Subsidie beschikbaar voor inhuren advies bij opstellen warmtetransitieplan

Gemeenten moeten voor het einde van 2021 een warmtetransitieplan klaar hebben liggen. Het opstellen van zo’n plan vraagt om specialistische kennis die gemeenten niet altijd zelf in huis hebben. Je kan dan een expert inhuren die je daarbij te helpt. Het Expertise Centrum Warmte (ECW) biedt vanaf 1 juni 2020 de Extern Advies Warmtetransitie regeling aan. W/E adviseurs is opgenomen in de lijst met externe experts van ECW.

In een warmtetransitieplan staat het tijdspad voor het aardgasvrij maken van de woningen binnen een gemeente tot 2050. Per wijk is de voorlopige optie voor het alternatieve warmtesysteem bepaald. Voor de eerste groep wijken die in 2030 van het aardgas af gaan is dit al afgestemd met inwoners en bedrijven die in die wijken gevestigd zijn.

Voorwaarden

De hoogte van de uitkering voor extern advies is een vaste bijdrage van € 20.660 excl. btw per gemeente. Hiervoor moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Het verleende bedrag wordt besteed aan de kosten die de gemeente aan derden verschuldigd is voor extern advies.
  • U mag het bedrag niet besteden aan de verschuldigde omzetbelasting die voor de verlening van het extern advies bij uw gemeente in rekening wordt gebracht.
  • Het externe advies moet u inwinnen voor 1 januari 2022.
  • U stelt over het ingewonnen extern advies een verslag op. U geeft dit verslag binnen 4 weken na opstelling aan het Expertise Centrum Warmte.
  • U werkt als gemeente mee aan een evaluatie. Deze is voor de kennisopbouw en -deling door het Expertise Centrum Warmte.

Stappenplan

Het ECW heeft een stappenplan voor gemeenten opgesteld waarin precies staat beschreven welke stappen doorlopen moeten worden om een aanvraag te doen voor de regeling Extern Advies Warmtetransitie. Het stappenplan bestaat uit de volgende stappen:

  • Bespreek uw aanvraag met de ECW helpdesk
  • Vraag eHerkenning aan
  • Schrijf een plan voor de inkoop
  • Vul een aanvraag formulier in
  • Goed- of afkeuring door ECW
  • Uitbetaling
  • Veranderingen doorgeven
  • Werkzaamheden beëindigen
  • Terugvragen btw
  • Verantwoording van de subsidie
  • Ambtshalve vaststelling

Een uitgebreide uitleg van alle stappen kun je terugvinden op de website van RVO.

W/E adviseurs geeft advies!

W/E adviseurs helpt verschillende gemeenten bij het opstellen van een warmtetransitieplan.

Gemeente Venlo
“In Venlo willen we graag een mooiere en duurzame toekomst waar vooral plezier voorop staat. Samen met W/E-adviseurs zorgen we ervoor dat we hier een oplossing voor vinden. Toch lijkt het soms dat we meer en meer verdeeld raken. Vooral als het gaat over het klimaatprobleem en de oplossingen daarvoor. We verliezen onszelf soms in de details en vergeten waar we naar op weg zijn. Deze weg bewandeld gemeente Venlo samen met W/E door theorie te vertalen naar de praktijk. Het is prettig werken met mensen die gewoon doen en dingen uitproberen in de praktijk. Samen leren we van de ervaringen!”

Gemeente Kerkrade
WE adviseurs heeft ons goed begeleid bij het opstellen van de energievisie van het herstructureringsgebied Rolduckerveld Kerkrade. Hierdoor zijn wij in staat geweest om goede vergelijkingen te kunnen maken tussen collectieve warmtevoorzieningen en individuele warmtevoorzieningen van de woningen.”

Heb je externe hulp nodig bij het opstellen van een warmtetransitieplan voor jouw gemeente? Neem dan contact op met senior adviseur Ruud van Vliet.

W/E adviseurs groot voorstander van groen herstel

Onderzoeks- en adviesbureau Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen is deel van een brede coalitie van bedrijven die het Green Recovery Statement heeft ondertekend.

Het statement is een dringende oproep aan en ter ondersteuning van de Nederlandse overheid om duurzaamheid en inclusiviteit als uitgangspunt te nemen voor de herstelplannen in Nederland en Europa. Uit overleg met verschillende ministeries is gebleken dat een dergelijke statement gericht aan de Nederlandse overheid van grote waarde is. Juist nu met het oog op bespreking van de EU Green Deal / Green Recovery in de Europese Raad. Dit initiatief is vergelijkbaar met het statement van het bedrijfsleven in Duitsland.

