Twee inzendingen W/E Adviseurs geselecteerd voor Retrofit Europe

Voor de internationale conferentie over duurzaam bouwen Retrofit Europe zijn twee inzendingen van stichting W/E adviseurs geselecteerd: ‘Local Roadmaps Encourage Zero-Carbon Social Housing’ en ‘Circular Building Potential within the Energy Transition. A Case study’. De conferentie vindt plaats van 5 tot en met 7 november 2018 in de TU in Eindhoven.

De SBE Conference-serie wordt beschouwd als de vooraanstaande internationale conferentie over duurzaam bouwen, gepromoot door de internationale organisaties IISBE, CIB, UNEP-SBCI en FIDIC. De SBE19 NL-conferentietitel is ‘Retrofit Europe’ en het hoofdthema gaat over: ‘Retrofitting van 250 miljoen woningen naar 0-energieprestatiehuizen in Europa’.

De conferentie duurt twee dagen en op dag drie zijn er veldexcursies. De conferentie begint en eindigt met ronde tafeldebatten over ‘Hoe 250 miljoen huizen netto nul-energie te krijgen, binnen CO2-budgetten beschikbaar onder het 2 graden scenario’.

In de plenaire vergadering deelnemers met elkaar in gesprek en meer leren over verschillende retrofitconcepten en -toepassingen in verschillende klimaatzones. Oplossingen worden in detail onderzocht, met een keuze aan break-outsessies, workshopsessies (bijvoorbeeld het delen van EU-onderzoeksresultaten, ervaringen uit de sector, van projectervaringen, enzovoorts). En ‘op locatie’ parallelle sessies over praktische implementatieproblemen (dat wil zeggen met focus op retrofit met prefab-panelen, industriële productie en sociale acceptatie). Er zijn ook sessies over nieuwe onderzoeksvoorstellen en innovatiepilots, op zoek naar partners.

Meer informatie

https://www.retrofit-europe-2018.nl/home

‘Gemeenten: Stap uit traditioneel denken-werkkader, vind het niet zelf uit en ga aan de slag!’

Interview met John Nederstigt en Alexander Tuinstra van Haarlemmermeer

In februari dit jaar ontving de gemeente Haarlemmermeer de Circulaire Ring 2018, de prijs voor duurzaamste gemeente van Nederland. De award werd uitgereikt door de stichting Duurzaam Bouwen Awards. Stichting W/E adviseurs, initiator van de Circulaire Ring, spreekt de ‘winnaars’ wethouder John Nederstigt en programmamanager duurzaamheid Alexander Tuinstra in het stadhuis van Haarlemmermeer. Wat heeft de Circulaire Ring de gemeente gebracht? En wat is nu eigenlijk het geheim achter het succes van Haarlemmermeer?

“Het winnen van de Circulaire Ring heeft ons waardering gebracht,” vertelt wethouder John Nederstigt. “Er zijn voldoende partijen geweest die vragen: ‘Vertel nou eens even hoe je dat doet?’ Dus wat brengt het ons? Vooral vragen. Maar ik vind het leuk dat ze worden gesteld en leuk om dat te kunnen delen. Ik zit namelijk in een vak waar eigenlijk geen concurrentie zou mogen bestaan.” Programmamanager Alexander Tuinstra: “Wij hebben in het Programma Duurzaam eigenlijk vier pijlers. Die zijn gebaseerd op energie, water, grondstoffen, maar ook op het delen van kennis en innovatie. Zoals John net zegt, onze markt is veel meer informatie delen: ‘Kijk eens wat wij doen. Leer daarvan! Ook als we een fout hebben gemaakt. Ik zou het zo niet nog een keer doen. Of juist wel!’ Na het winnen van de Circulaire Ring, weten andere gemeenten en overheden ons te vinden met vragen.”

Wordt Haarlemmermeer als voorbeeldgemeente gezien?
“Ja, maar die is wel heel erg apart”, zegt Nederstigt. “Haarlemmermeer heeft sowieso een hoge milieudruk: we hebben een luchthaven. Dus om dat thema kan je niet heen. We zijn – en hier komt ‘ie – groot. We hebben de middelen. Kleinere gemeenten, bijvoorbeeld met 25 tot 30 duizend inwoners, hebben andere budgetten. Die zijn vaak alleen al het budget kwijt aan ambtelijke ondersteuning en kunnen vaak op werkniveau weinig doen.”

