Potentie circulaire geveleconomie

In 2020 is het onderzoek ‘Verkenning producentenverantwoordelijkheid voor de gevelbouw’ afgerond; dit onderzoek was door het kabinet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezegd. Uit deze verkenning bleek een enorme potentie voor circulair bouwen én CO2-reductie, melden de gezamenlijke gevelbrancheorganisaties.

Dit onderzoek biedt een basis voor de Roadmap en het Ketenakkoord. Het consortium onder leiding van Alba Concepts bestond uit Copper8, Frontwise Facades, Excess Materials Exchange, Houthoff en Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen.

Het onderzoek bestond uit twee onderdelen:

1. Het haalbaarheidsonderzoek

Het haalbaarheidsonderzoek heeft geresulteerd in concrete aanbevelingen waar de bedrijven en branches mee aan de slag kunnen.

2. Bepaling potentie van een circulaire geveleconomie

De potentie van een circulaire geveleconomie is bepaald aan de hand van drie scenario’s. Deze scenario’s zijn samengesteld op basis van kansen, barrières en daarbij horende aanbevelingen en oplossingsrichtingen uit het haalbaarheidsonderzoek. Ook is de impact van keuzes voor verschillende circulaire businessmodellen in het onderzoek meegenomen.

Inmiddels is het volledig onderzoek, de publiekssamenvatting als het nieuwsbericht voor iedereen beschikbaar.

W/E en IGG: samen halen we meer duurzame waarde uit een investering

Hoeveel kost duurzaam bouwen en wat levert het op in de toekomst? Adviesbureau IGG Bouweconomie en onderzoeks- en adviesbureau stichting W/E adviseurs werken samen. Met opdrachtgevers samen zoeken ze naar hoe er maximale duurzame waarde met een investering kan worden bereikt. Duurzaam Gebouwd ging in gesprek met Djordy van Laar, projectleider en adviseur bij IGG Bouweconomie en Gerben Schuurman, senior adviseur bij W/E adviseurs over hoe zij die duurzame waarde aan kosten koppelen. Het artikel kun je hier lezen.

Jury Duurzaam Bouwen Awards 2021 is bekend

Experts en prominenten uit de wereld van de wetenschap, architectuur, overheid, bouw- en corporatiesector vormen dit jaar de jury van de Nederlandse Duurzaam Bouwen Awards 2021. Dat maakt de organisatie vandaag bekend. De juryleden beoordelen projecten en organisaties die zich onderscheiden op het gebied van duurzaam bouwen. De awards worden op 1 juli 2021 uitgereikt tijdens het online Duurzaam Gebouwd Congres.

De juryleden

De zeskoppige jury bestaat uit: Fred Schoorl, directeur van de Branchevereniging Nederlandse architecten (BNA) en Esther ’t Hoen, projectleider circulaire bouweconomie van het ministerie van BZK. De wetenschap wordt vertegenwoordigd door Ellen van Bueren, hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Robert Koolen beoordeelt de inzendingen als voorzitter van de beleidsadviescommissie Duurzaamheid van Bouwend Nederland. Karo van Dongen, voorzitter van de Groene Huisvesters en Fred Jonker, coördinator Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving van de VNG, completeren de jury.

Drie awards

Op 1 juli worden drie awards uitgereikt. De Gouden Kikker voor het meest duurzame project, de Circulaire Ring voor de meest duurzame organisatie en de publieksprijs. De laatste wordt gekozen tijdens het congres. U kunt uw eigen project/organisatie voordragen of een ander. De categorie ‘projecten’ heeft betrekking op bouwprojecten die vooroplopen op het gebied van innovatie en duurzame thema’s als energie, circulair materiaalgebruik en gezondheid. De meest duurzame organisatie laat zien dat ze zowel in beleid en visie als in de uitvoering duurzaam bouwen succesvol toepast. Aanmelden voor de awards kan tot en met 31 mei 2021.

Initiatiefnemers

W/E adviseurs, abcnova, Duurzaam Gebouwd en FSC Nederland zijn de initiatiefnemers van de Nederlandse Duurzaam Bouwen Awards. De awards komen tot stand dankzij ondersteuning van Bouwend Nederland en het ministerie van BZK.

Meer informatie over de jury en de inschrijving: www.duurzaambouwenawards.nl

Twee inzendingen W/E Adviseurs geselecteerd voor Retrofit Europe

Voor de internationale conferentie over duurzaam bouwen Retrofit Europe zijn twee inzendingen van stichting W/E adviseurs geselecteerd: ‘Local Roadmaps Encourage Zero-Carbon Social Housing’ en ‘Circular Building Potential within the Energy Transition. A Case study’. De conferentie vindt plaats van 5 tot en met 7 november 2018 in de TU in Eindhoven.

