Duurzame prestatieafspraken maken: 3 tips!

Het instrument prestatieafspraken bestaat 5 jaar. In die jaren zijn vele gemeenten, corporaties en huurders met elkaar om tafel gaan zitten om afspraken te maken over diverse onderwerpen, waaronder duurzaamheid. W/E adviseurs was in Breda betrokken bij de prestatieafspraken over duurzaamheid en vroeg zich af: hoe zorg je ervoor dat alle partijen op een succesvolle manier duurzame prestatieafspraken maken? Maartje de Kruijf is partner bij FRAEY en begeleidt in verschillende gemeenten alle betrokkenen bij het maken en uitvoeren van prestatieafspraken, waaronder ook in Breda. Ze geeft drie tips voor het maken van prestatieafspraken over duurzaamheid.

  1. Vertrek vanuit de gezamenlijkheid

“Vertrekken vanuit gezamenlijkheid is erg belangrijk. Ik start altijd door met elkaar vast te stellen wat de gezamenlijke dromen en idealen zijn die de partijen hebben. Van daaruit kun je inzoomen op de bijdrage die iedereen kan leveren. Samen de pijlen gelijkrichten. Maar je moet niet starten met onderhandelen, want dan kom je tegenover elkaar te staan. Je moet het mét elkaar doen. Je hebt elkaar nodig om de grote opgaves die er liggen op te pakken. De gemeente kan bijvoorbeeld niet in haar eentje de warmtetransitie realiseren, maar de corporaties ook niet; en ook de rol van de huurders is wezenlijk, bijvoorbeeld als het gaat om het duurzaam gebruik van de woning. Je moet het ook samen met elkaar willen en niet alleen afspraken maken, omdat iets verplicht is gesteld. In Breda zie je dat die samenwerking goed gaat. Partijen staan voor dezelfde doelen. En iedereen voelt zich er eigenaar van.”

  1. Betrek iedereen die met het onderwerp te maken heeft bij het proces

“Iets wat lastig is bij het maken van duurzame prestatieafspraken is dat je ziet dat er weer andere mensen vanuit de gemeente en corporaties bij betrokken zijn dan bij andere onderwerpen.  Wat belangrijk is, is dat je die mensen met elkaar verbindt en in contact brengt. Niet alleen de beleidmakers, maar vooral ook de mensen die uitvoering geven aan het beleid en ‘met de voeten in de klei staan’. Geef iedereen zijn eigen rol in het proces. Zij zijn de experts die weten wat er speelt in de praktijk. Dat moet leidend zijn in wat je met elkaar uiteindelijk afspreekt. Nog even los van alle afspraken die je met elkaar maakt, leren de mensen elkaar ook beter kennen. Je zult zien dat ze daar morgen alweer mee verder kunnen. Er gaan dingen gebeuren, er ontstaat energie en dat leidt tot resultaat. “

  1. Maak het leuk, ga weg bij de vergadertafel

“Wat wij ook merken is dat het helpt om niet rond de vergadertafel te blijven zitten; het liefste ga je buiten met elkaar de opgave verkennen. In Breda zijn we ook met zijn allen een keer de wijk ingegaan om te  kijken bij het project van een corporatie. Dan gaan de prestatieafspraken ook leven en ontstaat er meer energie en inspiratie. Zoek naar andere werkwijzen dan je gewend bent. In coronatijd was het een beetje lastig, maar dit pakken we zeker weer op.”

FRAEY heeft in de afgelopen jaren meer dan 100 gemeenten, corporaties en inwoners begeleid bij het maken van prestatieafspraken. Over hun ervaringen schreven ze het boekje ‘Wegwijzer Prestatieafspraken met betekenis’.

Handboek Circulair Renoveren Woningcorporaties: een leidraad naar een circulaire woningvoorraad

Corporaties staan voor de grote opgave om circulair te bouwen en renoveren. Hoe pas je dit toe in beleid en uitvoering? De provincie Noord-Holland heeft het Handboek Circulair Renoveren voor Corporaties opgesteld. Merel Stolker (C-Creators) en Anne van Stijn (Technische Universiteit Delft en Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions) zijn de auteurs van het boek dat vol staat met praktische informatie over hoe je circulair renoveren toe kunt passen in  beleid en  praktijk. W/E adviseurs heeft een bijdrage mogen leveren aan het handboek in de vorm van kennis en een praktijkvoorbeeld.