Ir. John Mak, directeur-bestuurder van Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen zegt hierover:

“Uit de grond van mijn hart hoop ik dat de coronacrisis, anders dan de bankencrisis van 10 jaar geleden, tot een daadwerkelijke verandering leidt in het gedrag van ons allen. De noodzaak om juist nu te investeren in verduurzaming lijkt breed erkend te worden, de vraag is of we dat ook in acties omzetten of toch weer terugvallen in oude patronen?”. 

De Dutch Sustainable Growth Coalition (DSGC) – 8 multinationals onder leiding van Jan Peter Balkenende – is daarom dit initiatief gestart met als doel een zo breed mogelijke coalitie van bedrijven achter dit statement te scharen. MVO Nederland omarmt dit initiatief en werkt hierin samen met DSGC, NVB, Global Compact Nederland en SDG Nederland. Stichting W/E adviseurs is lid van het koplopers netwerk van MVO Nederland.

Ruim 250 bedrijven hebben de verklaring ‘Dutch businesses endorse sustainability in COVID-19 recovery’ getekend, waarin zij pleiten duurzaamheid als hoeksteen te nemen voor de corona-herstelplannen. Onder leiding van Jan Peter Balkenende, voorzitter van de Dutch Sustainable Growth Coalition (DSGC) is de verklaring op 19 juni overhandigd aan minister Kaag. U kunt het volledige Green Recovery Statement hier downloaden.

Met deze steun van W/E adviseurs kan dit één van die belangrijke momenten worden waarop we niet blijven hangen in de oude economie, maar een essentiële stap voorwaarts zetten richting de nieuwe economie.

Materiaalpaspoort draagt bij aan CO2 neutrale woningvoorraad

Het in kaart brengen van materialen in een materiaalpaspoort maakt het mogelijk om nieuwe afwegingen te maken tijdens het ontwerpen, bouwen, beheren en renoveren van gebouwen. Ook kunnen financiers op basis van het materialenpaspoort de waarde van de materialen opnemen, als ze de totale waarde bepalen van het object. Door materialen te registreren en te documenteren kunnen deze nooit meer in de anonimiteit als afval verdwijnen. Dit maakt hergebruik van materialen eenvoudiger. Zo kan het gebruik van het paspoort helpen bij het CO2 neutraal maken van een woningvoorraad en bijdragen aan een circulaire bouweconomie

Madaster is een platform dat fungeert als een publieke, online bibliotheek van materialen in de gebouwde omgeving. Het koppelt materiaal-identiteit aan locatie en legt dit vast in een materiaalpaspoort. Een materialenpaspoort maakt inzichtelijk welke materialen in een gebouw zijn gebruikt en in welke hoeveelheden. Daarnaast bevat het informatie over de kwaliteit van de materialen, de locatie en de financiële en circulaire waarde.

Hulp nodig?

Stichting W/E adviseurs, de maker van GPR software, is partner van Madaster en biedt als kennis en solution partner gebruikers van Madaster aan berekening van de MilieuPrestatie Gebouwen te laten uitvoeren op basis van de data aanwezig in Madaster. GPR profielen kunnen in Madaster worden ingegeven. De MPG-waarde geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast en is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. Stichting W/E adviseurs kan u helpen het materialenpaspoort van Madaster te gebruiken, een Milieuprestatie Gebouwen (MPG) te berekenen en het er in op te nemen.

Hoe verduurzaam je je woningvoorraad? Ons Doel vertelt

Corporaties zijn aangewezen als startmotor van de energietransitie. De woningvoorraad moet duurzaam worden. Waar begin je? Leidse corporatie Ons Doel heeft grote ambities en is flink aan het pionieren geslagen. Bestuurssecretaris Miriam van Dijk neemt ons mee in hun zoektocht. “Het vraagt om durf. Soms moet je gewoon ergens induiken met elkaar”.

Waar begin je als je je woningvoorraad wil verduurzamen?