De SBE Conference-serie wordt beschouwd als de vooraanstaande internationale conferentie over duurzaam bouwen, gepromoot door de internationale organisaties IISBE, CIB, UNEP-SBCI en FIDIC. De SBE19 NL-conferentietitel is ‘Retrofit Europe’ en het hoofdthema gaat over: ‘Retrofitting van 250 miljoen woningen naar 0-energieprestatiehuizen in Europa’.

De conferentie duurt twee dagen en op dag drie zijn er veldexcursies. De conferentie begint en eindigt met ronde tafeldebatten over ‘Hoe 250 miljoen huizen netto nul-energie te krijgen, binnen CO2-budgetten beschikbaar onder het 2 graden scenario’.

In de plenaire vergadering deelnemers met elkaar in gesprek en meer leren over verschillende retrofitconcepten en -toepassingen in verschillende klimaatzones. Oplossingen worden in detail onderzocht, met een keuze aan break-outsessies, workshopsessies (bijvoorbeeld het delen van EU-onderzoeksresultaten, ervaringen uit de sector, van projectervaringen, enzovoorts). En ‘op locatie’ parallelle sessies over praktische implementatieproblemen (dat wil zeggen met focus op retrofit met prefab-panelen, industriële productie en sociale acceptatie). Er zijn ook sessies over nieuwe onderzoeksvoorstellen en innovatiepilots, op zoek naar partners.

Meer informatie

https://www.retrofit-europe-2018.nl/home

‘Gemeenten: Stap uit traditioneel denken-werkkader, vind het niet zelf uit en ga aan de slag!’

Interview met John Nederstigt en Alexander Tuinstra van Haarlemmermeer

In februari dit jaar ontving de gemeente Haarlemmermeer de Circulaire Ring 2018, de prijs voor duurzaamste gemeente van Nederland. De award werd uitgereikt door de stichting Duurzaam Bouwen Awards. Stichting W/E adviseurs, initiator van de Circulaire Ring, spreekt de ‘winnaars’ wethouder John Nederstigt en programmamanager duurzaamheid Alexander Tuinstra in het stadhuis van Haarlemmermeer. Wat heeft de Circulaire Ring de gemeente gebracht? En wat is nu eigenlijk het geheim achter het succes van Haarlemmermeer?

“Het winnen van de Circulaire Ring heeft ons waardering gebracht,” vertelt wethouder John Nederstigt. “Er zijn voldoende partijen geweest die vragen: ‘Vertel nou eens even hoe je dat doet?’ Dus wat brengt het ons? Vooral vragen. Maar ik vind het leuk dat ze worden gesteld en leuk om dat te kunnen delen. Ik zit namelijk in een vak waar eigenlijk geen concurrentie zou mogen bestaan.” Programmamanager Alexander Tuinstra: “Wij hebben in het Programma Duurzaam eigenlijk vier pijlers. Die zijn gebaseerd op energie, water, grondstoffen, maar ook op het delen van kennis en innovatie. Zoals John net zegt, onze markt is veel meer informatie delen: ‘Kijk eens wat wij doen. Leer daarvan! Ook als we een fout hebben gemaakt. Ik zou het zo niet nog een keer doen. Of juist wel!’ Na het winnen van de Circulaire Ring, weten andere gemeenten en overheden ons te vinden met vragen.”

Wordt Haarlemmermeer als voorbeeldgemeente gezien?
“Ja, maar die is wel heel erg apart”, zegt Nederstigt. “Haarlemmermeer heeft sowieso een hoge milieudruk: we hebben een luchthaven. Dus om dat thema kan je niet heen. We zijn – en hier komt ‘ie – groot. We hebben de middelen. Kleinere gemeenten, bijvoorbeeld met 25 tot 30 duizend inwoners, hebben andere budgetten. Die zijn vaak alleen al het budget kwijt aan ambtelijke ondersteuning en kunnen vaak op werkniveau weinig doen.”

Is het dan alleen een kwestie van geld of iets lukt?
“De duurzaamheidsbeweging moet wel een zetje hebben,” legt Nederstigt uit. “En een zetje geef je door sprekende voorbeelden te laten zien. Wij hebben in Haarlemmermeer bijvoorbeeld een natuur- en milieucentrum NMCX. Wij kunnen onze inwoners daarmee goed informeren. Maar voordat zo’n organisatie staat, moet je wel een soort basis hebben. Wij kunnen dat opbrengen en wij zien dat wat oplevert. NMCX heeft zo langzaam maar zeker haar verbindingen en invloed diep in de Haarlemmermeerse samenleving. Onze buren zijn op Haarlem en Amsterdam na allemaal gemeentes tussen de 20 en 30 duizend inwoners. Die hebben dus niet zo makkelijk de kans een eigen NMCX te starten. Delen is in feite een stukje samenwerken. Gemeenten die het vanuit hun budget kunnen, hebben wat mij betreft de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk te delen. Misschien wel letterlijk.”