Het doel van het Handboek Circulair Renoveren is om een leidraad te bieden aan woningcorporaties bij het integreren van circulariteit in de renovatie van hun woningvoorraad. Het boek is opgedeeld in verschillende hoofdstukken die de corporatie begeleiden in het proces. De eerste hoofdstukken gaan in op wat een circulaire economie en circulair renoveren eigenlijk precies inhoudt. Je eindigt met hoofdstukken over uitvoering en waarde behoud.

Breng het in de praktijk

W/E adviseurs is blij dat dit waardevolle document er nu ligt en hoopt dat corporaties de publicatie aangrijpen om stappen te zetten op het gebied van circulair renoveren. Aan het handboek is het voorbeeld toegevoegd waarin we samen met vier Bossche corporaties aan de slag zijn gegaan om hun materiaalstromen in kaart te brengen. De corporaties streven ernaar om 100% circulaire instroom van materialen in 2030 te realiseren. Door de materiaalstromen in kaart te brengen hebben de corporaties meer inzicht verkregen in de huidige situatie en de mogelijkheden voor de komende jaren.

Neem een kijkje in het Handboek Circulair Renoveren Woningcoporaties. 

W/E adviseurs ondertekent Renovatiemanifest

Nederland staat voor de grote opgave om tot 2050 ruim 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen energieneutraal te maken. Door allerlei factoren komt deze renovatiegolf op dit moment onvoldoende op gang. Het vraagt een extra inzet van alle betrokken partijen en een voortvarende, sturende rol van de Rijksoverheid. Partner van W/E adviseurs, het Nederlands Renovatieplatform (NRP),  is samen met andere partijen uit de branche de Groene Renovatiegolf gestart, een renovatiemanifest ondertekend door een brede coalitie van marktpartijen, belangenbehartigers en NGO’s . W/E adviseurs is één van de ondersteuners van het manifest dat 24 maart is gelanceerd in Nieuwspoort.

Het manifest roept de politiek op om de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving tot topprioriteit te maken van het komende kabinet. Het is een oproep tot een gecoördineerde, integrale aanpak van de gebouwde omgeving. Gefaseerd, wijkgericht, transparant, kostenefficiënt, met de gemeente als aanjager en de Rijksoverheid als systeemmanager.

“Dit manifest laat zien dat duurzaam bouwen en renoveren geen ver-van-je-bed-show meer is, maar praktisch en hanteerbaar. Alleen als we samenwerken met de overheid en alle partijen uit de sector kunnen we deze grote opgave realiseren. Als koploper in het verduurzamen van de gebouwde omgeving werkt stichting W/E adviseurs al meer dan 40 jaar aan deze opgave, en ondersteunen  we het manifest met de extra aandacht voor dit onderwerp van harte. “

Geurt Donze, directeur W/E adviseurs

Het renovatiemanifest bevat een 10-puntenplan met zo concreet mogelijke aanbevelingen voor de inrichting van een nationaal programma. Bezoek de website van het manifest om het 10-puntenplan te bekijken.

Circulariteit in de transitievisie warmte

Door Geert-Jan van den Brand

In 2050 is Nederland een circulaire economie en zijn we aardgasvrij. Twee opgaven die ons uitdagen om onze gebouwde omgeving doelgericht te verduurzamen. Ze kunnen elkaar in de weg zitten, maar als je ze slim met elkaar in verbinding brengt versterken ze elkaar in het realiseren van fijne woningen en wijken: gezond, energieneutraal en toekomstbestendig. W/E adviseurs ondersteunt onder meer de gemeente Venlo, woningcorporaties en andere betrokken partijen bij de vertaling van ambities naar een praktische visie op de transitie. We delen drie bouwstenen voor een doelgerichte aanpak voor meer circulariteit in de transitievisie warmte.

Integrale aanpak

De opgave aardgasvrij beleidsmatig verbinden met circulair is belangrijk. Hierdoor wordt je gedwongen om naar het totaalplaatje te kijken en voorkom je dat je eenzijdige keuzes maakt. Dit is een reden voor Venlo om geen transitievisie warmte, maar een transitievisie gebouwde omgeving op te stellen. Het doel is niet zo snel mogelijk van het gas af, maar het creëren van plezierige woningen en wijken. Vanuit die visie worden de opgaven energietransitie (aardgasvrij), klimaatadaptatie en circulariteit niet vrijblijvend aangepakt.