Is het dan alleen een kwestie van geld of iets lukt?
“De duurzaamheidsbeweging moet wel een zetje hebben,” legt Nederstigt uit. “En een zetje geef je door sprekende voorbeelden te laten zien. Wij hebben in Haarlemmermeer bijvoorbeeld een natuur- en milieucentrum NMCX. Wij kunnen onze inwoners daarmee goed informeren. Maar voordat zo’n organisatie staat, moet je wel een soort basis hebben. Wij kunnen dat opbrengen en wij zien dat wat oplevert. NMCX heeft zo langzaam maar zeker haar verbindingen en invloed diep in de Haarlemmermeerse samenleving. Onze buren zijn op Haarlem en Amsterdam na allemaal gemeentes tussen de 20 en 30 duizend inwoners. Die hebben dus niet zo makkelijk de kans een eigen NMCX te starten. Delen is in feite een stukje samenwerken. Gemeenten die het vanuit hun budget kunnen, hebben wat mij betreft de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk te delen. Misschien wel letterlijk.”

Waarom wil de ene gemeente samenwerken maar de ander niet? Speelt de factor ‘cultuur’ mee?
“Ik denk dat je daar een heel waar punt hebt,” zegt Nederstigt. “Ik vind het niet makkelijk om te zeggen, maar er zit natuurlijk een heel hoog ‘not invented by me’- ,of ‘not invented by us’-syndroom in. Je zult daar als gemeente overheen moeten stappen.”

Het succes zit ‘m dus in het inspireren, het aanjagen, het stimuleren van mensen?
“Klopt,” bevestigt Tuinstra. ”Het zit niet specifiek op inhoud, het gaat veel meer over het aanboren, het aanzetten. En mensen het gevoel geven van ‘naar mij wordt wel geluisterd’.” Nederstigt: “In de laatste twee bestuursperioden zijn we bezig geweest met programmatisch denken in duurzaamheid. We kunnen eigenlijk pas de laatste twee, drie jaar ook met recht zeggen dat we niet alleen goede plannen hebben, maar ook goede uitkomsten laten zien. En dan ben je gewoon vijf jaar bezig met heel veel praten, roepen, het kost tijd.”

Hebben jullie nog een belangrijke boodschap naar collega-gemeenten?
“Ik heb twee boodschappen,” zegt Nederstigt. “Aan alle grote gemeentes: ga aan de slag, want je kan het. Aan alle kleinere gemeenten: sla de handen ineen, bij voorkeur bij een grote broer of zus die al wat heeft en ga het niet zelf uitvinden. Het kost dan veel minder geld en het is veel effectiever. En dat iedereen het kan, daar ben ik heilig van overtuigd. Ga aan de slag, zo breed mogelijk, maar vooral: zoek elkaar op.” “De kracht zit in de opschaling, de gezamenlijkheid.” Vult Tuinstra aan. “Just do it.”

“Stap uit het traditionele denken-werkkader,” vervolgt Nederstigt. “Want als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. En daar heb je dus op álle niveaus mensen nodig die een beetje durven. Als het in onze eigen werkboekjes zou staan, zou het allang … je zult af en toe de wet- en regelgeving echt flink moeten tarten.” “En toon lef, in het Hebreeuws met een v, dat betekent hart,” licht Tuinstra toe.“ Je hebt mensen met lef, met hart, nodig. Straks ook in de nieuwe politieke constellatie, want als je die mensen niet hebt, wordt het wel weer heel zakelijk en ga je weer kijken: wat was het oude bouwbesluit ook alweer? En daar wil je vanaf.”


Wilt uw gemeente ook kans maken op de Circulaire Ring?

