgangspunt. De bijbehorende materialisatie is gebruikt om MPG-berekeningen te maken. Een zeer goede schilisolatie is als standaard uitgangspunt aangehouden om aan de BENG 1-eis te voldoen: triple beglazing en RC-waarde vloer/gevel/dak is respectievelijk 5/7/8 m2K/W.

Vervolgens is op elk referentiegebouw een groot aantal varianten opgesteld. Hierbij is gevarieerd op vormfactoren (m2 BVO, de verhouding geveloppervlakte/m2 BVO en de verhouding open/dichte gevel) en materialisatie (bouwmethode, materiaalkeuze, energieconcept). Ook vele combinaties zijn bekeken. Uiteindelijk zijn ruim 1000 woningen en woongebouwen en bijna 500 kantoorgebouwen met het gevalideerde rekentool GPR Bouwbesluit doorgerekend.

Meer dan 95% van alle varianten voldoet aan huidige MPG-eis


De resultaten van de doorrekeningen zijn uitgezet in een frequentieverdeling. Deze is verbeeld in de vorm van een boxplot, waarbij bepaalde percentielwaarden als markeringspunt zijn aangehouden. De 5e-percentiel is het punt in de frequentieverdeling waarbij 5% van de gebouwvarianten een lagere MPG-score heeft en 95% een hogere. De 50e-percentieel is de mediaan (oranje streep), waarbij 50% van de gebouwvarianten een lagere score heeft en 50% een hogere.

In de figuur is te zien dat de mediaan bij woningen en woongebouwen 0.58 is, en bij kantoorgebouwen 0.81. Vergeleken met de woningen en woongebouwen zijn de MPG-scores van kantoorgebouwen over het gehele bereik ruim 0.20 hoger. Eén van de verklaringen is de kortere default gebouwlevensduur, 50 in plaats van 75 jaar. Bij vergelijking van de scores met de huidige grenswaarde 1.0 (in figuur aangeduid met de blauwe stippellijn) dan blijkt dat ook het grootste deel kantoorgebouwen aan de eis te voldoen.

Bij de gebouwvarianten, die de grenswaarde 1.0 overschrijden, blijkt sprake te zijn van een combinatie van meerdere ongunstige keuzes. Bijvoorbeeld een klein BVO, relatief veel gevel per m2 BVO (niet compact ontwerp), een niet duurzame materialisatie en warmtelevering op basis van fossiele bronnen. Er zijn dus ook meerdere optimalisatiemogelijkheden. Bij een ongunstige variatie op één of meerdere parameters, is de toename in MPG bij de andere parameters meestal voldoende te compenseren.

MPG-scores van alle woningen, woongebouwen en kantoren.

Conclusies

Met de MPG is de pijler Milieu in het Bouwbesluit ingevuld. Dit naast de al veel langer geoperationaliseerde pijler Energie. De huidige MPG-grenswaarde van 1.0 blijkt zonder extra aandacht haalbaar. Die situatie gaat veranderen doordat extra bouwkundige en installatietechnische voorzieningen nodig zijn om te voldoen aan de komende BENG-eisen. Deze extra voorzieningen hebben veelal een ongunstige invloed op de MPG. Daarnaast heeft het Rijk het voornemen om de MPG-eis aan te scherpen, om zo duurzaam en circulair bouwen te stimuleren.

Gelukkig blijken MPG-scores (ruim) onder 1.0 ook onder het nieuwe BENG-regiem goed haalbaar. De negatieve invloed van één of meerdere ongunstige ontwerpkeuzen blijkt goed te compenseren met een gunstige keuze bij andere ontwerpparameters. Dit gaat echter verder dan even een ander product kiezen. Belangrijk is dat men vanaf de start van het ontwerpproces de consequenties voor de MPG in de gaten houdt om tijdig bij te kunnen sturen. Gezien de interactie met de energievoorzieningen, is hierbij een integrale benadering wenselijk.

De toenemende interactie tussen Energie en Milieu maakt duidelijk dat de pijlers in samenhang bekeken moeten worden. Het gaat bij beiden om de duurzaamheidsconsequenties van ontwerpkeuzen. Het maakt daarbij niet uit of een kg CO2veroorzaakt wordt door de keuze voor een energieconcept of een gevolg is van een materiaalkeuze. Er is voor zo’n integrale werkwijze al een methode beschikbaar, de DuurzaamheidsPrestatie Gebouw (DPG). Deze methode drukt de resultaten van de energie- en de milieuprestatieberekeningen uit in één prestatie. De DPG, ingebouwd in GPR Gebouw, maakt het voor ieder mogelijk om gericht te ontwerpen met het oog op een minimale DuurzaamheidsPrestatie.

