MPG-norm controleren complex en tijdrovend? W/E ontwikkelt MPG Checklist toezichthouders bouw

Vereniging BWT Nederland heeft W/E adviseurs gevraagd een MPG Checklist te ontwikkelen. Een instrument dat toezichthouders in de bouw (BWT’ers) helpt de milieuprestatie sneller, beter en  makkelijker te kunnen checken. De MPG Checklist wordt komende zomer geïntroduceerd en via de website van de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland (BWT Nederland) beschikbaar gesteld. Projectleider en senior adviseur gemeenten bij W/E adviseurs, Ruud van Vliet, geeft een toelichting op de MPG Checklist.

Gemeenten controleren bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en tijdens het toezicht op de bouwplaats in eerste instantie vooral de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Aandacht voor energieaspecten is over het algemeen heel beperkt. De capaciteit ontbreekt en de kennis is vaak onvoldoende aanwezig om goede controles uit te voeren. En nu komt daar ook nog eens de MPG-norm bij: de milieuprestatie van een gebouw. Ook hiervoor hebben veel gemeenten niet voldoende tijd en knowhow om de milieuprestatie van woningen en kantoorgebouwen adequaat te bepalen.

Stichting W/E adviseurs ontwikkelt daarom de MPG Checklist samen met Vereniging BWT Nederland. Projectleider Ruud van Vliet: “Dat doen we in nauwe samenwerking met ambtenaren van BWT bij verschillende gemeenten. We vragen BWT’ers de eerste versie van het instrument uitgebreid te testen en ons feedback te geven over wat zij van de checklist vinden, zodat we het instrument zo kunnen maken dat het voor hen van toegevoegde waarde is. De checklist moet heel simpel zijn, makkelijk in het gebruik en hooguit 2 A4’tjes lang. We moeten het niet over alle details hebben, maar alleen over de zaken die belangrijk zijn. In de MPG Checklist beschrijven we wat de belangrijkste onderdelen zijn waarnaar gekeken moet worden, welke producten de grootste impact hebben op de score, wat de meest voorkomende fouten zijn en waar je extra informatiebronnen kunt vinden. We richten ons daarbij op de zogenaamde ‘grote vissen’. Dus op aspecten die de grootste impact hebben op de totaalscore.”

Bewustwording vergroten

Sinds 1 januari 2018 moet nieuwbouw van woningen en kantoorgebouwen voldoen aan de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). Projectontwikkelaars moeten bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een berekening meesturen die aan de nieuwe MPG-norm moet voldoen. “De milieuprestatie heeft te maken met de grondstoffenproblematiek en de effecten van het gebruik van grondstoffen”, aldus Van Vliet. “Dat we in deze lineaire economie alles zo maar afdanken, daar moeten we vanaf. De MPG is een middel dat helpt om daar vanuit regelgeving sturing aan te geven.” De grondstoffenproblematiek is heel groot. Naast de nationale doelstelling om in 2050 CO₂-neutraal te zijn, wil de rijksoverheid in hetzelfde jaar geheel circulair zijn. Dat betekent dat de bouwketen moet transformeren naar een gesloten kringloop. Dit wordt door beleid gestimuleerd en daarvoor is er nu ook een wettelijk instrument: de MPG. Dit instrument stuurt op de milieuprestatie van een gebouw, stuurt op het reduceren van de milieubelasting in de bouw en stimuleert het hergebruik van materialen.

“We hebben zo’n twintig jaar moeten wachten op dit instrument. Met de introductie van het Bouwbesluit was er al een leeg hoofdstuk ingeruimd voor het thema milieu. Dat is nu eindelijk ingevuld met de MPG. Hij is nog niet perfect en vraagt verdere ontwikkeling. Maar we kunnen ermee werken. De MPG op zich lost echter het grondstof en probleem niet op, maar deze helpt het bewustzijn in de bouwketen wel te vergroten. Toetsing vindt altijd pas plaats aan het eind van het bouwproces. Maar onderweg moet al aandacht zijn voor dit onderwerp”, vindt Van Vliet.

Capaciteitsprobleem

“Met de introductie van de MPG hebben gemeenten geen uren erbij gekregen voor extra capaciteit om de milieuprestatie ook te kunnen controleren en handhaven”, vertelt Van Vliet. “We weten dat bij bijna de helft van de gemeenten de EPG niet goed wordt gecontroleerd. De MPG dreigt helemaal als ‘een moetje’ te worden gezien. Gemeenten ervaren de MPG in veel gevallen als een extra complicatie in hun werk, omdat ze er te weinig kennis van hebben en over te weinig capaciteit beschikken deze te controleren. Laat staan te handhaven. De MPG heeft ook niet de hoogste prioriteit, vooral doordat er grote druk vanuit de politiek wordt uitgeoefend om maar flink te produceren.”