Kleine stapjes

Naast een beleidsmatige uitwerking is het van belang om over dit thema met inwoners in gesprek te raken. Zoek hen op in hun eigen omgeving, en ga in gesprek over dagelijkse zaken. Hoe ga je om met afval, hoe richt je je tuin in, en hoe houd je je huis comfortabel. Wat vinden mensen belangrijk, en wat doen ze al aan verduurzaming, energiebesparing en recycling. Is er een buurtinitiatief om spullen te ruilen en te lenen? Is er een ontmoetingsplek met een repair café? Dat zijn de natuurlijk startpunten om met inwoners aan de slag te gaan. De kleine stapjes zijn belangrijk voor het vormen van draagvlak voor de grotere stappen.

Planmatig

Tussen beleid en praktijk helpen plannen om de zaak in beweging te krijgen. Circulariteit is meetbaar en zichtbaar te maken. We kunnen materiaalstromen als het gevolg van woningrenovatie inzichtelijk maken. Wat is het verschil in circulariteit tussen keuze voor een warmtenet en een warmtepomp. Wat verdwijnt op de afvalstapel en wat kan opnieuw ingezet worden? We kijken verder dan alleen hergebruik en koppelen circulariteit aan gezondheid en restwaarde. Hoe circulair zijn de adviezen die je krijgt via het energiebesparingsloket?

Ondersteuning bij de uitwerking

Alle Nederlandse gemeenten moeten in 2021 een transitievisie warmte vaststellen. Daarna gaan zij aan de slag met de uitwerking van wijkuitvoeringsplannen. W/E helpt gemeenten, inwoners en partners graag op weg met onze kennis en ervaring. We kiezen daarbij altijd voor een inzet op maat. Per gemeente is hiervoor een subsidie van € 20.660,- beschikbaar die je kunt inzetten om specialistische kennis in te kopen. Je kunt deze bijdrage nog steeds aanvragen via het Expertisecentrum Warmte.

De Milieuprestatie voor gebouwen (MPG) wordt 1 juli 2021 aangescherpt!

Per 1 juli 2021 wordt de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Dit betekent dat er milieuvriendelijker en meer circulair moet worden gebouwd. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stellen en uiterlijk in 2030 te halveren. In 2050 moeten we een klimaatneutrale en circulaire gebouwde omgeving realiseren. De eis wordt niet alleen aangescherpt: op dit moment wordt ook de mogelijkheid onderzocht om de milieuprestatie-eis uit te breiden naar andere gebruiksfuncties en naar renovatie. Daarnaast heeft Minister Ollongren aangekondigd te bepalen hoe de waardering van de milieueffecten van de opslag van CO2 in biobased materialen, waaronder hout, kan worden opgenomen in de nationale systematiek.

Stimuleren

Behalve via een aangescherpte MPG eis, wordt milieuvriendelijk en circulair bouwen ook gestimuleerd via fiscale instrumenten zoals de Milieu InvesteringsAftrek (MIA), een fiscale stimulans voor bouwen met een lage milieu-impact. Daarnaast wordt in de Regeling Groen Projecten, een stimuleringsprogramma voor beleggen of sparen in duurzame en innovatieve (bouw)projecten, bouwen met een lage milieu-impact ook opgenomen. Ook ondersteunt de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) projecten voor de vervanging van fossiele grondstoffen door biobased grondstoffen.

Samenwerken

Om bedrijven te helpen bij het kunnen voldoen aan de wettelijke eisen werkt het Ministerie van BZK samen met andere partijen, zoals universiteiten en hogescholen, bouwbedrijven en andere overheden aan de ‘Strategische verkenning biobased bouwen’ en de ‘City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen’. Daarnaast werken partijen samen in de buyer groups duurzaamheid aan een gedeelde marktvisie en -strategie en uiteindelijk een concrete aanbesteding. Binnen het project ‘Samen versnellen’ wordt met elf organisaties (rijksoverheid, gemeenten en bouwers) gewerkt aan het ontwikkelen van het nieuwe circulaire normaal. Het laat zien wat er al goed te realiseren is op het gebied van circulair bouwen.  Het niveau van ‘Het nieuwe normaal’ wordt de komende jaren bepaald op basis van de praktijk, namelijk de 100+ projecten bij de deelnemende partijen.