Meer informatie over MPG en BENG

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen  met senioradviseurs John Mak en David Anink van W/E adviseurs.

Dit artikel verscheen ook bij de Nationale Milieudatabase.

Bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor circulariteit

Op 25 november vindt in Zwolle de bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor Circulariteit plaats, georganiseerd door Stichting Circulair Bouwen. Dit is een praktisch congres voor opdrachtgevers, overheden en bedrijven die nu écht met circulariteit aan de slag willen gaan. Na afloop bent u wegwijs in de wereld van circulaire tools en meetmodellen.

De urgentie is groot, de ambities zijn hoog en toch worden er nog weinig circulaire projecten in de bouw en gww gerealiseerd. Een belangrijke reden hiervoor is, dat veel opdrachtgevers, overheden en bedrijven geen eenduidig beeld hebben van wat circulair bouwen inhoudt, hoe ambities zijn te vertalen naar kwantitatieve en meetbare prestatie-eisen en hoe je gemaakte keuzes kunt verantwoorden. Dit is van groot belang voor opdrachtgevers bij de uitvraag en aanbesteding van projecten, maar een eenduidige bepaling van circulariteit is ook wenselijk voor bouwbedrijven die zich met circulaire producten en diensten willen onderscheiden.

Inmiddels is hierover meer helderheid ontstaan nu Platform CB’23 er onlangs in is geslaagd een methodiek te ontwikkelen die circulariteit praktisch meetbaar maakt. Deze methodiek biedt houvast en fungeert als onderlegger bij de op uiteenlopende doelgroepen en toepassingen toegesneden tools. Zo wordt de uniformiteit van de meetresultaten geborgd. Ook al is deze methodiek nog steeds in ontwikkeling, de basis ligt er en hierover bestaat brede consensus. U kunt er nú mee aan de slag.

W/E adviseurs over circulaire tools

Tijdens de bijeenkomst wordt u meegenomen in het proces hoe deze methodiek tot stand is gekomen, welke keuzes er aan ten grondslag liggen, tot welke onderdelen dit heeft geleid en hoe deze zich verhoudt tot de vele reeds bestaande tools (LCA, MPG, etc.).

Eén van de sprekers is senior adviseur David Anink van W/E adviseurs, expert op het gebied van milieuprestatie van gebouwen en ontwikkelaar van duurzame en circulaire tools.

Tenslotte geven we voorbeelden van toepassingen in de praktijk. We bieden ruime gelegenheid voor dialoog en het bespreken van uw eigen vragen en cases.

Informatie

Datum: 25 november 2019. Ontvangst: 13.30 – 14.00 uur.
Locatie: Provinciehuis Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE Zwolle.
Aanmelden en meer informatie: info@circulairbouwen.org. De toegang is gratis.
Organisatie: Stichting Circulair Bouwen in samenwerking met diverse experts.

W/E adviseurs trots op bijdrage maatregelen circulair bouwen

De circulariteit in de gebouwde omgeving krijgt vorm. Dit blijkt uit de brief die minister Ollongren (BZK) afgelopen week naar de Kamer stuurde. W/E adviseurs is trots op haar bijdrage in wat er nu ligt en wat er gaat komen. W/E ziet dit als een mooi resultaat van de in 40 jaar opgebouwde expertise op het terrein van duurzaam bouwen.

Circulair bouwen is een van de onderdelen van het uitvoeringsprogramma Circulaire economie 2019-2023 (UPCE), schrijft Ollongren in haar Kamerbrief. Doel is te komen tot een volledige circulaire economie in de bouw in 2050. In de brief worden de voornemens op de drie hoofdlijnen van het circulair bouwen beleid van het ministerie van BZK geschetst:

Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Uniforme rekenmethode

Een belangrijke actie is de ontwikkeling van een uniforme methode voor het bepalen van de circulariteit van gebouwen.

David Anink van W/E heeft via zijn deelname aan het Actieteam ‘Meten van circulariteit’ van het Platform CB’23 inhoudelijk bijgedragen aan die uniforme meetmethode. Hij was daarbij één van de bepleiters van de MPG (Milieuprestatie Gebouwen) als meetinstrument voor circulariteit. Zo wordt gestimuleerd dat er met één, gedragen methode wordt gewerkt.

Om de MPG ook voor circulariteit te kunnen gebruiken is er een aanpassing van het MPG-systeem nodig. Daarvoor is de eerste stap intussen gezet.  W/E was hierbij betrokken en heeft zich onder andere ingezet voor de mogelijkheid om losmaakbaar toegepaste producten beter te kunnen waarderen. Bovendien start W/E dit najaar met een studie naar een manier om in de MPG meer recht te kunnen doen aan de circulaire strategie van levensduurverlenging.

ir. David Anink

Strengere MPG-eis

De tweede hoofdlijn in het beleid is aanscherping van de milieuprestatie-eis. Dit wordt alom als noodzakelijke trigger gezien om de MPG en daarmee circulariteit een serieuze plek te geven. BZK heeft een halvering van de MPG in 2030 als stip op de horizon genoemd, met daarbij een geleidelijke aanscherping te beginnen op 1 januari 2021.