Ons Doel is hier al heel lang geleden mee begonnen. Onze collega Bernard Sparnaaij, die nu met pensioen is, was al heel vroeg met duurzaamheid bezig en heeft dat helemaal uitgerold. Ons Doel heeft ervoor gekozen om steeds in combinatie met onderhoudsmaatregelen ook een duurzaamheidsslag te maken. Denk aan dubbel glas plaatsen, buitengevelisolatie toepassen of spouwmuren na-isoleren. Hierdoor hebben we eigenlijk al in 2018 gemiddeld energielabel B gehaald voor onze woningen. Wij waren er dus al veel eerder mee bezig, waardoor we nu eigenlijk best goed zijn voorbereid op die energietransitie.

Hoe kwam het dat jullie al ver voor de plannen die er nu liggen al zo met duurzaamheid bezig waren?

We wilden graag goed voorbereid zijn op de toekomst. De huurders waren ook heel belangrijk daarin. Voor hen willen we graag comfort en betaalbaarheid. Als je de woningen goed isoleert dan gaat de energierekening ook omlaag.

Je zei net goed voorbereid te zijn op de energietransitie. Je woningvoorraad is goed geïsoleerd. Hoe ga je dan verder?

Dat is nog heel erg een zoektocht. Dat bleek ook wel uit de routekaart die W/E adviseurs voor ons heeft opgesteld. Die geeft richting maar is nog niet in beton gegoten. Ons hogere doel is CO2 neutraal in 2050. Van het gas los is daar natuurlijk een onderdeel van. Die opgave kunnen we niet alleen want daarin zijn we ook afhankelijk van wat de gemeente voor richting geeft in haar warmtevisie.

We zijn begonnen met een aantal pilots te doen. We hebben bijvoorbeeld een paar jaar geleden een woning uit 1925 all-electric gemaakt. Hierdoor konden we meer leren over de techniek, die daar voor nodig is en we ontdekten tegen welke knelpunten je aan kunt lopen. We durven zoiets een keer te proberen en al doende leren we. Het traject naar CO2 neutraal is nog niet van begin tot eind uitgestippeld.

In Leiden Zuid West zijn jullie op dezelfde manier een project in gegaan, kun je meer vertellen over die aanpak?

Jazeker. Dat is eigenlijk ook ontstaan uit het idee: kunnen we het niet een keer proberen? In dit geval of een kleinschalig warmtenet haalbaar zou zijn. Het gebied bestaat uit verschillende woningtypen: eengezinswoningen en gestapelde bouw. Met woningen uit verschillende bouwperiodes, uit de jaren 60 en woningen van nu. Het idee was om te kijken wat de mogelijkheden zijn om de woningen daar van het gas af te halen en een kleinschalig warmtenet aan te leggen.

De woningen in dit complex zijn al goed geïsoleerd en de opgave richt zich dus echt op de warmtetransitie. De gemeente Leiden heeft de totale wijk aangewezen als een geprioriteerde wijk om van het gas af te gaan en een warmtenet is de voorkeursoplossing. Dit project gaat over een klein deel van de wijk.

Het idee is omarmd door de andere corporaties en de gemeente Leiden, en gezamenlijk is een aanvraag voor de Proeftuin Aardgasvrije Wijken gedaan. Samen willen we onderzoeken wat de kansen van een kleinschalig warmtenet zijn.

Hoe belangrijk is samenwerken in dit proces?

Ons Doel heeft de kennis natuurlijk niet in huis. Daarom hebben we W/E gevraagd om voor ons onderzoek te doen. Inmiddels zijn de andere partijen ook aangesloten en is het een beetje in een stroomversnelling geraakt. Dat is heel leuk om te zien. Je loopt best gauw tegen dingen aan waar je andere partijen bij nodig hebt. Deze proeftuin is bij uitstek de kans om samen op onderzoek uit te gaan.

Wat leer je hiervan?

Heel veel. We leren hoe de technische en fysieke kant van zo’n transitie in elkaar zit. Hoe je bijvoorbeeld verschillende trajecten (rioolvervanging en aanleg warmtenet) op elkaar afstemt en waar je dingen kunt combineren. Hoe ga je om met het aansluiten van de oude bouw en de nieuwe woningen? Hoe zit het financieel in elkaar en wat betekent het voor de betaalbaarheid van warmte voor onze huurders. Dat is uiteindelijk het belangrijkste; wat betekent het voor de huurder? En hoe krijg je die enthousiast voor iets dat toch eigenlijk wel een abstract verhaal is. Energietransitie, een warmtenet. Het is voor veel mensen nog een ver van je bed show. Maar het is wel heel belangrijk dat je de bewoners hierin meekrijgt.