Waarom wil de ene gemeente samenwerken maar de ander niet? Speelt de factor ‘cultuur’ mee?
“Ik denk dat je daar een heel waar punt hebt,” zegt Nederstigt. “Ik vind het niet makkelijk om te zeggen, maar er zit natuurlijk een heel hoog ‘not invented by me’- ,of ‘not invented by us’-syndroom in. Je zult daar als gemeente overheen moeten stappen.”

Het succes zit ‘m dus in het inspireren, het aanjagen, het stimuleren van mensen?
“Klopt,” bevestigt Tuinstra. ”Het zit niet specifiek op inhoud, het gaat veel meer over het aanboren, het aanzetten. En mensen het gevoel geven van ‘naar mij wordt wel geluisterd’.” Nederstigt: “In de laatste twee bestuursperioden zijn we bezig geweest met programmatisch denken in duurzaamheid. We kunnen eigenlijk pas de laatste twee, drie jaar ook met recht zeggen dat we niet alleen goede plannen hebben, maar ook goede uitkomsten laten zien. En dan ben je gewoon vijf jaar bezig met heel veel praten, roepen, het kost tijd.”

Hebben jullie nog een belangrijke boodschap naar collega-gemeenten?
“Ik heb twee boodschappen,” zegt Nederstigt. “Aan alle grote gemeentes: ga aan de slag, want je kan het. Aan alle kleinere gemeenten: sla de handen ineen, bij voorkeur bij een grote broer of zus die al wat heeft en ga het niet zelf uitvinden. Het kost dan veel minder geld en het is veel effectiever. En dat iedereen het kan, daar ben ik heilig van overtuigd. Ga aan de slag, zo breed mogelijk, maar vooral: zoek elkaar op.” “De kracht zit in de opschaling, de gezamenlijkheid.” Vult Tuinstra aan. “Just do it.”

“Stap uit het traditionele denken-werkkader,” vervolgt Nederstigt. “Want als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. En daar heb je dus op álle niveaus mensen nodig die een beetje durven. Als het in onze eigen werkboekjes zou staan, zou het allang … je zult af en toe de wet- en regelgeving echt flink moeten tarten.” “En toon lef, in het Hebreeuws met een v, dat betekent hart,” licht Tuinstra toe.“ Je hebt mensen met lef, met hart, nodig. Straks ook in de nieuwe politieke constellatie, want als je die mensen niet hebt, wordt het wel weer heel zakelijk en ga je weer kijken: wat was het oude bouwbesluit ook alweer? En daar wil je vanaf.”


Wilt uw gemeente ook kans maken op de Circulaire Ring?

Schrijf u dan vóór 10 januari 2019 in voor de Duurzaam Bouwen Awards 2019. Misschien staat uw gemeente dan in de schijnwerpers op het Duurzaam Gebouwd Congres. Lees alle informatie op www.duurzaambouwenawards.nl

www.duurzaambouwenawards.nl

 

 

Wereldwijde duurzaamheidsstandaard GRESB erkent GPR Certificaten volwaardig

Vastgoedorganisaties met GPR Gebouw Certificaten van hun gebouwen krijgen vanaf nu de volledige punten in GRESB: de internationale benchmark die vastgoedfondsen beoordeelt op hun duurzaamheid. De wereldwijde duurzaamheidsstandaard GRESB erkent het GPR Gebouw Certificaat nu volwaardig, met full points.

Vastgoedorganisaties kunnen met een GPR Gebouw Certificaat aantonen dat een gebouw of ontwerp is getoetst op kwaliteit en duurzaamheid door een GPR Gebouw Expert of Assessor. Certificeren met GPR Gebouw is een manier om snel, eenvoudig en officieel aan te tonen hoe duurzaam een gebouw of ontwerp is door verantwoording af te leggen over de behaalde GPR Gebouw-resultaten.

Met GPR Gebouw wordt de duurzaamheid getoetst aan de hand van de 5 thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. GPR Gebouw is een breed gedragen duurzaamheidsmethode die algemeen erkend en gewaardeerd is, onder andere door de Rijksoverheid voor MIA-financieringsvoordeel. Het keurmerk is van Nederlandse afkomst en sluit daardoor goed aan op Nederlandse bouwpraktijk. Bovendien zijn de kosten van een GPR Gebouw Certificaat relatief laag.