Schrijf u dan vóór 10 januari 2019 in voor de Duurzaam Bouwen Awards 2019. Misschien staat uw gemeente dan in de schijnwerpers op het Duurzaam Gebouwd Congres. Lees alle informatie op www.duurzaambouwenawards.nl

www.duurzaambouwenawards.nl

 

 

Wereldwijde duurzaamheidsstandaard GRESB erkent GPR Certificaten volwaardig

Vastgoedorganisaties met GPR Gebouw Certificaten van hun gebouwen krijgen vanaf nu de volledige punten in GRESB: de internationale benchmark die vastgoedfondsen beoordeelt op hun duurzaamheid. De wereldwijde duurzaamheidsstandaard GRESB erkent het GPR Gebouw Certificaat nu volwaardig, met full points.

Vastgoedorganisaties kunnen met een GPR Gebouw Certificaat aantonen dat een gebouw of ontwerp is getoetst op kwaliteit en duurzaamheid door een GPR Gebouw Expert of Assessor. Certificeren met GPR Gebouw is een manier om snel, eenvoudig en officieel aan te tonen hoe duurzaam een gebouw of ontwerp is door verantwoording af te leggen over de behaalde GPR Gebouw-resultaten.

Met GPR Gebouw wordt de duurzaamheid getoetst aan de hand van de 5 thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. GPR Gebouw is een breed gedragen duurzaamheidsmethode die algemeen erkend en gewaardeerd is, onder andere door de Rijksoverheid voor MIA-financieringsvoordeel. Het keurmerk is van Nederlandse afkomst en sluit daardoor goed aan op Nederlandse bouwpraktijk. Bovendien zijn de kosten van een GPR Gebouw Certificaat relatief laag.

Meer informatie

Meer informatie vindt u op www.gprsoftware.nl

CO2-routekaarten startpunt energietransitie Heusden

W/E adviseurs heeft voor de gemeente Heusden de CO2-routekaart uitgewerkt voor de gemeentelijke gebouwen. De afdeling Vastgoed van de gemeente werkt aan een uitvoeringsplan voor de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen. Om tot een goede onderbouwing te komen van deze plannen heeft W/E op basis van de beschikbare informatie voor alle verschillende functies een doorrekening gemaakt. Daarmee weet de gemeente exact welke ingrepen, waar en wanneer CO2 reduceren.

De huidige kwaliteit is in kaart gebracht. Vervolgens is gerekend aan 2 scenario’s:

  • een kortetermijnscenario: 15% energiebesparing in 4 jaar
  • een langetermijnscenario: CO2-neutraal in 2050.

Voor de scenario’s zijn business-cases uitgewerkt waarin de maatregelen zijn vertaald naar financiële gevolgen. De analyses laten zien dat de doelstelling van 15% CO2-besparing in 2021 relatief gemakkelijk kan worden gehaald. De doorrekening van de ambitie voor CO2-neutraal laat iets interessants zien: wanneer dit doel al in 2030 kan worden gerealiseerd, zijn de totale opbrengsten in 2050 fors hoger dan het scenario waarbij het doel pas in 2050 wordt behaald. Dit is uiteraard te verklaren uit het feit dat er een langere periode is waarin voordeel wordt genoten uit de investeringen. Het vergt echter een forse extra inspanning in kortere tijd. De capaciteit dient dan wel te worden uitgebreid zodat per jaar 3 gebouwen worden aangepakt.

Op basis van de routekaart werkt de gemeente nu aan definitieve uitvoeringsplannen en besluitvorming daarover.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de CO2-routekaarten voor gemeenten? Neem contact op met Ruud van Vliet, senior-adviseur gemeenten, 06 – 224 779 34, vliet@w-e.nl.

> Lees ook: Special routekaarten CO2-neutraal

MPG-checklist voor gemeenten beschikbaar

Vanaf 1 januari 2018 geldt er een norm voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG). De norm zegt iets over de milieubelasting die een gebouw veroorzaakt door de gebruikte materialen. Deze is gebaseerd op de kosten die zijn gemoeid met het oplossen van de milieuschade. Dit zijn de zogenaamde schaduwkosten.

De huidige norm is 1€/m2/jaar. Gemeenten moeten de naleving van de MPG toetsen in de Omgevingsvergunning en hierop toezicht houden tijdens de bouw. Om deze taken te ondersteunen heeft Stichting W/E adviseurs op verzoek van BWT Nederland een checklist ontwikkeld.