Wat we ook met W/E nog verder willen onderzoeken is wat de opties zijn die we hebben voor een warmtenet. We willen graag naar mogelijke alternatieven kijken zoals verschillende exploitatie modellen en bronnen. Ik denk dat we van dat onderzoek ook weer heel veel kunnen leren.

Wil je tot slot nog iets meegeven aan corporaties die ook aan de slag willen gaan?

Het is een ingewikkeld onderwerp. De gemeente heeft de antwoorden nog niet, de corporaties ook niet. Het vraagt wel wat doorzettingsvermogen en vertrouwen in elkaar dat het gaat lukken. Ga niet om die reden afwachten, want dan blijf je maar stil staan. Zoek naar gezamenlijke ambitie om aan de slag te gaan. We krijgen pas iets op gang door te gaan doen. Je moet af en toe ook maar gewoon ergens induiken met elkaar.

Cees Leenaerts maakt TOjuli inzichtelijk tijdens thuiscongres van Lente-Akkoord

Op 26 mei sprak collega Cees Leenaerts tijdens het thuiscongres ‘BENG! ZO DOE JE DAT’ van het Lente-Akkoord. Tijdens dit congres leert u alles wat u moet weten over BENG als u werkt bij een ontwikkelaar, bouwer of woningcorporatie. Cees Leenaerts focuste in zijn sessie op  TOjuli, een nieuwe eis die het risico op oververhitting in woningen moet beperken.

Oververhitting in een woning is niet goed voor de gezondheid en het comfort van de bewoners. De nieuwste huizen zijn zo goed geïsoleerd dat vooral in de zomer hittestress kan optreden, omdat de warmte niet uit het gebouw kan. Daarom is BENG uitgebreid met een temperatuuroverschrijdingseis, ook wel TOjuli genoemd. Cees maakt tijdens zijn presentatie inzichtelijk wat de invloed is van specifieke maatregelen op de temperatuuroverschrijding.

TOjuli

De kans op temperatuuroverschrijding wordt aangeduid door het TOjuli-getal. Vanaf  1 januari 2021 mag een vergunning voor de bouw van woningen pas worden verleend als de grenswaarde van 1,0 niet wordt overschreden. Als dit wel gebeurt dan moet de initiatiefnemer maatregelen nemen zodat wel aan deze grenswaarde wordt voldaan of met een dynamische GTO-berekening (gewogen temperatuuroverschrijdingsuren) laten zien dat de oververhitting beperkt is tot maximaal 450 GTO-uren. De regels gelden alleen voor nieuwbouwwoningen zonder actief koelsysteem.

Toepassingen

Bouwers moeten al in de ontwerpfase rekening houden met oververhitting en de TOjuli eis. Er zijn verschillende maatregelen die gebruikt kunnen worden om oververhitting te voorkomen. Naast zonwering en spuiventilatie kun je denken aan geveloriëntatie, raamgroottes, overstekken en koeling via de warmtepomp. Spuiventilatie, en dan met name zomernachtventilatie, is met name bruikbaar bij zware traditionele (beton)bouw. Met nachtventilatieluiken kan koele lucht ‘s nachts de woning in, terwijl deze luiken ook inbraak-, regen- en insectenwerend zijn. Voor lichte (houtskelet)bouw is een automatisch regelsysteem voor deze ventilatieluiken efficiënt. Zolang het buiten koeler is dan binnen laten ze lucht binnen, zodra het buiten warmer wordt dan binnen gaat de ventilatie weer dicht.

Je kunt de presentatie van Cees Leenaerts  over TOjuli tijdens het BENG! ZO DOE JE DAT’ van het Lente-Akkoord hieronder terugkijken.

W/E geeft advies

Heb je advies nodig over hoe je jouw nieuwbouwproject kunt laten voldoen aan de TOjuli eis? Wij helpen je graag! Je kunt ons bereiken op 030 677 8777  of via w-e@w-e.nl.

Integrale Transitievisie 1.0 Venlo vastgesteld

De gemeente Venlo geeft als Cradle2Cradle gemeente het goede voorbeeld als het gaat om het verbinden van de verschillende verduurzamingsopgaven. De energietransitie vormt een natuurlijk moment om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren en circulariteit en klimaatadaptatie daarin mee te nemen. De Transitievisie 1.0 is in april door de Venlose gemeenteraad vastgesteld. W/E adviseurs ondersteunt het programmateam op weg naar een definitieve Transitievisie Gebouwde Omgeving.