MPG projectmatig aanvliegen

De beschreven dilemma’s zijn reëel en toegegeven: gemeenten komen capaciteit te kort, zegt Van Vliet. De W/E adviseur heeft de afgelopen maanden diverse MPG-cursussen in het land gegeven aan gemeenten en omgevingsdiensten. “Bij elke cursus vertel ik deelnemers dat ze niet elke aanvraag op alle details moet checken. Dat is zeer complex en nogal tijdrovend. En niet realistisch. Er komen bij gemeenten veel aanvragen binnen, van relatief simpele aanbouwtjes tot grotere projecten met meerdere woningen. Kies daarom per jaar één of twee grotere MPG-projecten waarbij je echt serieus wilt gaan controleren. Kondig dat aan in de bouwwereld, zodat ook daar mensen gaan inzien dat de betreffende gemeente de MPG-norm serieus neemt. Want als een gemeente dat niet doet, dan besteedt de projectontwikkelaar er al helemaal geen aandacht aan. Dan rekenen ze alles toe naar het resultaat en in de praktijk van de EPG zie je ook al dat nog niet de helft van de gebouwen voldoet aan de minimale wettelijke norm.”

Als je er een project van maakt, laat je volgens Van Vliet de buitenwereld zien: ‘Wij nemen de MPG serieus, we gaan daarop checken en we doen dat steekproefsgewijs. Jij kunt aan de beurt komen. Als het niet in orde is, gaan we handhaven.’ Hij vervolgt: “De MPG is een wettelijk middel. Dus je staat als gemeente in je recht om te zeggen: ‘Het klopt niet, je krijgt geen vergunning’. Of: ‘Je moet de bouw stilleggen’. Dit betekent dat je als opdrachtgever een probleem hebt, vanwege vertraging en kostenverhoging.”

Via deze projectmatige benadering kunnen gemeenten ervaring met de MPG opdoen, door eerst te oefenen, licht Van Vliet toe. “Nog een tip: Wanneer je één of twee grotere MPG-projecten opneemt in je werkplan bepaal dan hoeveel uren je reserveert om de MPG te controleren. Je checkt al op veiligheid, brandveiligheid, constructie, installatietechnieken, die informatie moet je ook kunnen terugvinden in de MPG.”

Lagere kwaliteit

“Een BWT’er zit altijd aan het eind van het ontwerpproces en ik vind dat de waardevolle kennis en inzichten die zij hebben ook aan het begin van een traject moet worden benut. Zij kunnen initiatiefnemers attent maken op valkuilen in een realisatietraject. Die valkuilen leiden vaak tot hoge faalkosten en die kun je voor een groot deel voorkomen, mits je weet waarop je moet letten. Opdrachtgevers die denken dat adviseurs en ontwerpers het allemaal voor hen oplossen, zijn dan vaak in de aap gelogeerd. Het gebouw dat wordt opgeleverd, voldoet dan vaak niet aan de gebruikswensen en de opdrachtgever is vaak jaren bezig een installatie goed ingeregeld te krijgen. Dit speelt vooral bij utiliteitsgebouwen. Maar ook bij woningen gaat vaak veel mis door slechte communicatie en onvoldoende aandacht bij de uitvoerende partijen voor het eindresultaat. Gevolg: de minimumeisen van het Bouwbesluit worden vaak niet gehaald en de gebruiker krijgt te maken met hogere kosten dan bedacht.”

BWT’ers weten wat er op de bouwplaats allemaal misgaat. Weten hoe er soms door uitvoerenden concessies worden gedaan aan de afgesproken kwaliteit, soms uit puur praktische redenen, tijdsdruk of een tekort aan producten. “Maar daardoor krijg je een lagere kwaliteit dan aanvankelijk is besteld. Opdrachtgevers moeten beseffen dat zij tijdens dit proces risico lopen en dat zij daar zelf een verantwoordelijkheid in hebben. Zij zijn degenen die opdracht geven en iets hebben besteld. Opdrachtgevers moeten die kwaliteit in eerste instantie dus zelf organiseren. Zij zien dit als een kostenpost. Ik zie het als kostenbesparing.”

Dilemma’s

De MPG-norm controleren levert ook een aantal dilemma’s op. Hoe ga je daar als BWT’er mee om? Van Vliet: “De bouwvergunning wordt aangevraagd na het definitief ontwerp (DO). Na de DO-fase krijg je een technisch ontwerp (TO) en een bestek. Daarin worden nog allerlei keuzes gemaakt. Wat er in het DO staat, is dus niet wat er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Hier zie je een ander dilemma ontstaan. Je kunt wel toetsen en constateren dat aan de norm wordt voldaan, maar in de praktijk ziet het er anders uit doordat er bijvoorbeeld andere installaties worden gebruikt. Dan moet je bij de handhaving kijken of de afwijkingen uiteindelijk leiden tot een overschrijding van de MPG-norm. Wat als een afwijking niet leidt tot een overschrijding van de norm? Moet je dan iemand houden aan wat hij in de vergunningaanvraag heeft geschreven, of mag je iemand toestaan dat hij een alternatief heeft gekozen voor wat er in de vergunningaanvraag staat? Als de norm niet wordt overschreden, heb je ook geen juridische grond om te handhaven. Maar laat in het geval men afwijkt in ieder geval een nieuwe MPG-berekening maken. Dan kun je snel constateren of het bouwwerk voldoet of niet.”

Verschenen in themanummer ‘Milieu’ van het vakblad ‘Bouwkwaliteit in de praktijk’ – Tekst: Arno Hagemans, W/E adviseurs