In dit traject heeft W/E zowel de verkennende studie naar de haalbaarheid van MPG:0.5 in 2030 als de studie als basis voor de aanscherping 2021 uitgevoerd. Bij de laatste heeft W/E de MPG-niveaus van de komende nieuwbouw in beeld gebracht. Dit door 1200 gebouwen door te rekenen, waarbij het voldoen aan BENG en gasloos het uitgangspunt was. Gezien de steeds duidelijker blijkende interactie tussen energiemaatregelen en de milieuprestatie zijn in dit onderzoek ook  de opties voor een integrale benadering verkend.

Uitbreiding toepassingsgebied

De milieupresatie-eis moet breder toegepast worden, blijkt uit de derde hoofdlijn uit de brief van Ollongren. De minister wil de milieuprestatie-eis ook gaan gebruiken voor andere gebruiksfuncties dan wonen en kantoor. Daarnaast moet de methode geschikt worden om ook bij verbouw en transformatie op de milieuprestatie, en daarmee circulariteit, te kunnen sturen. W/E start binnenkort met een onderzoek, dat een breedgedragen aanpak moet opleveren.

Kortom, W/E helpt op meerdere fronten mee aan het landelijke circulair bouwen beleid. Natuurlijk benutten we deze expertise ook in de rechtstreekse contacten met markten. Via onze adviezen en door de kennis zo snel mogelijk in te bouwen in ons GPR-instrumentarium, zoals GPR Gebouw en de Circulariteitsprestatie gebouw (CPG).

Meer informatie

De Kamerbrief van minister Ollongren vindt u hier.

De rapporten waarnaar verwezen is in dit bericht vindt u op de pagina downloads van W/E:

  • Lexicon Circulair Bouwen van CB’23 vindt u hier.
  • Eindrapport Denktank MPG vindt u hier.
  • Eindrapport Onderzoek aanscherping MPG eis vindt u hier.

Wilt u meer weten? Neem contact op met senior adviseur David Anink.

 

 

Aan de slag met circulaire woningbouw

‘De MPG wordt één van de belangrijkste tools om te sturen op duurzaamheid’. Dat stelde Bas van de Griendt van Stratego Advies op 17 september tijdens de ZEN Platformbijeenkomst van het LenteAkkoord (Zeer Energiezuinige Nieuwbouw).

Tijdens deze bijeenkomst werd de brochure ‘Aan de slag met circulaire woningbouw’ ten doop gehouden. Aan deze brochure vol inzichten, praktijkvoorbeelden en praktische handvatten is meegewerkt door David Anink van W/E adviseurs.

Het eerste exemplaar werd uitgereikt door Helen Visser van Bouwend Nederland aan Esther ’t Hoen, projectleider circulaire bouweconomie directie Bouwen van het ministerie van BZK.

De MPG prestatie-eisen zijn in 2030 twee keer zo scherp als nu. En de verwachting is dat BZK in 2020 een beslissing neemt over het verplicht stellen van een materialenpaspoort. Dat levert ook een gelijk speelveld op, aldus Van De Griendt.

Andere manier van werken

Circulair bouwen vraagt ook om een andere manier van werken in de bouwketen. Nu ga je van Voorontwerp tot uitvoering, maar als je de uitvoerende partijen betrekt bij het meedenken van hergebruik kan het weleens zo zijn dat de beschikbaarheid van bepaalde materialen leidt tot een aanpassing van het ontwerp.

Dat liet ook Martijn Seegers van HEEMwonen zien in een presentatie. In Kerkrade, midden in het Limburgse krimpgebied, staan hoogbouwflats leeg. Materalen van een van de flats wordt hergebruikt voor de bouw van 3 experimentele en 15 reguliere woningen.

Urban mining

Michel Baars (New Horizon) hield een gloedvol betoog voor ‘urban mining’. Hij vertelde hoe hij beton weer terugbrengt naar zand, grind en cement en een oude steenfabriek heeft gekocht om oude bakstenen te gebruiken als grondstof voor nieuwe bakstenen. Afval is grondstof, maar het maakt eigenlijk niet uit wáár in de cirkel je als bedrijf begint met circulariteit, aldus Baars. Dat kan bijvoorbeeld ook demontabel bouwen zijn.

Net als Baars vond ook Noor Huitema van Copper8 dat circulariteit niet alleen om technische oplossingen gaat. Belangrijk is innovatie van het systeem. Gemeenten, corporaties en andere organisaties die uitvragen, kunnen hier grote stappen in zetten.