De checklist biedt toetsers en toezichthouders in de bouw handvatten om op efficiënte wijze hun taken uit te voeren. Het controleren van de MPG-berekening vergt veel tijd, maar de verschillen in scores van de gekozen materialen zijn over het algemeen beperkt. Behalve wanneer een aanvrager fouten maakt bij het invullen van basisgegevens kunnen grote afwijkingen ontstaan. De MPG-checklist gaat uitgebreid in op dergelijke aspecten en geeft tips hoe een gemeente of omgevingsdienst een controle slim kan aanpakken. De MPG is een eerste stap om vanuit een wettelijk kader de milieubelasting door gebouwen te verlagen. De verwachting is dat de normstelling op termijn strenger wordt. Ook zal de waarde van de MPG toenemen wanneer meer fabrikanten hun gegevens in de Nationale Milieudatabase hebben opgenomen.

Voor nu is het verstandig als gemeenten de kansen, die de MPG-norm biedt, pragmatisch aanpakken. Dus niet sec als juridisch instrument, maar al bij de start van een initiatief aandacht vragen voor milieubelasting door materialen. Dat zorgt ervoor dat opdrachtgevers zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid. En ze weten zo hoe zij de MPG moeten meenemen in hun planontwikkeling. Op die manier helpen we bij het vergroten van het bewustzijn over dit aspect in de hele bouwketen.

De MPG-checklist is te vinden op de website van BWT-Nederland: https://www.bwtinfo.nl/dossiers/Milieuprestatie+MPG

Lees ook:

> MPG-norm controleren complex en tijdrovend? W/E ontwikkelt MPG Checklist toezichthouders bouw

Special routekaarten CO2-neutraal

gasmeters

Een brede coalitie van Nederlandse partijen ontwikkelde onlangs een aanpak die corporaties, gemeenten en huurders ondersteunt bij het verduurzamen van de woningvoorraad. En wat blijkt? De Lokale Routekaarten naar een CO2-neutrale woningvoorraad bieden de betrokken spelers een goed overzicht en inzicht in hun verduurzamingsopgave. De routekaarten blijken zelfs belemmeringen weg te nemen en vertrouwen te bieden om over te gaan tot actie. Zo past de gemeente Breda de Lokale Routekaart toe in nauwe samenwerking met corporaties en huurders. Ook woningcorporatie de Alliantie is met de Lokale Routekaart aan de slag gegaan: ‘We weten nu exact welke ingrepen, waar en wanneer CO2 reduceren’, aldus manager Fred Jak.

Woningcorporatie de Alliantie heeft ambities om in 2050 CO2-neutraal te zijn en heeft de Routekaart CO2-neutraal 2050 van Aedes met ‘eindbeelden’ ingeleverd. Hoe nu hiermee aan de slag? Een forse uitdaging, waarbij W/E adviseurs ondersteunde om dit stapsgewijs en gedetailleerd samen met de Alliantie verder uit te werken.

Fred Jak, Manager Programma, de Alliantie

Fred Jak, manager Programma, de Alliantie

Daartoe heeft de Alliantie de hele huidige woningvoorraad (circa 50.000 VHE) gestructureerd in beeld gebracht, inclusief de verwachte mutaties als sloop en nieuwbouw tot 2050. In nauwe samenwerking met afdelingen Vastgoedonderhoud en Asset Management heeft zij op maat gesneden scenario’s vastgesteld, deze op hun energetische waarde beoordeeld en tot op directie- en bestuursniveau gedeeld en gedragen.

Uitgangspunt was dat met voorgenomen beleid het doel haalbaar is, met stapsgewijze, ‘realistische’ maatregelen. Dat is nu onderbouwd en gerichte inzichten voor principevraagstukken en voor het handelen op korte termijn zijn vastgesteld.

Fred Jak, manager Programma van de Alliantie: “Het traject heeft ons inzicht gegeven in een langetermijnstrategie naar een energieneutrale voorraad in 2050. En het heeft ons handvatten geboden om dit programma op korte termijn – de komende vijf jaar – te starten. We weten nu exact welke ingrepen, waar en wanneer CO2 reduceren.”