 

Wilt je weten hoe je een MPG-berekening maakt en optimaliseert? Volg dan nu onze praktische MPG-cursus. In deze cursus praat onze docent u helemaal bij over de MPG eis die wordt aangescherpt en beantwoordt al uw vragen.

Is BENG en MPG bouwen nog wel mogelijk?

De eisen aan nieuwbouw worden steeds strenger. Naast BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt ook de Milieuprestatie-eis (MPG) aangescherpt. Is bouwen nog wel mogelijk, vragen John Mak en David Anink van W/E adviseurs zich af in een artikel voor de Nationale Milieu Database.

Het antwoord is ja, dat kan, maar niet zonder nadenken. De interactie tussen energie en milieu maakt dat een focus op of alleen de energieprestatie- of alleen de milieuprestatie al snel tot een suboptimaal resultaat kan leiden. Een ontwerp- en realisatieproces met vanaf de start oog voor beide prestaties is gewenst.

Situatie BENG en MPG tot nu toe

Sinds de invoering van energieprestatienormering in het Bouwbesluit in 1995 heeft de nadruk bij duurzaam bouwen op de vierde pijler van het Bouwbesluit, Energie, gelegen. Onhaalbaar geachte eisen bleken elke keer weer haalbaar. De komende eis bleek steeds de trigger voor de markt, met nieuwe producten en energieconcepten en gebouwontwerpen.

In januari 2013 is er een eis bijgekomen, de milieuprestatie-eis (MPG). Hiermee is de vijfde pijler, Milieu, ingevuld. In eerste instantie betrof het alleen de aanlevering van een MPG-berekening bij de omgevingsvergunningsaanvraag van woon- en kantoorgebouwen. Sinds januari 2018 is er ook de maximaal toelaatbare waarde van 1,0. Deze eis bleek echter dusdanig makkelijk haalbaar dat de gebouwen eigenlijk altijd voldoen.

De druk komt op de ketel

Binnen enkele jaren heeft duurzaamheid, met de aandacht voor klimaat en circulariteit/grondstoffen, een niet te negeren positie verworven. Er staan twee relevante ontwikkelingen die nu samenkomen. Eén met betrekking tot BENG, de andere met betrekking tot MPG.

Sinds 1 januari 2021 gelden er voor het bepalen van de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen (afgekort BENG) drie eisen gelden:

  1. De maximale energiebehoefte voor verwarmen en koelen in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

Naar verwachting zal begin 2021 de MPG-eis aangescherpt worden naar 0,8. Dit onder andere omdat de MPG als belangrijk instrument wordt gezien om de circulaire bouw te stimuleren. Wat sommigen zorgen baart is dat BENG en MPG min of meer als communicerende vaten werken. Om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen worden zijn bijvoorbeeld extra isolatie, grotere installaties of meer zonnepanelen nodig, wat er toe leidt dat de MPG hoger (en dus slechter) wordt. Daar staat echter tegenover dat ‘externe levering’ van energie ook moet worden meegenomen in de MPG. Het gaat dan om het milieueffect van het materiaalgebruik voor de levering van energiedragers (gas, elektriciteit, warmte), denk dan aan de infrastructuur, leidingen en dergelijke. Een Lager energiegebruik betekent daardoor ook een lagere MPG. Desondanks kan een scherpere MPG-eis voor sommige gebouwen tot problemen gaan leiden.

Is het allemaal nog wel haalbaar?

Als bij het ontwerpen alleen rekening wordt gehouden met het behalen van de energie-eis, dan kunnen er inderdaad problemen ontstaan met de MPG-eis. Maakt men aan het eind van het ontwerpproces nog snel even de obligate MPG-berekening, dan zal die wel eens te hoog kunnen uitvallen. Even snel wat andere materialen kiezen biedt dan vaak onvoldoende soelaas. Gaat men vanaf de begin van het ontwerpproces met oog voor zowel de energie- als de milieuprestatie aan de slag, dan zullen de problemen veel minder snel ontstaan. Een integrale benadering is nodig. Energie en Milieu zijn veelal communicerende vaten, zoals de afbeelding laat zien.