Meer informatie

Meer informatie vindt u op www.gprsoftware.nl

CO2-routekaarten startpunt energietransitie Heusden

W/E adviseurs heeft voor de gemeente Heusden de CO2-routekaart uitgewerkt voor de gemeentelijke gebouwen. De afdeling Vastgoed van de gemeente werkt aan een uitvoeringsplan voor de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen. Om tot een goede onderbouwing te komen van deze plannen heeft W/E op basis van de beschikbare informatie voor alle verschillende functies een doorrekening gemaakt. Daarmee weet de gemeente exact welke ingrepen, waar en wanneer CO2 reduceren.

De huidige kwaliteit is in kaart gebracht. Vervolgens is gerekend aan 2 scenario’s:

  • een kortetermijnscenario: 15% energiebesparing in 4 jaar
  • een langetermijnscenario: CO2-neutraal in 2050.

Voor de scenario’s zijn business-cases uitgewerkt waarin de maatregelen zijn vertaald naar financiële gevolgen. De analyses laten zien dat de doelstelling van 15% CO2-besparing in 2021 relatief gemakkelijk kan worden gehaald. De doorrekening van de ambitie voor CO2-neutraal laat iets interessants zien: wanneer dit doel al in 2030 kan worden gerealiseerd, zijn de totale opbrengsten in 2050 fors hoger dan het scenario waarbij het doel pas in 2050 wordt behaald. Dit is uiteraard te verklaren uit het feit dat er een langere periode is waarin voordeel wordt genoten uit de investeringen. Het vergt echter een forse extra inspanning in kortere tijd. De capaciteit dient dan wel te worden uitgebreid zodat per jaar 3 gebouwen worden aangepakt.

Op basis van de routekaart werkt de gemeente nu aan definitieve uitvoeringsplannen en besluitvorming daarover.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de CO2-routekaarten voor gemeenten? Neem contact op met Ruud van Vliet, senior-adviseur gemeenten, 06 – 224 779 34, vliet@w-e.nl.

> Lees ook: Special routekaarten CO2-neutraal

MPG-checklist voor gemeenten beschikbaar

Vanaf 1 januari 2018 geldt er een norm voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG). De norm zegt iets over de milieubelasting die een gebouw veroorzaakt door de gebruikte materialen. Deze is gebaseerd op de kosten die zijn gemoeid met het oplossen van de milieuschade. Dit zijn de zogenaamde schaduwkosten.

De huidige norm is 1€/m2/jaar. Gemeenten moeten de naleving van de MPG toetsen in de Omgevingsvergunning en hierop toezicht houden tijdens de bouw. Om deze taken te ondersteunen heeft Stichting W/E adviseurs op verzoek van BWT Nederland een checklist ontwikkeld.

De checklist biedt toetsers en toezichthouders in de bouw handvatten om op efficiënte wijze hun taken uit te voeren. Het controleren van de MPG-berekening vergt veel tijd, maar de verschillen in scores van de gekozen materialen zijn over het algemeen beperkt. Behalve wanneer een aanvrager fouten maakt bij het invullen van basisgegevens kunnen grote afwijkingen ontstaan. De MPG-checklist gaat uitgebreid in op dergelijke aspecten en geeft tips hoe een gemeente of omgevingsdienst een controle slim kan aanpakken. De MPG is een eerste stap om vanuit een wettelijk kader de milieubelasting door gebouwen te verlagen. De verwachting is dat de normstelling op termijn strenger wordt. Ook zal de waarde van de MPG toenemen wanneer meer fabrikanten hun gegevens in de Nationale Milieudatabase hebben opgenomen.

Voor nu is het verstandig als gemeenten de kansen, die de MPG-norm biedt, pragmatisch aanpakken. Dus niet sec als juridisch instrument, maar al bij de start van een initiatief aandacht vragen voor milieubelasting door materialen. Dat zorgt ervoor dat opdrachtgevers zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid. En ze weten zo hoe zij de MPG moeten meenemen in hun planontwikkeling. Op die manier helpen we bij het vergroten van het bewustzijn over dit aspect in de hele bouwketen.

De MPG-checklist is te vinden op de website van BWT-Nederland: https://www.bwtinfo.nl/dossiers/Milieuprestatie+MPG

Lees ook:

> MPG-norm controleren complex en tijdrovend? W/E ontwikkelt MPG Checklist toezichthouders bouw