Niet alles hoeft in één keer circulair

Terug naar de brochure  ‘Aan de slag met circulaire woningbouw’. Daarin worden diverse stappen beschreven die je als elke gemeente, corporatie, projectontwikkelaar of architect kunt nemen. Een belangrijke tip daarin is ook: ga niet inééns voor 100 procent circulair. Kies een subthema en ga daarmee aan de slag. Bij een volgend project kun je dan weer een extra speerpunt kiezen.

Meer informatie

  • Download de brochure hier via de website van LenteAkkoord.
  • Meer informatie naar aanleiding van dit artikel bij David Anink, senioradviseur bij W/E.

 

Veranderingen in de MPG

Per 1 juli 2019 zijn er veranderingen in de MPG. Het gaat om de nieuwe ‘Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken van 1 januari 2019’, inclusief een geherstructureerde Nationale Milieudatabase (NMD 3.0). Gelijktijdig vervalt de correctiefactor van 0,4.

W/E adviseurs is de maker van GPR software. Met deze gevalideerde software kunt u milieuprestatie berekeningen maken.

Wij zorgen ervoor dat u onze GPR software ook na de regelwijziging kunt blijven gebruiken voor het maken van een milieuprestatieberekening voor onder meer vergunningaanvragen. Vanwege externe factoren kunnen wij onze software nog niet laten valideren. Zodra dit mogelijk is, berichte wij over de releasedatum.

Advies

In de tussenliggende periode kunt u het advies op de website Milieudatabase.nl van SBK  volgen: ‘Totdat de instrumenten door ons zijn gevalideerd, kan formeel na 1 juli nog niet met de vigerende methode worden gerekend. De uitkomsten van de berekeningen met NMD 2.3 en NMD 3.0 zijn echter nagenoeg gelijk, zodat bij het Bevoegd Gezag een beroep kan worden gedaan op gelijkwaardigheid. Mocht dat tot problemen leiden, dan kunt u contact opnemen met de NMD organisatie.

Mocht u naar aanleiding van dit bericht meer informatie willen hebben, bel dan met de GPR servicedesk op nummer 030 – 677 87 60.

W/E adviseurs participeert in Platform CB’23 om circulariteit meetbaar te maken

Stichting W/E adviseurs participeert sinds kort in Platform CB’23. Dit in 2018 opgerichte Platform wil bouw-breed partijen met circulaire ambities met elkaar verbinden. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsector-brede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het initiatief daarvoor is afkomstig van Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, De Bouwcampus en NEN.

In het kader van het rijksbrede programma circulaire economie moet het grondstoffengebruik enorm teruggedrongen worden. In 2023 wil de overheid 100% circulair uitvragen. Voor de bouw betekent dit onder andere hoogwaardiger hergebruik van materialen, een andere aanpak in ontwerpen, produceren, bouwen en beheren van bouwwerken en een andere manier van samenwerken.

Stappen maken binnen vijf jaar

CB’23 staat voor: Circulair Bouwen in 2023. Het platform heeft een horizon van vijf jaar: van 2018 tot 2023.  Kort genoeg om druk op de ketel te zetten en lang genoeg om tot concrete resultaten en afspraken te komen. Het platform draagt bij aan de transitie naar een circulaire bouwsector door zich te richten op:

  • Het opbouwen en delen van kennis
  • Het inventariseren en agenderen van belemmeringen
  • Het opstellen van bouwsector brede afspraken

Actieteam ‘Meten van circulariteit’

Drie actieteams gaan hiermee aan de slag. W/E brengt daarbij haar expertise in vanuit de betrokkenheid bij de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) en de ontwikkeling van duurzaamheidstool GPR Gebouw, waarin circulariteit een belangrijk aandachtspunt is. Gekoppeld aan GPR stelt W/E ook gratis een rekentool beschikbaar, waarmee aan de hand van 5 strategieën de circulariteit van een gebouw bepaald kan worden. W/E hecht er aan dat de diverse tools een gelijke methodische onderlegger krijgen, en neemt daarom actief deel aan het Actieteam ‘Meten van circulariteit’.

Uniforme meetmethode

Om de mate van circulariteit van een materiaal, product, bouwwerk of gebied inzichtelijk te maken is een uniforme, effectieve meetmethode onmisbaar. Voorkomen moet worden dat verschillende methoden tot verschillende resultaten leiden waardoor vergelijking onmogelijk wordt en ‘cherry picking’ (met welke methode kom ik tot het gunstigste resultaat) tot de mogelijkheden gaat behoren. Gezien onder andere de lange levensduur van bouwwerken en de gefragmenteerde keten zullen vele aannamen nodig zijn om tot een beoordelingsmethodiek te komen die een zo realistisch mogelijke benadering geeft. Maar het meest van belang is om te identificeren welke indicatoren het meest relevant zijn om de relatieve prestatie van (bijv.) bouwwerk A met bouwwerk B inzichtelijk te maken.