Met het bovenstaande in het achterhoofd wordt bij het vaststellen van de nieuwe eisen gezocht naar de balans tussen stimulerende eisen en haalbaarheid in de praktijk. De BENG-eisen liggen inmiddels vast en voor de MPG-eis heeft Stichting Bouwkwaliteit een onderzoek laten uitvoeren door W/E adviseurs. In dit onderzoek zijn de te verwachten MPG-scores van de komende nieuwbouw van woningen en woongebouwen en kantoorgebouwen in beeld gebracht. Dit inzicht zal door het ministerie van BZK gebruikt worden bij het vaststellen van een optimale MPG-grenswaarde in het Bouwbesluit.

De basis bij dit onderzoek vormde 9 referentie woon- en kantoorgebouwen, die representatief worden geacht voor de Nederlandse nieuwbouw. Bij alle gebouwen was gasloos en het voldoen aan de toekomstige BENG-eisen (op het moment van schrijven de voorgenomen eisen van juni 2019 en volgens NTA 8800) het uitgangspunt. De bijbehorende materialisatie is gebruikt om MPG-berekeningen te maken. Een zeer goede schilisolatie is als standaard uitgangspunt aangehouden om aan de BENG 1-eis te voldoen: triple beglazing en Rc-waarde vloer/gevel/dak is respectievelijk 5/7/8 m2K/W.

Vervolgens is voor elk referentiegebouw een groot aantal varianten opgesteld. Hierbij is gevarieerd op vormfactoren (m2 BVO, de verhouding geveloppervlakte/m2 BVO en de verhouding open/dichte gevel) en materialisatie (bouwmethode, materiaalkeuze, energieconcept). Ook vele combinaties zijn bekeken. Uiteindelijk zijn ruim 1000 woningen en woongebouwen en bijna 500 kantoorgebouwen met de gevalideerde rekentool GPR Bouwbesluit doorgerekend.

Meer dan 95% van alle varianten voldoet aan huidige MPG-eis


De resultaten van de doorrekeningen zijn uitgezet in een frequentieverdeling. Deze is verbeeld in de vorm van een boxplot, waarbij bepaalde percentielwaarden als markeringspunt zijn aangehouden. De 5e-percentiel is het punt in de frequentieverdeling waarbij 5% van de gebouwvarianten een lagere MPG-score heeft en 95% een hogere. De 50e-percentieel is de mediaan (oranje streep), waarbij 50% van de gebouwvarianten een lagere score heeft en 50% een hogere.

In de figuur is te zien dat de mediaan bij woningen en woongebouwen 0.58 is, en bij kantoorgebouwen 0.81. Vergeleken met de woningen en woongebouwen zijn de MPG-scores van kantoorgebouwen over het gehele bereik ruim 0.20 hoger. Eén van de verklaringen is de kortere default gebouwlevensduur, 50 in plaats van 75 jaar. Bij vergelijking van de scores met de huidige grenswaarde 1.0 (in figuur aangeduid met de blauwe stippellijn) dan blijkt dat ook het grootste deel kantoorgebouwen aan de eis te voldoen.

Bij de gebouwvarianten, die de grenswaarde 1.0 overschrijden, blijkt sprake te zijn van een combinatie van meerdere ongunstige keuzes. Bijvoorbeeld een klein BVO, relatief veel gevel per m2 BVO (niet compact ontwerp), een niet duurzame materialisatie en warmtelevering op basis van fossiele bronnen. Er zijn dus ook meerdere optimalisatiemogelijkheden. Bij een ongunstige variatie op één of meerdere parameters, is de toename in MPG bij de andere parameters meestal voldoende te compenseren.

MPG-scores van alle woningen, woongebouwen en kantoren.

Conclusies

Met de MPG is de pijler Milieu in het Bouwbesluit ingevuld. Dit naast de al veel langer geoperationaliseerde pijler Energie. De huidige MPG-grenswaarde van 1.0 blijkt zonder extra aandacht haalbaar. Dit ondanks de extra bouwkundige en installatietechnische voorzieningen, die nodig zijn om te voldoen aan de komende BENG-eisen. Deze extra voorzieningen hebben veelal een ongunstige invloed op de MPG. Maar nu het Rijk het voornemen heeft om de MPG-eis aan te scherpen, om zo duurzaam en circulair bouwen te stimuleren, dreigt het lastiger te worden.