Integrale kijk op de wijk

Het integraal verduurzamen van Venlo wordt concreet in het wijkuitvoeringsplan. Integraal een wijk verduurzamen, hoe doe je dat? Het begint met het identificeren van de knelpunten en kansen op verschillende niveaus: gemeente, gebied, gebouw en gedrag. De visie van de gemeente Venlo vertaalt zich naar de wijk (gebied). Er wordt gekeken welke integrale aanpak het best werkt voor de buurt. In de wijk zijn bijvoorbeeld verschillende scenario’s voor duurzame warmtevoorziening opgesteld, dit kan een midden-temperatuur warmtenet zijn. De straten moeten hiervoor open, dit creëert de kans om ook meteen groeiplaatsen voor bomen in te richten. Bewoners van Venlo zijn bij iedere stap betrokken en scherpen de prioritering aan. Het succes valt of staat door het samenwerken met de juiste partijen, zodat de planning op elkaar aansluit.

Circulariteit meetbaar maken

W/E adviseurs kiest ervoor om circulariteit meetbaar en bespreekbaar te maken, waarbij we gebruik maken van de beschikbare instrumenten. Hierin volgen we de lijn die het ministerie van BZK heeft uitgezet, met MPG (MilieuPrestatie van Gebouwen) als basis. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het is de som van de schaduwkosten van alle toegepaste materialen. Hierbij wordt rekening gehouden met materialen die vervangen worden tijdens de levensduur van het gebouw.

Gemeente Venlo gebruikt GPR Gebouw om duurzaamheidsprofielen per wijk op te stellen, op basis van GPR berekeningen voor de meest veelvoorkomende woningtypes. Voor de eerste gas(t)vrije wijk in Venlo zijn er GPR berekeningen voor referentiegebouwen in verschillende warmtescenario’s. Zo is er aan de hand van brede duurzaamheidsthema’s (energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde) een objectieve vergelijking mogelijk tussen een warmtenetscenario of all electric. 

Circulariteit is meer dan circulair bouwen

Voor de C2C-gemeente gaat circulariteit over meer dan circulair bouwen. In de wijk Hagerhof Oost kunnen bewoners straks een kijkje nemen in de ‘Woning van Morgen’. Hoe ziet een gasloze modelwoning eruit? Wat is er anders, wat is hetzelfde? In de Woning van Morgen gaan bewoners in gesprek met elkaar en doen ze inspiratie op over verschillende aspecten van duurzaam wonen: van het koken op een inductieplaat tot het vergroenen van een tuin. Samen werken we aan het Venlo van morgen. Venlo zet de groene knop om!

Blijf op de hoogte van het project via de website van Morgen in Venlo en de gemeente.

Circulair inkopen: hoe doet de gemeente Purmerend dat?

Circulariteit speelt een belangrijke rol in het inkoopbeleid van gemeenten. Ambities zijn groot, maar waar begin je als je circulair wil inkopen? Strategisch inkoopadviseur en aanspreekpunt voor het ruimtelijk domein van de gemeente Purmerend Jules Boterman neemt ons mee naar zijn gemeente en vertelt over hoe hij zich daar bezig houdt met circulair inkopen.

Circulariteit concreet maken

Voor de gemeente Purmerend vormt circulariteit een belangrijk speerpunt bij inkoop en aanbestedingen. Het college heeft de intentieverklaring circulair inkopen van de MRA getekend. De gemeente werkt dan ook aan het integreren van circulariteit als een vast onderdeel van hun inkoopbeleid. Met de intentieverklaring zeggen de MRA-partners dat ze in 2022 minstens 10% van inkopen met directe invloed (leveringen en werken) circulair inkopen. In 2025 moet dit zijn opgelopen tot 50%. Daarna wordt gekeken hoe de overheden zo snel mogelijk naar 100% circulair inkopen kunnen komen.