 

Nieuwe beoordelingsrichtlijn voor de MPG

Goed nieuws voor indieners van MPG-berekeningen: er is nu een nieuwe Beoordelingsrichtlijn. De BRL ‘MPG: vaststellen van de milieuprestatie van gebouwen’ is op donderdag 13 december gepresenteerd tijdens het symposium ‘Succesvol werken met de MPG’ van KIWA.

Houvast bij berekening

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moet er een correcte milieuprestatieberekening aangeleverd worden. Veel ingediende berekeningen blijken nu niet aan de eisen te voldoen. En het is jammer wanneer daardoor de berekening, en daarmee mogelijk de vergunning, afgewezen zou worden. De nieuwe beoordelingsrichtlijn (BRL K11005) van KIWA geeft u houvast. W/E adviseurs werkte mee aan de totstandkoming van deze richtlijn. Deze is vanaf nu beschikbaar.

De duurzaamheidsindicator MPG is een belangrijke katalysator in het transitieproces naar een duurzame, circulaire bouwcultuur. Wico Ankersmit van Vereniging Bouw- en Woningtoezicht was optimistisch gestemd over de toekomst van de Milieuprestatie Gebouwen. De MPG is er sinds 2013, en sinds dit jaar is er een prestatie-eis aan gekoppeld. Jos Verlinden (team circulaire bouweconomie bij het ministerie van BZK) gaf aan dat de rijksoverheid  start met de volgende fase van het Rijksbrede programma circulaire economie, namelijk de implementatie in de praktijk.  Daarnaast is het nodig dat er onder opdrachtgevers en bouwers meer draagvlak ontstaat voor duurzaam bouwen. ‘Het zou een intrinsieke wens moeten zijn’.

Spanningsveld tussen EPC en MPG ?

Dirk Breedveld van Stichting Bouwkwaliteit (SBK) constateert dat verduurzaming ook een toename van materiaalgebruik met zich meebrengt. ‘De EPC gaat over energie in de gebruiksfase, en de MPG om de milieubelasting van materialen in gebouwen. Om energiezuiniger te worden heb je steeds meer materialen nodig. Denk aan zonnepanelen of warmtepompen. Je moet dus op alle vlakken scherp zijn’.

De eerder door W/E adviseurs ontwikkelde DPG (DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen) anticipeert op deze behoefte. Deze DPG op haar beurt  is onderdeel van de recent ontwikkelde en in de praktijk ingezette CPG (CirculariteitsPrestatie Gebouwen).

Toets-klare berekeningen

Ruud van Vliet , senior adviseur van stichting W/E adviseurs, ging in op de vraag wat er nodig is voor een milieuprestatieberekening die de toets bij de omgevingsvergunning verantwoord en soepel doorstaat. Van Vliet schetste het MPG-systeem, inclusief de nationale milieudatabase en hij ging in op gevalideerde rekentools en de informatie die nodig zijn voor de berekening.

Download de beoordelingsrichtlijn

De beoordelingsrichtlijn is binnenkort te vinden op de website van KIWA. Een handige checklist is te  downloaden vanaf de website van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht.

MPG-checklist voor gemeenten beschikbaar

Vanaf 1 januari 2018 geldt er een norm voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG). De norm zegt iets over de milieubelasting die een gebouw veroorzaakt door de gebruikte materialen. Deze is gebaseerd op de kosten die zijn gemoeid met het oplossen van de milieuschade. Dit zijn de zogenaamde schaduwkosten.

De huidige norm is 1€/m2/jaar. Gemeenten moeten de naleving van de MPG toetsen in de Omgevingsvergunning en hierop toezicht houden tijdens de bouw. Om deze taken te ondersteunen heeft Stichting W/E adviseurs op verzoek van BWT Nederland een checklist ontwikkeld.

De checklist biedt toetsers en toezichthouders in de bouw handvatten om op efficiënte wijze hun taken uit te voeren. Het controleren van de MPG-berekening vergt veel tijd, maar de verschillen in scores van de gekozen materialen zijn over het algemeen beperkt. Behalve wanneer een aanvrager fouten maakt bij het invullen van basisgegevens kunnen grote afwijkingen ontstaan. De MPG-checklist gaat uitgebreid in op dergelijke aspecten en geeft tips hoe een gemeente of omgevingsdienst een controle slim kan aanpakken. De MPG is een eerste stap om vanuit een wettelijk kader de milieubelasting door gebouwen te verlagen. De verwachting is dat de normstelling op termijn strenger wordt. Ook zal de waarde van de MPG toenemen wanneer meer fabrikanten hun gegevens in de Nationale Milieudatabase hebben opgenomen.