Lastiger blijkt zeker niet ‘niet haalbaar’. De negatieve invloed van één of meerdere ongunstige ontwerpkeuzen blijkt goed te compenseren met een gunstige keuze bij andere ontwerpparameters. Dit gaat echter verder dan even een ander product kiezen. Belangrijk is dat men vanaf de start van het ontwerpproces de consequenties voor de MPG in de gaten houdt om tijdig bij te kunnen sturen. Gezien de interactie met de energievoorzieningen, is hierbij een integrale benadering wenselijk.

De toenemende interactie tussen Energie en Milieu maakt duidelijk dat de pijlers in samenhang bekeken moeten worden. Het gaat bij beiden om de duurzaamheidsconsequenties van ontwerpkeuzen. Het maakt daarbij niet uit of een kg CO2veroorzaakt wordt door de keuze voor een energieconcept of een gevolg is van een materiaalkeuze. Er is voor zo’n integrale werkwijze al een methode beschikbaar, de DuurzaamheidsPrestatie Gebouw (DPG). Deze methode drukt de resultaten van de energie- en de milieuprestatieberekeningen uit in één prestatie. De DPG, ingebouwd in GPR Gebouw, maakt het voor ieder mogelijk om gericht te ontwerpen met het oog op een minimale DuurzaamheidsPrestatie.

Inmiddels wordt de DPG aangeduid met de MPG+. Dit omdat hiermee duidelijk wordt dat de systematiek naadloos aansluit bij de methode van de MPG. Bij de MPG+ wordt het berekende energiegebruik wordt meegenomen in module ‘B6 operationeel energiegebruik’. Het is ook mogelijk om eisen of ambities te formuleren met de MPG+, aanvullend op BENG en MPG. Voor Energie gelden ook aanvullende eisen in het Bouwbesluit: Eis aan Rc- en U-waarden op componentniveau, en BENG voor de totale energieprestatie. Zo kan ook de MPG+ worden gepositioneerd: Er is een vangneteis voor energie (BENG) en voor materiaal (MPG) maar leidend is vooral de integrale eis (MPG+). Op deze manier kan een integrale eis worden gesteld en kan tegelijkertijd worden voldaan aan de Europese EPBD richtlijn.

Meer informatie over MPG en BENG

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen  met senioradviseurs John Mak en David Anink van W/E adviseurs.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen ook bij de Nationale Milieudatabase.

Even voorstellen: nieuwe collega Bart Houtman

Graag stellen we nieuwe collega Bart Houtman aan je voor. Hij is geen onbekende op de W/E werkvloer. Het afgelopen jaar heeft Bart zijn afstudeerstage bij W/E adviseurs voltooid. Nu gaat hij aan de slag als adviseur en servicedesk medewerker.

Hoe kwam je bij W/E terecht?

Ik heb Bouwkunde gestudeerd in Rotterdam. Ik wilde voor mijn afstuderen graag aan de slag met duurzaam bouwen. Via via is mij toen aangeraden om eens bij W/E te gaan kijken en zo ben ik er terecht gekomen. Ik heb me een half jaar lang bezig gehouden met een onderzoek naar duurzame ingrepen voor bestaande bouw. Er is op dit moment veel nieuwe regelgeving voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande bouw is het belangrijk om naar duurzaamheid te kijken. Ik heb naar verschillende scenario’s gekeken: wat gebeurt er met een gebouw als je niks doet tot wat voor invloed heeft het op het milieu als je het gebouw volledig aanpast? Deze verschillende scenario’s heb ik in kaart gebracht.

Wanneer is je interesse voor duurzaam bouwen gewekt?

Dat gebeurde toen ik een minor renovatie en transformatie volgde. De minor was veel gericht op duurzame energie. Hierdoor ben ik me gaan realiseren hoe belangrijk het is om duurzaam te bouwen. Dit is de enige manier om verder te gaan. Bij W/E heb ik geleerd dat duurzaam bouwen veel breder is dan alleen energie.

Wat ga je nu doen?

Ik ga in het team aan de slag dat gebouwen voorziet van een GPR certificaat. In de zomer ga ik ook mijn GPR Expert diploma behalen. Ook ga ik aan de slag bij de servicedesk. Het meest kijk ik uit naar om lekker met mijn collega’s in Utrecht naar kantoor te gaan.

