Twee nieuwe medewerkers voor W/E adviseurs

W/E adviseurs blijft groeien!

Met de start van het nieuwe jaar, verwelkomen we bij W/E niet alleen de mooie kansen en projecten voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, we verwelkomen in het bijzonder onze nieuwe collega’s Faye Best en Edo Janssen!

Faye is recent afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de Master “Energy Science” op de onderwerpen warmtetransitie voor de stad Utrecht en intelligent elektriciteitsnetwerkbeheer voor Alliander en heeft tevens ervaring als projectleider duurzaamheid bij de gemeente Zaanstad. Als onderzoeker gaat zij bij W/E o.a. aan de slag binnen het kersverse data-gilde waar haar kennis en analytische kwaliteiten onze organisatie zeker zullen versterken.

Edo vult onze duurzaam groeiende organisatie uitstekend aan binnen de financiële administratie. Van data-entry tot jaarrekening, als ervaren administratieve duizendpoot draait hij er zijn hand niet voor om. Hij ziet het als uitdaging om financiële processen te automatiseren en te verbeteren.

Cursus duurzaam beheer, renovatie en onderhoud van woningen

PAOTM-OTB/ TU Delft geeft dit voorjaar een 4-daagse cursus Duurzaam beheer, renovatie en onderhoud van woningen: op 4 en 5 maart, 1 en 2 april 2020. W/E adviseurs levert hieraan een bijdrage.

Het is niet de vraag óf de woningvoorraad van woningcorporaties duurzamer moet worden, maar hoe we deze ambitie realiseren. Nederland heeft een ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Veel gemeenten willen dit al vijf of tien jaar eerder bereiken. Dat betekent dat woningcorporaties fors moeten investeren en goede keuzes moeten maken. Duurzaamheid gaat bovendien om veel meer dan energiebesparing, het gaat tevens om gezonde woningen met toekomstwaarde en duurzaam circulair materiaalgebruik.

Tijdens deze cursus krijgt u meer kennis over een breed scala aan onderwerpen rondom duurzaam beheer, renovatie en onderhoud van woningen. U krijgt handvatten om de duurzaamheidsopgave vorm te geven, samen met andere betrokkenen zoals vastgoed- en energiebedrijven en huurders.

Thema’s

Thema’s die aan de orde komen, zijn onder meer het overheidsbeleid, het assetmanagement van de corporatie en keuzes voor (stapsgewijs) renoveren, de wegen naar gasvrij wonen, keuzevrijheid en participatie van bewoners, bewonersgedrag en energiegebruik, financiering en betaalbaarheid van duurzame maatregelen, lokaal samenwerken, duurzaam en circulair materiaalgebruik.

De cursus, die voor de vijfde keer georganiseerd wordt, is met name bestemd voor managers vastgoed, assetmanagers en medewerkers strategie, innovatie en duurzaamheid van woningcorporaties, ontwikkelaars bij bouw- en onderhoudsbedrijven, en beleidsadviseurs bij gemeenten.

Wie geeft de cursus?

PAO Techniek en Management (PAOTM) en de TU Delft (faculteit Bouwkunde – afdeling Management in the Built Environment / MBE) hebben de handen ineen geslagen voor de voortzetting van de voormalig OTB-cursussen. De cursussen gaan verder onder de naam PAOTM-OTB.
De sprekers zijn onder meer werkzaam bij de TU/Delft.  Zij hebben ruime ervaring in beleidsmatige, technische, financiële en organisatorische vraagstukken rondom duurzaam bouwen, beheren en wonen.

Thijs Kurstjens WE Adviseurs

Thijs Kurstjens WE Adviseurs

Daarnaast komen in de cursus deskundige sprekers – waaronder Thijs Kurstjens van W/E adviseurs – aan het woord, die ingaan op eigen praktijkervaringen. Thijs Kurstjens behandelt het thema duurzaam materiaalgebruik en circulariteit bij renovaties.

Het volledige programma vindt u bij PAOTM. Daar kunt u zich ook aanmelden.

Introductie GPR Vastgoed voor gemeenten op 5 maart

Gemeenten in Nederland staan voor een grote opgave: ze moeten de route afleggen naar aardgasvrij, en ook het eigen gemeentelijk bezit verduurzamen. De nieuwe applicatie GPR Vastgoed is door Stichting W/E adviseurs ontwikkeld om gemeenten en andere partijen te ondersteunen bij de transitie. Op 5 maart 2020 geeft W/E adviseurs een gratis introductie voor medewerkers van gemeenten.

Op de kaart zetten

Met de webbased applicatie GPR Vastgoed kunt u de duurzaamheidsprestaties van de gebouwde omgeving van heel Nederland letterlijk en figuurlijk op de kaart zetten. U ziet in een oogopslag hoe hoog woningen en utilitaire gebouwen in een gebied scoren op vijf duurzaamheidsthema’s: energieprestatie, milieuprestatie, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. GPR Vastgoed geeft voor elk gebouw in Nederland GPR scores op basis van voorbeeldberekeningen, uitgaande van bouwjaar en woningtype of gebruiksfunctie.