Breda: ‘We hebben de juiste inzichten in (on)mogelijkheden en in de weg vooruit’

In Breda hebben gemeente, corporaties (Alwel, WonenBreburg, Laurentius) en de koepel van huurdersverenigingen GHK samen de Lokale Routekaart ingezet om de route naar een ‘CO2-neutraal Breda in 2044’ inzichtelijk te krijgen, passend binnen de opgave om te groeien naar aardgasvrije (fossielvrije) wijken. De scope omvat de gehele Bredase woningvoorraad: sociale, particuliere verhuur én particulier eigendom. De gemeente gaf daarbij sturing aan de niet-sociale woningvoorraad. De inhoud van deze plannen wordt in de zomer van 2018 vertaald naar nieuwe Alliantie-afspraken voor de periode 2019 tot en met 2022.

Kim Wijnen

Kim Wijnen, adviseur Strategie WonenBreburg

Betrokken partijen kregen allereerst een exact beeld van de CO2-uitstoot op dit moment en in achterliggende jaren; mede gebaseerd op werkelijke meterstanden en een gedetailleerde weergave van de voorraad. Met de samen gekozen scenario’s hebben zij nu inzicht in de prognose tot 2030 en in de opgave voor de gemeente Breda tot aan 2044, evenals in de landelijke doelstelling in 2050. Op basis daarvan hebben zij tussendoelen besproken.

Uitkomsten zijn op gemeentelijk niveau beschouwd, en bieden ingrediënten voor alle partijen bij hun eigen keuzen. Zo leveren de scenario’s input voor investeringsprogramma’s van de corporaties voor portfolioberekeningen (bijvoorbeeld WALS). Naast het sterke, lokale draagvlak en de vergaande ambities – is het bijzonder dat de voortgang van de afspraken wordt gemonitord. Dat gebeurt op basis van werkelijke verbruiken en de daaraan direct gekoppelde emissies.

“Met de Lokale Routekaart kunnen we ons strategisch voorraadbeleid herijken. Sturing op CO2, in plaats van energielabels leidt tot andere ingrepen met meer effect”,  aldus Kim Wijnen, adviseur Strategie bij WonenBreburg. Paul Paree, senior adviseur Milieu, van de gemeente Breda vult aan: “Via de routekaart en intensieve samenwerking met de corporaties laten we zien hoe een CO2-neutrale woningvoorraad in 2044 mogelijk wordt. De transitiescenario’s laten zien dat er nog veel werk ligt.”

Topsector EnergieSmartTrans
De gemeente Breda is eveneens deelnemer aan het project SmartTrans – Draagvlak voor de transitie naar aardgasvrije wijken op basis van slimme en flexibele routekaarten, onderdeel van het nationale onderzoeksprogramma Topsector Energie.

lokale routekaart

Waarom een Lokale Routekaart naar CO2-neutraal?

Kansrijke routes naar een CO2-neutrale woningvoorraad hangen sterk af van de specifieke, lokale situatie, de vastgoedsturing en het draagvlak van betrokkenen. Is er een regionale energiestrategie of warmtelevering beschikbaar? Wat is de kwaliteit van de woningvoorraad en welke opeenvolgende stappen zijn er op welk moment nodig? Welke aanpak voor de vastgoedportefeuille ligt er al? En last, but not least: Wat merken huurders ervan in hun portemonnee?

Om hiervoor antwoorden op maat te kunnen bieden, ontwikkelde W/E adviseurs, samen met een brede coalitie van branchevertegenwoordigers – in opdracht van het ministerie van BZK (RVO) – een hulpmiddel en aanpak: de Lokale Routekaart naar CO2-neutraal. Deze brengt de betrokkenen én de specifieke lokale situatie letterlijk en figuurlijk bij elkaar. Gezamenlijk verkennend komen de benodigde maatregelen, investeringskosten en energielasten voor een CO2-neutrale woningvoorraad in beeld.

Hoe werkt de Lokale Routekaart naar CO2-neutraal?

In acht stappen leidt de Lokale Routekaart naar CO2-neutraal naar een overzicht en inzicht in de lokale verduurzamingsopgave. De routekaart benut hiervoor landelijke, gevalideerde kengetallen en rekenmethodieken die gekoppeld worden aan de woningvoorraad van de specifieke situatie. Wanneer werkelijke meterstanden beschikbaar zijn, gebruiken we deze als stevige basis voor de startsituatie.