Duurzaamheid van weer meer gebouwen vastgelegd met GPR Gebouw Certificaat

In 2020 is het aantal vierkante meter gebouwen dat is voorzien van een GPR Gebouw Certificaat met bijna 20% toegenomen tot 6,9 miljoen m2. Vastgoedeigenaren en -organisaties laten de mate van duurzaamheid van de panden in hun portefeuille  steeds vaker vastleggen met GPR Gebouw van stichting W/E adviseurs.

Meer dan energie

Het meten en valideren van duurzaamheid met GPR Gebouw gaat daarbij verder dan het thema energiebesparing alleen. Een duurzaam gebouw is gezonder en comfortabeler voor gebruikers en is aanpasbaar aan veranderende wensen. En daarmee ook financieel voordeliger en meer rendement gevend.

Ontwikkeling zet door

Nu meer dan 5 jaar achtereen groeit het aantal vierkante meter gebouwen dat is voorzien van een GPR Gebouw Certificaat jaarlijks met dubbele cijfers. In totaal zijn nu gebouwen met een totaaloppervlak van bijna 7 miljoen vierkante meter voorzien van een GPR Gebouw Certificaat. Hierbij gaat het voor 84% om woningbouw en voor 16% om utiliteitsbouw.

GPR Gebouw certificaten

Waardevol

Organisaties met GPR Gebouw Certificaten scoren beter in de duurzaamheidsbenchmark GRESB: de internationale benchmark die vastgoedfondsen beoordeelt op hun duurzaamheid. De wereldwijde duurzaamheidsstandaard GRESB erkent het GPR Gebouw Certificaat volwaardig, met full points.

 

GPR is een productfamilie van stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen. W/E adviseurs is een onderzoeks- en adviesbureau gespecialiseerd in verduurzaming van de gebouwde omgeving. W/E adviseurs helpt de landelijke overheid, gemeenten, corporaties en vastgoedbeleggers bij het verduurzamen van gebouwen en gebieden. W/E ziet hun ketenpartners zoals ontwikkelaars, architecten, adviseurs en uitvoerende partijen daarbij als belangrijke katalysator. W/E is onderscheidend door het meetbaar en bespreekbaar maken van duurzaamheid, met name gericht op Energie, Circulariteit en Gezondheid. W/E heeft als motto ‘moeilijke materie makkelijk maken’.

 

Syntrus Achmea verduurzaamt woningportefeuilles met behulp van routekaarten

Syntrus Achema is hard op weg om de klimaatdoelstellingen uit het klimaatakkoord te halen voor de woningen die ze beheren. W/E adviseurs heeft samen met hen routekaarten opgesteld waarin verschillende scenario’s zijn doorgerekend om de CO2 uitstoot te verminderen. Syntrus Achmea beheert ruim 23.000 woningen.

“We hebben principe-scenario’s voor ze gemaakt. Hiermee kun je bijvoorbeeld zien wat isoleren, zonnepanelen plaatsen en gasloos maken van woningen in verschillende combinaties oplevert aan uitstootreductie. Zij kunnen zelf met die scenario’s gaan samenstellen wat ze willen doen. We hebben ze een waaier van mogelijkheden gegeven”, aldus Boudewijn Elsinga, W/E adviseurs.
routekaart

Plan van aanpak voor het opstellen van een routekaart.

Syntrus Achmea heeft de CO2 uitstoot in de woningportefeuilles de afgelopen jaren al met 34 procent teruggebracht ten opzichte van het referentiejaar 1990. De doelstelling is om deze verder terug te brengen naar 49% in 2030, door met behulp van de routekaarten de geschikte maatregelen te verkennen Alle vastgoedportefeuilles zijn uiterlijk in 2050 volledig CO2-neutraal.

Om de uitstoot van het broeikasgas goed te kunnen monitoren, heeft Syntrus Achmea samen met INNAX een CO2-dashboard ontwikkeld. De uitstoot van de zes woningportefeuilles (separate accounts en fondsen) zijn hierin als eerste opgenomen. In een later stadium volgen ook de andere vastgoedportefeuilles.

 “Aantrekkelijk, duurzaam vastgoed draagt bij aan een leefbare wereld en levert onze klanten op termijn een hoger rendement op”, zegt Nicole Maasen, directeur Vastgoed bij Syntrus Achmea.