“Samen moeten we zorgen dat dit meer handen en voeten krijgt in de organisatie. Dat is nog niet zo makkelijk. Idealiter zouden we een materiedeskundige in huis willen hebben die handvatten aanreikt bij inkooptrajecten waar circulariteit een belangrijk aspect is. Nu pakken we het veelal zelf op en moeten we zelf zorgen dat er aandacht aan het thema wordt besteed door de projectleider.” Boterman ziet wel veel kansen om dit proces te verbeteren. ” Het mooiste zou zijn als circulariteit een standaard onderdeel is van elke inkoopaanvraag. Het is vooral heel belangrijk om het concreet te maken. Een materiedeskundige kan advies op maat geven, want het is wel goed als er een zekere mate van flexibiliteit in blijft.” Het concreet en meetbaar maken van circulariteit in het inkoopvraagstuk hebben ze in de gemeente Purmerend bijvoorbeeld gedaan door gebruik te maken van GPR Gebouw.

Tijdelijke woningen

Dat gebeurde onder andere bij een project waar 200 tijdelijke woningen gebouwd moesten worden in de gemeente. “Er was een maatschappelijke behoefte om huisvesting te creëren voor kwetsbare groepen. Naast uitstraling waren duurzaamheid en circulariteit de belangrijkste onderdelen waarop de inschrijvingen beoordeeld werden. We wilden niet alleen voor mooie ambities gaan, maar het echt meetbaar maken. Toen kwamen we op GPR Gebouw uit. Deze tool maakt het mogelijk prestaties te vragen die meetbaar en verifieerbaar zijn. Circulariteit vormt een belangrijk onderdeel van de berekening en wordt daardoor ook concreet. Wij hebben er wel voor gekozen om de berekeningen van de GPR expert nog extra te laten doorrekenen, zodat we er zeker waren van dat de scores ook waargemaakt konden worden.” Inmiddels is de eerste locatie van de tijdelijke woningen aan de Kanaaldijk opgeleverd, de andere woningen volgen nog.

Circulariteit meetbaar maken

Ook voor de gemeente Purmerend zal in de komende jaren duurzaamheid en circulariteit een steeds belangrijker onderdeel worden van het beoordelingsproces. Nu al is het mogelijk specifieke scores uit een GPR Gebouwberekening over te nemen in een model waarmee de circulariteitsprestatie van een gebouw (CPG) wordt berekend. Deze aanvullende module, die gratis te gebruiken is binnen GPR Gebouw, is ontwikkeld met meerdere experts en is een eerste stap naar het meetbaar maken van circulariteit van gebouwen.

W/E adviseurs werkt samen met veel andere partijen die verenigd zijn in het Platform CB23 aan een gevalideerde meetmethode voor circulair bouwen. Via de website van CB23 kunt u de ontwikkelingen volgen en feedback geven op producten die in ontwikkeling zijn. Zo werken we samen aan de ontwikkeling van een circulaire bouweconomie.

Nieuwe bouweisen vragen om integrale duurzaamheidsaanpak gemeenten

De eisen die de overheid stelt aan bouwwerken zijn in beweging. De energieprestatie wordt steeds verder aangescherpt en per 1 januari 2021 is BENG de nieuwe norm en vervangt daarmee de Energieprestatie Gebouw (EPG). Daarnaast is de Milieuprestatie van een Gebouw (MPG) geïntroduceerd, die binnenkort weer aangescherpt wordt. Was in het verleden het thema energie vooral leidend, door deze nieuwe eisen neemt de aandacht voor circulariteit en klimaatadaptatie enorm toe. Hoe vertaal je deze eisen als gemeente naar prestaties en hoe maak je ze werkbaar?

Veel beleid is nog gebaseerd op ambities van enkele jaren geleden. De ambities die in dat beleid zijn opgenomen zijn vaak vertaald naar prestaties. Hiervoor gebruiken veel gemeenten GPR Gebouw en soms ook BREEAM. De prestaties die in het beleid zijn vastgesteld blijken in veel gevallen achterhaald. Daardoor lopen beleid en uitvoering niet meer synchroon.

Actualisatie 

W/E adviseurs werkt voor meerdere gemeenten aan het actualiseren van het duurzaam bouwen beleid. We inventariseren welke successen er al zijn geboekt en hoe de huidige uitgangspunten zijn omschreven, maar ook hoe ze in de praktijk worden toegepast.