Voor nu is het verstandig als gemeenten de kansen, die de MPG-norm biedt, pragmatisch aanpakken. Dus niet sec als juridisch instrument, maar al bij de start van een initiatief aandacht vragen voor milieubelasting door materialen. Dat zorgt ervoor dat opdrachtgevers zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid. En ze weten zo hoe zij de MPG moeten meenemen in hun planontwikkeling. Op die manier helpen we bij het vergroten van het bewustzijn over dit aspect in de hele bouwketen.

De MPG-checklist is te vinden op de website van BWT-Nederland: https://www.bwtinfo.nl/dossiers/Milieuprestatie+MPG

Lees ook:

> MPG-norm controleren complex en tijdrovend? W/E ontwikkelt MPG Checklist toezichthouders bouw

MPG-norm controleren complex en tijdrovend? W/E ontwikkelt MPG Checklist toezichthouders bouw

Vereniging BWT Nederland heeft W/E adviseurs gevraagd een MPG Checklist te ontwikkelen. Een instrument dat toezichthouders in de bouw (BWT’ers) helpt de milieuprestatie sneller, beter en  makkelijker te kunnen checken. De MPG Checklist wordt komende zomer geïntroduceerd en via de website van de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland (BWT Nederland) beschikbaar gesteld. Projectleider en senior adviseur gemeenten bij W/E adviseurs, Ruud van Vliet, geeft een toelichting op de MPG Checklist.

Gemeenten controleren bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en tijdens het toezicht op de bouwplaats in eerste instantie vooral de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Aandacht voor energieaspecten is over het algemeen heel beperkt. De capaciteit ontbreekt en de kennis is vaak onvoldoende aanwezig om goede controles uit te voeren. En nu komt daar ook nog eens de MPG-norm bij: de milieuprestatie van een gebouw. Ook hiervoor hebben veel gemeenten niet voldoende tijd en knowhow om de milieuprestatie van woningen en kantoorgebouwen adequaat te bepalen.

Stichting W/E adviseurs ontwikkelt daarom de MPG Checklist samen met Vereniging BWT Nederland. Projectleider Ruud van Vliet: “Dat doen we in nauwe samenwerking met ambtenaren van BWT bij verschillende gemeenten. We vragen BWT’ers de eerste versie van het instrument uitgebreid te testen en ons feedback te geven over wat zij van de checklist vinden, zodat we het instrument zo kunnen maken dat het voor hen van toegevoegde waarde is. De checklist moet heel simpel zijn, makkelijk in het gebruik en hooguit 2 A4’tjes lang. We moeten het niet over alle details hebben, maar alleen over de zaken die belangrijk zijn. In de MPG Checklist beschrijven we wat de belangrijkste onderdelen zijn waarnaar gekeken moet worden, welke producten de grootste impact hebben op de score, wat de meest voorkomende fouten zijn en waar je extra informatiebronnen kunt vinden. We richten ons daarbij op de zogenaamde ‘grote vissen’. Dus op aspecten die de grootste impact hebben op de totaalscore.”

Bewustwording vergroten

Sinds 1 januari 2018 moet nieuwbouw van woningen en kantoorgebouwen voldoen aan de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). Projectontwikkelaars moeten bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een berekening meesturen die aan de nieuwe MPG-norm moet voldoen. “De milieuprestatie heeft te maken met de grondstoffenproblematiek en de effecten van het gebruik van grondstoffen”, aldus Van Vliet. “Dat we in deze lineaire economie alles zo maar afdanken, daar moeten we vanaf. De MPG is een middel dat helpt om daar vanuit regelgeving sturing aan te geven.” De grondstoffenproblematiek is heel groot. Naast de nationale doelstelling om in 2050 CO₂-neutraal te zijn, wil de rijksoverheid in hetzelfde jaar geheel circulair zijn. Dat betekent dat de bouwketen moet transformeren naar een gesloten kringloop. Dit wordt door beleid gestimuleerd en daarvoor is er nu ook een wettelijk instrument: de MPG. Dit instrument stuurt op de milieuprestatie van een gebouw, stuurt op het reduceren van de milieubelasting in de bouw en stimuleert het hergebruik van materialen.

“We hebben zo’n twintig jaar moeten wachten op dit instrument. Met de introductie van het Bouwbesluit was er al een leeg hoofdstuk ingeruimd voor het thema milieu. Dat is nu eindelijk ingevuld met de MPG. Hij is nog niet perfect en vraagt verdere ontwikkeling. Maar we kunnen ermee werken. De MPG op zich lost echter het grondstof en probleem niet op, maar deze helpt het bewustzijn in de bouwketen wel te vergroten. Toetsing vindt altijd pas plaats aan het eind van het bouwproces. Maar onderweg moet al aandacht zijn voor dit onderwerp”, vindt Van Vliet.