Column: Duurzaam van het gas af

Verduurzamen van de gebouwde omgeving staat bij alle Nederlandse gemeenten stevig op de agenda. In hun beleid spreken ze over energieneutraal, CO2-neutraal, circulariteit en klimaatadaptatie. De opgave die nu met voorrang wordt opgepakt is Nederland van het gas af in 2050.

Begin 2019, startte ik in het team aardgasvrij van pionier gemeente Nijmegen. Sinds september 2020 werk ik bij W/E adviseurs. We begeleiden gemeenten (onder meer Meierijstad en Venlo) en woningcorporaties bij de uitwerking van de transitievisie warmte en de daaruit voortvloeiende wijkuitvoeringsplannen (WUP). Vooral deze WUP’s zullen de komende jaren centraal staan om duurzaam van het gas af te gaan.

In deze column schets ik vanuit mijn persoonlijke ervaringen drie bouwstenen voor een  goede aanpak: samen, slim en stap voor stap.

Samen 

met netbeheerder, woningcorporaties en inwoners een plan maken en coalities smeden

De gemeente is aangewezen als regisseur. In de opgave aardgasvrij komen diverse domeinen samen: ruimtelijke plannen, woningbouw, openbare ruimte, en ook het sociale domein. Aardgasvrij worden kost geld: wie legt het alternatief (warmtenet?) aan en wie betaalt de aanpassingen aan de woningen? Aardgasvrij worden heeft gevolgen achter elke voordeur. Elke woningeigenaar moet investeren.

Hoe begin je? Met een duidelijke boodschap voor de hele gemeente, gedragen -en mede uitgedragen- door woningcorporaties en netbeheerder. En zorg dat je in de wijken waar je begint aanwezig bent. Bouw op bestaande structuren. Integreer een energieloket in een bestaand wijkcentrum of sociaal steunpunt. Ik heb gemerkt dat aardgasvrij worden een onderwerp is om opnieuw met bewoners in gesprek te komen. Een nieuwe kans op een gesprek over leefbaarheid en plezierig wonen.

Slim van het gas af

gebruik maken van beschikbare informatie, transparant zijn over keuzes, aansluiten bij wensen en behoeften en aanhaken op natuurlijke momenten

Om te bepalen welke warmteopties het aardgas kunnen vervangen is veel informatie op gebied- en gebouwniveau nodig. De analyse blijft altijd vragen om een lokale inkleuring per buurt. Welke warmtebronnen zijn regionaal beschikbaar, wat is geschikt voor de verschillende typen woningen? Maar ook, hoe verhouden onze inwoners zich tot duurzaam en aardgasvrij, welke ideeën hebben zij voor een plezierige woonomgeving?

Ondanks alle informatie die er beschikbaar is blijft er ruimte voor meningen en interpretatie. Begin in een buurt waar al ingrepen in woningen en straten zijn voorzien. En ga niet puur voor aardgasvrij, maar redeneer meer vanuit de potentiële winst die deze oplossingen voor de bewoner brengt. GPR gebouw is een nuttig instrument om integraal naar de aanpak van je vastgoed te kijken. Alle thema’s -materiaal (inclusief circulariteit en MPG), energie (inclusief de diverse warmte-opties), gezondheid, toekomstwaarde- zitten erin, en je kunt er zowel 1 gebouw als een hele portefeuille of buurt mee analyseren.

Stap voor stap 

durf met alle onzekerheden te beginnen, niet alleen op papier maar met kleine stapjes, werk samen aan gedragen en duurzame oplossingen, en blijf van elkaar leren.

Aardgasvrij worden is een grote en complexe opgave. Het vraagt om lef en om vertrouwen. Het lef om te beginnen, ondanks de vele onzekerheden. Het vertrouwen dat je samen de juiste stappen zet om een goed resultaat te bereiken. Aardgasvrij worden gaat niet in hoog tempo en met een grootschalige collectieve benadering. Het begint met een kleine stap, zoals het gesprek over energie besparen. Dankzij de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) is er veel mogelijk om inwoners op weg te helpen. Geef als gemeente het goede voorbeeld door je eigen gemeentelijk vastgoed ook te verduurzamen.

Tot slot

Geen grote vernieuwingen, geen tegengeluid, geen vergezichten. Gewoon een nuchtere kijk op twee jaar werken in de aardgasvrij-praktijk die ik graag met u deelde. Spreekt het u aan? Ik nodig u graag uit voor een gesprek via brand@w-e.nl.