Van groot belang is het bepalen van prestaties die aansluiten bij de actuele ontwikkelingen. Voor GPR geldt dat een score van gemiddeld 7 niet meer voldoet aan het niveau van het huidige Bouwbesluit. Daarom vertalen we de huidige ambities naar mogelijke prestaties die daarbij horen. Ook betrekken we meerdere afdelingen bij het uitwerken van het nieuwe duurzaam bouwen beleid. Het geeft inzicht en levert een grotere betrokkenheid op van stedenbouwkundigen, projectleiders, vastgoedmedewerkers en vergunningverleners. Daarmee vergroten we de slaagkans van het beleid, omdat het breder gedragen wordt. Ook externe partijen, zoals woningcorporaties en ontwikkelaars die in de gemeente actief zijn, kunnen input leveren. Hun kennis is relevant, want zij hebben praktijkervaring waar veel van geleerd kan worden. Hun betrokkenheid bij de beleidsontwikkeling biedt daarnaast ook meer kansen voor het werkbaar krijgen van het beleid.

Integrale duurzaamheidsaanpak

De thema’s circulair bouwen, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit worden steeds belangrijker. Het zijn thema’s die zich de komende jaren blijven ontwikkelen. W/E adviseurs is betrokken bij het ontwikkelen van een meetmethode voor circulair bouwen. Dit doen we samen met veel andere deskundigen die verenigd zijn het Platform CB23. 

Op dit moment is het al mogelijk om met behulp van GPR Gebouw een goede indicatie te krijgen van de mate van circulariteit van het gebouw. Met GPR Gebouw is het mogelijk duurzaamheid van gebouwen in rapportcijfers uit te drukken. Daarbij komen alle thema’s aan de orde die relevant zijn, zoals energie, materialen en hergebruik. Maar het instrument gaat ook in op thema’s zoals gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Daarmee ontstaat een integraal prestatieprofiel van een gebouw.

Het thema circulariteit is vertaald in 5 hoofdstrategieën:

  • benut het beschikbare
  • gebruik het hernieuwbare
  • beperk de milieubelasting van materialen
  • creëer voorwaarden voor een lange cyclus
  • creëer voorwaarden voor een toekomstige cyclus

Per hoofdstrategie is een relatie gevonden met deelscores van de GPR-berekening. Zo vinden we in de GPR-berekening het onderdeel circulair materiaal gebruik. En de MPG-score zegt iets over de milieubelasting van materialen. Door deze deelscores in te vullen in een eenvoudig rekenmodel ontstaat een score voor circulariteit. Dit model heet de Circulariteitsprestatie van een Gebouw (CPG) en drukt de mate van circulariteit uit in scores tussen 1 en 10.

Dit model biedt een uitstekend hulpmiddel bij het bespreekbaar maken van het thema circulariteit. Het levert een gemeenschappelijk beeld op en helpt bij het bepalen van accenten: meer richten op het gebruik van beschikbare materialen of vooral aandacht besteden aan de wijze waarop materialen worden verbonden met het oog op toekomstig hergebruik ervan? Dit zijn cruciale vragen die aan het begin van een ontwerpproces besproken moeten worden.

In diverse aanbestedingen hebben we de CPG als beoordelingscriterium opgenomen. Dit leidt tot interessante en uitvoerbare oplossingen. Daarmee biedt de CPG een mogelijkheid om het thema circulair bouwen in het beleid concreet te maken.

Picture created by freepik – www.freepik.com

MIA regeling maakt circulair bouwen voor corporaties aantrekkelijk!

Woningcorporaties kunnen bij het realiseren van woningen met een circulaire bouwbenadering gebruik maken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) regeling. Met deze regeling profiteren ze van een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst. Het voordeel kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag.

De investering in de bouw van circulaire woningen komt voor ten hoogste €1200 per vierkante meter bruto vloeroppervlakte in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Die aftrek komt bovenop de gebruikelijke investeringsaftrek. Zowel onderzoekskosten (bijvoorbeeld berekeningen) als de investering in de circulaire woning mogen worden meegenomen in de regeling.

Kennis delen over circulair bouwen

Bijzonder aan deze regeling is dat de focus ligt op stimulering van kennisdeling in plaats van reguliere oplevereisen. Bedoeld is dat er ervaring wordt opgedaan met MilieuPrestatie berekeningen van gebouwen (MPG) op basis van een circulaire bouwbenadering. Projectgegevens zullen uiteindelijk worden gepubliceerd op het ‘podium’ van RVO.

Milieuprestatie Gebouwen berekening

Voorwaarde is dat corporaties bij de aanvraag een berekening van een MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) op basis van de bepalingsmethode en rekenregels van de MPG en Nationale Milieu Database (NMD) versie 3.0 aanlevert. Deze MPG-berekening is met GPR Gebouw te maken. W/E adviseurs kan de berekeningen volgens gevraagd format aanleveren en ondersteunen bij de aanvraag. GPR Gebouw is een door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodiek voor 2020.