De acht stappen:

  1. Opgave van woningtypen, -grootte, -aantal en vastgoedstrategieën
  2. Opgave van het huidige isolatieniveau, installatietechniek en warmtelevering
  3. Opgave van eerste ingreepmoment, energie-infrastructuur en voorgenomen maatregelen
  4. Opgave van tweede ingreepmoment, energie-infrastructuur en voorgenomen maatregelen
  5. Weergave van de CO2-reductie door maatregelen en de vermeden CO2-emissie door duurzame opwekking
  6. Weergave van de energielastenontwikkeling in euro’s, gemiddeld per woning per jaar
  7. Weergave van de investeringskosten in euro’s, gemiddeld per woning per jaar
  8. Weergave van een samenvatting in cijfers

Zie ook onderstaande figuur

Figuur 2: De acht stappen in de Lokale Routekaart naar CO2-neutraal

Figuur 2: De acht stappen in de Lokale Routekaart naar CO2-neutraal

Door nu gezamenlijk aan de knoppen te draaien, maken gebruikers scenariovarianten die onderling niet alleen verschillen in de gekozen maatregelen, maar ook in energieprijsstelling, het investeringsniveau en bijvoorbeeld de (autonome) vergroening van stroom- of warmtenetten. Inmiddels zijn tientallen routekaarten opgesteld voor diverse gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties.

Meer informatie?

Neem contact op met een van onze adviseurs

Corporaties
Thijs Kurstjens
kurstjens@w-e.nl
06 – 5323 78 32
ir. Thijs Kurstjens
Gemeenten
Ruud van Vliet
vliet@w-e.nl
06 – 2247 79 34

Lees meer

W/E-expertise over LCA-gebouwen internationaal ingezet

Stichting W/E adviseurs neemt sinds 2017 deel aan een bijzonder samenwerkingsproject: het International Energy Agency (IEA). W/E levert input aan het programma IEA EBC Annex 72. Dat richt zich op ‘Life Cycle Assessment of Buildings’ en heeft als doel kennis en ervaring uitwisselen op internationaal niveau.

Naarmate het energieverbruik van gebouwen kleiner wordt – tot nul of dat woningen zelfs energieopwekkend zijn – speelt de milieu-impact van gebruikte materialen in gebouwen relatief een steeds belangrijkere rol. ‘Embodied CO2′ en ’embodied energy’ zijn begrippen die hierbij aan de orde worden gesteld.

Milieu Prestatie Gebouwen (MPG )

Vanuit het besef dat materialen een belangrijke bijdrage leveren aan de footprint van een gebouw, is in Nederland de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) ontwikkeld. Een evaluatiemethode die volledig is gebaseerd op de LCA-methodiek. Nederland is in dit opzicht wereldwijd een voorloper, want nog geen enkel andere land kent een wettelijk verankerde (en verplichte) beoordeling van de milieuprestatie van de materialen in een gebouw.

Pioniersrol W/E

W/E adviseurs heeft vanaf het allereerste begin een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van de MPG-methodiek en de bijbehorende rekeninstrumenten (zoals GPR Gebouw). Mede dankzij die pioniersrol en de opgebouwde ervaring is W/E gevraagd Nederlandse expertise en praktijkervaring in te brengen in de IEA EBC Annex 72-expertgroep.

Het IEA EBC Annex 72 is een vijfjarig programma en beoogt:

  • Een gedeelde methodologie voor Life Cycle Assessment van gebouwen te ontwikkelen
  • Benchmarks voor LCA-resultaten over gebouwen op te stellen
  • Een aantal case-studies uit te werken
  • Richtlijnen LCA-databases op te stellen.

W/E wil ook een methodologische onderbouwing ontwikkelen die gericht is op circulair bouwen, als strategie om de milieu-impact van gebouwen te verlagen. W/E ontvangt voor haar inbreng financiële steun vanuit RVO.

Meer informatie

Heeft u vragen over IEA EBC Annex 72 of andere (internationale) onderzoeken op het gebied van duurzaamheid? Neem contact op met Erik Alsema (links) of met of met David Anink (rechts).

drs. Erik Alsema ir. David Anink