Capaciteitsprobleem

“Met de introductie van de MPG hebben gemeenten geen uren erbij gekregen voor extra capaciteit om de milieuprestatie ook te kunnen controleren en handhaven”, vertelt Van Vliet. “We weten dat bij bijna de helft van de gemeenten de EPG niet goed wordt gecontroleerd. De MPG dreigt helemaal als ‘een moetje’ te worden gezien. Gemeenten ervaren de MPG in veel gevallen als een extra complicatie in hun werk, omdat ze er te weinig kennis van hebben en over te weinig capaciteit beschikken deze te controleren. Laat staan te handhaven. De MPG heeft ook niet de hoogste prioriteit, vooral doordat er grote druk vanuit de politiek wordt uitgeoefend om maar flink te produceren.”

MPG projectmatig aanvliegen

De beschreven dilemma’s zijn reëel en toegegeven: gemeenten komen capaciteit te kort, zegt Van Vliet. De W/E adviseur heeft de afgelopen maanden diverse MPG-cursussen in het land gegeven aan gemeenten en omgevingsdiensten. “Bij elke cursus vertel ik deelnemers dat ze niet elke aanvraag op alle details moet checken. Dat is zeer complex en nogal tijdrovend. En niet realistisch. Er komen bij gemeenten veel aanvragen binnen, van relatief simpele aanbouwtjes tot grotere projecten met meerdere woningen. Kies daarom per jaar één of twee grotere MPG-projecten waarbij je echt serieus wilt gaan controleren. Kondig dat aan in de bouwwereld, zodat ook daar mensen gaan inzien dat de betreffende gemeente de MPG-norm serieus neemt. Want als een gemeente dat niet doet, dan besteedt de projectontwikkelaar er al helemaal geen aandacht aan. Dan rekenen ze alles toe naar het resultaat en in de praktijk van de EPG zie je ook al dat nog niet de helft van de gebouwen voldoet aan de minimale wettelijke norm.”

Als je er een project van maakt, laat je volgens Van Vliet de buitenwereld zien: ‘Wij nemen de MPG serieus, we gaan daarop checken en we doen dat steekproefsgewijs. Jij kunt aan de beurt komen. Als het niet in orde is, gaan we handhaven.’ Hij vervolgt: “De MPG is een wettelijk middel. Dus je staat als gemeente in je recht om te zeggen: ‘Het klopt niet, je krijgt geen vergunning’. Of: ‘Je moet de bouw stilleggen’. Dit betekent dat je als opdrachtgever een probleem hebt, vanwege vertraging en kostenverhoging.”

Via deze projectmatige benadering kunnen gemeenten ervaring met de MPG opdoen, door eerst te oefenen, licht Van Vliet toe. “Nog een tip: Wanneer je één of twee grotere MPG-projecten opneemt in je werkplan bepaal dan hoeveel uren je reserveert om de MPG te controleren. Je checkt al op veiligheid, brandveiligheid, constructie, installatietechnieken, die informatie moet je ook kunnen terugvinden in de MPG.”

Lagere kwaliteit

“Een BWT’er zit altijd aan het eind van het ontwerpproces en ik vind dat de waardevolle kennis en inzichten die zij hebben ook aan het begin van een traject moet worden benut. Zij kunnen initiatiefnemers attent maken op valkuilen in een realisatietraject. Die valkuilen leiden vaak tot hoge faalkosten en die kun je voor een groot deel voorkomen, mits je weet waarop je moet letten. Opdrachtgevers die denken dat adviseurs en ontwerpers het allemaal voor hen oplossen, zijn dan vaak in de aap gelogeerd. Het gebouw dat wordt opgeleverd, voldoet dan vaak niet aan de gebruikswensen en de opdrachtgever is vaak jaren bezig een installatie goed ingeregeld te krijgen. Dit speelt vooral bij utiliteitsgebouwen. Maar ook bij woningen gaat vaak veel mis door slechte communicatie en onvoldoende aandacht bij de uitvoerende partijen voor het eindresultaat. Gevolg: de minimumeisen van het Bouwbesluit worden vaak niet gehaald en de gebruiker krijgt te maken met hogere kosten dan bedacht.”