W/E geeft advies

Interessant om samen te onderzoeken of u gebruik kunt maken van deze regeling? Neem dan contact op met Thijs Kurstjens, sectorspecialist corporaties, op kurstjens@w-e.nl.

Neem voor meer informatie over de MIA regeling een kijkje op de website van RVO Nederland.

Subsidieregeling Renovatieversneller ondersteunt corporaties bij verduurzaming woningen

Vanaf eind juni is het mogelijk om via het programma de renovatieversneller subsidie aan te vragen voor het verduurzamen van woningen. De subsidie is gericht op corporaties en marktpartijen en stimuleert de samenwerking tussen deze partijen. “Het is een van de grootste uitdagingen de komende jaren: alle woningen CO2-neutraal krijgen in 2050. Een ding is duidelijk: corporaties kunnen het niet alleen. Optrekken met collega-corporaties en marktpartijen is noodzakelijk”, aldus de organisatie.

De subsidieregeling wordt de komende jaren aangepast op basis van ervaringen. W/E adviseurs heeft voor u de belangrijkste informatie op een rijtje gezet.

Renovatieversneller

Allereerst: wat is de Renovatieversneller eigenlijk? Het is een programma van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Aedes, Techniek Nederland en Bouwend Nederland. Het programma is een onderdeel van de Startmotor uit het Klimaatakkoord. Het doel van de Startmotor is om 100.000 woningen tussen 2019 en 2023 aardgasvrij (ready) te maken.

Naast de subsidieregeling biedt de Renovatieversneller ook een ondersteuningsprogramma aan. Ze bieden onder meer hulp bij het opzetten van de samenwerkingen tussen corporaties en marktpartijen.

De subsidie

Als er een netto warmtevraag van 50 tot 70 kWh/m² per jaar wordt gerealiseerd dan is de subsidie €3.000 bij een eengezinswoning en €2000 bij een meergezinswoning. Als er een lagere netto warmtevraag wordt gerealiseerd van minder dan 50 kWh/m² dan is de subsidie €7000 voor een eengezinswoning en €4000 voor een meergezinswoning. Het budget voor de Renovatieversneller is voor 2020 en 2021 €20 miljoen per jaar. In 2022 en 2023 loopt dit op naar €30 miljoen per jaar. De hoogte van de subsidie is maximaal €7,5 miljoen per woningeigenaar, max. €10 miljoen per project. Naast de subsidieregeling van de Renovatieversneller is het ook mogelijk om via de ISDE subsidie aan te vragen.

Voorwaarden

Aan de subsidieregeling zitten een aantal voorwaarden verbonden:

  • De aanvrager is een consortium van vraag en aanbod: woningeigenaren (corporaties/VvEs/commerciële verhuurders: minstens 50 woningen per eigenaar), aanbieders (minstens 1 MKB bedrijf). Het consortium moet uit ten minste 2 woningeigenaren bestaan en de minimale projectgrootte is 150 woningen. Bij meer woningen worden er meer punten toegekend bij de beoordeling.
  • Er dient een verklaring onder de subsidieaanvraag te liggen waarin het consortium verklaart met elkaar in zee te gaan bij toekenning subsidie.
  • Gespikkeld bezit komt in aanmerking.
  • De subsidie is alleen bedoeld voor woningen tot 1995.
  • Renovatie moet uitgevoerd worden met een standaard maatregelenpakket toegepast op alle woningen binnen het project. Standaard maatregelpakketten bestaan uit energiebesparende maatregelen en/of duurzame installaties.
  • De netto warmtevraag van de woningen dient maximaal 70 kWh/m2 per jaar te zijn, een hogere subsidie wordt gegeven voor een warmtevraag beneden 50 kWh/m2.
  • Een project moet binnen 2 jaar na toekenning starten en moet binnen 3 jaar na start gereed zijn.

Beoordelingscriteria

De aanvragen worden beoordeelt op verschillende punten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de omvang van het project (35 punten), het opschalingspotentieel ( 20 punten), de mate van vernieuwing (20 punten) en de verwachtte kostendaling (25 punten). Ook wordt er gekeken naar hoe er met de huurder voor, tijdens en na de renovatie wordt omgegaan.

Ga naar de website van de Renovatieversneller voor meer informatie.