BWT’ers weten wat er op de bouwplaats allemaal misgaat. Weten hoe er soms door uitvoerenden concessies worden gedaan aan de afgesproken kwaliteit, soms uit puur praktische redenen, tijdsdruk of een tekort aan producten. “Maar daardoor krijg je een lagere kwaliteit dan aanvankelijk is besteld. Opdrachtgevers moeten beseffen dat zij tijdens dit proces risico lopen en dat zij daar zelf een verantwoordelijkheid in hebben. Zij zijn degenen die opdracht geven en iets hebben besteld. Opdrachtgevers moeten die kwaliteit in eerste instantie dus zelf organiseren. Zij zien dit als een kostenpost. Ik zie het als kostenbesparing.”

Dilemma’s

De MPG-norm controleren levert ook een aantal dilemma’s op. Hoe ga je daar als BWT’er mee om? Van Vliet: “De bouwvergunning wordt aangevraagd na het definitief ontwerp (DO). Na de DO-fase krijg je een technisch ontwerp (TO) en een bestek. Daarin worden nog allerlei keuzes gemaakt. Wat er in het DO staat, is dus niet wat er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Hier zie je een ander dilemma ontstaan. Je kunt wel toetsen en constateren dat aan de norm wordt voldaan, maar in de praktijk ziet het er anders uit doordat er bijvoorbeeld andere installaties worden gebruikt. Dan moet je bij de handhaving kijken of de afwijkingen uiteindelijk leiden tot een overschrijding van de MPG-norm. Wat als een afwijking niet leidt tot een overschrijding van de norm? Moet je dan iemand houden aan wat hij in de vergunningaanvraag heeft geschreven, of mag je iemand toestaan dat hij een alternatief heeft gekozen voor wat er in de vergunningaanvraag staat? Als de norm niet wordt overschreden, heb je ook geen juridische grond om te handhaven. Maar laat in het geval men afwijkt in ieder geval een nieuwe MPG-berekening maken. Dan kun je snel constateren of het bouwwerk voldoet of niet.”

Verschenen in themanummer ‘Milieu’ van het vakblad ‘Bouwkwaliteit in de praktijk’ – Tekst: Arno Hagemans, W/E adviseurs

Stichting W/E adviseurs en Madaster tekenen partnerovereenkomst

Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen heeft woensdag 11 april als eerste partner een overeenkomst getekend met Madaster Services. Madaster is een onafhankelijk publiek platform dat het gebruik van herbruikbare materialen bevordert. Het investeert in slimme ontwerpen die circulariteit ondersteunen en afval elimineren. Madaster is er voor particulieren, bedrijven en overheden.

Met het tekenen van de overeenkomst draagt W/E adviseurs bij aan de verdere ontwikkeling van Madaster, het kadaster voor materialen. Madaster (ontwikkeld door Madaster Services onder toezicht van de Madaster Foundation) fungeert als een online bibliotheek waarin materialen en gebouwen worden gedocumenteerd, net zoals verkaveling en grondbezit bij het kadaster. Vanuit Madaster kan iedereen een materialenpaspoort van zijn gebouw(en) laten maken.

MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)
Martijn Oostenrijk, directeur Madaster Services: “Een Madaster materialenpaspoort bevat veel informatie over de kwaliteit en de herkomst van de materialen en hun huidige locatie. Dat maakt hergebruik bij verbouwingen of terugwinnen van materialen bij demontage veel eenvoudiger. Een gebouw wordt zo een gedocumenteerde ‘opslagplaats’ voor materialen. Dankzij samenwerkingen met relevante partijen als W/E adviseurs wordt het mogelijk de gebruikers van het platform diensten en functionaliteiten aan te bieden ter versterking van hun circulaire bedrijfsmodel. Zo kunnen gebruikers via W/E adviseurs een MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) laten uitvoeren op basis van de data in Madaster. De MPG-waarde geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast en is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik.

Transitieagenda Circulaire Bouweconomie
John Mak, directeur-bestuurder stichting W/E adviseurs: “Met de MPG is een belangrijke stap gezet om de effecten van het gebruik van grondstoffen in de bouw serieus als criterium geaccepteerd te krijgen. De waarde van de MPG reikt gelukkig verder dan verplichte regelgeving. De MPG en bijbehorende Nationale MilieuDatabase (NMD) zijn ook in de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie opgenomen als bouwstenen in het streven naar een circulaire economie in 2050. En dat is een logisch bruggetje naar Madaster, een initiatief dat een wezenlijke bijdrage moet gaan leveren aan circulariteit in de gebouwde omgeving.

Over de Madaster Foundation
De Madaster Foundation is een Nederlandse non-profitstichting met ANBI-status met als doel afval te elimineren. De foundation bestaat uit vertegenwoordigers van diverse sectoren van de economie. De Madaster Foundation bevordert, beheert en stimuleert de ontwikkeling van materialenpaspoorten via het Madaster-platform voor bestaande en nieuwe gebouwen wereldwijd.