Verrijkt met veel data

Met GPR Vastgoed kunt u behalve GPR-scores van complete wijken en steden nog veel meer zien, doordat W/E adviseurs openbare data heeft toegevoegd. Zo kunt u met enkele muisklikken onder meer:
• laten zien waar gas- en (eventuele) warmteleidingen zich bevinden;
• tonen welke panden binnen de gekozen regio voldoende zon vangen voor zonnepanelen;
• het werkelijk energieverbruik (gas en elektriciteit voor kleinverbruikers) in de periode 2015 – 2018 op de kaart laten zien (op postcodeniveau);
• energielabels en energie-indexen in een gebied op de kaart zetten;
• inzichtelijk maken waar (kantoor)gebouwen met een energielabel D of slechter staan;
• inzichtelijk maken hoe groot de geluidsbelasting is van infrastructuur op bepaalde panden (bijvoorbeeld spoorwegen of Schiphol);
• laten zien waar Natura 2000 gebieden liggen en wat de stikstofbelasting in het gebied is.

Eigen data koppelen

Daarnaast kunt u eigen data koppelen aan de software. Denk daarbij aan de resultaten van routekaarten richting CO2-neutraal, of de leidraad van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast bijvoorbeeld uw voorkeursvarianten voor de warmtevoorziening. Maar ook bestaande planningen, zoals de vervanging van riolering. Als de weg toch open moet, is dat misschien het moment om ook warmtebuizen te leggen. Zo kunt u weloverwogen keuzen maken.

Introductie met lunch op 5 maart 

Ruud van Vliet

 

Pieter Nuiten

Op dinsdag 5 maart geven Ruud van Vliet en Pieter Nuiten een demonstratie van de nieuwe software GPR-Vastgoed, met daarbij een uitgebreide toelichting. De bijeenkomst vindt plaats van 10 tot 12 uur in Utrecht, in het gebouw van Het Nieuwe Kantoor (HNK) aan de Arthur van Schendelstraat 650, op loopafstand van het Centraal Station. Daarna volgt een lunch waar u ervaringen kunt uitwisselen met collega’s. Aan de bijeenkomst inclusief lunch zijn geen kosten verbonden.

Meer informatie

W/E adviseurs delen praktische tips over circulair bouwen op Duurzaam Gebouwd Congres

Dora Vancso en Michelle Stede van W/E adviseurs geven op 6 februari een presentatie op het Duurzaam Gebouwd congres, met de titel: Circulariteit: van papier naar praktijk. De adviseurs geven praktische handvatten en tips om direct aan de slag te gaan met circulair bouwen.

De Transitieagenda Circulaire Bouweconomie is erop gericht om de gehele bebouwde omgeving voor 2050 circulair te maken. Dit is een enorme opgave, die de gehele bouw- en GWW-sector uiteindelijk fundamenteel zal veranderen. Het Nationaal Transitieteam Circulaire Bouweconomie werkt in opdracht van het kabinet aan 100% circulair bouwen in 2050. Dit is een samenwerking tussen overheden, markt en kennisinstellingen. Om deze enorme opgave te bewerkstelligen, moeten we nu aan de slag. Maar hoe? W/E adviseurs wil een tipje van de sluier oplichten.

Inspiratie

De sessie bestaat uit een presentatie van W/E adviseurs waar zij de kennis, tips en tools die ze door de jaren heen hebben opgedaan als experts circulariteit met u delen. De sprekers geven onder meer vuistregels voor circulair ontwerp en uitvoering, delen een nieuwe publicatie met daarin een selectie van inspirerende circulaire producten en diensten voor de bouw en GWW, laten praktische instrumenten zien en vertellen over innovatieve case-studies.

Michelle Stede

 

 

 

 

 

 

 

 

Michelle Stede is adviseur en expert duurzaamheid bij W/E adviseurs. Als kind aan huis bij gemeenten en woningcorporaties, houdt ze zich bezig met het verduurzamen van hun woningvoorraad en treedt ze op als trekker circulaire economie.

Dora Vancso

Dora Vancso is adviseur en expert circulariteit bij W/E adviseurs. Met een achtergrond in het onderzoek zet ze circulaire ideeën om in praktische uitvoering.

Breder dan hergebruik

De sessie van W/E adviseurs sluit aan en is een samenwerking met de sessie ‘Circulaire Bouweconomie: Uitvoeringsprogramma van het Transitieteam en het 10-R-model’ van Irma Thijssen en Thomas Wellink, adviseurs Duurzaam Bouwen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Die sessie bestaat uit een presentatie van het Uitvoeringsprogramma 2020 van het Transitieteam, onder meer over opdrachtgeverschap, de MPG en het Materialenpaspoort, de MIA\Vamil, en recente onderzoeken naar losmaakbaarheid en de potentie van biobased materialen. Gevolgd door een presentatie over de nieuwe publicatie ‘Winst maken met kringlopen’ over het 10-R-model, circulaire businessmodellen, interviews, praktische instrumenten en zo’n 25 praktijkvoorbeelden. Circulair bouwen wordt vaak geassocieerd met hergebruik, maar heeft een veel bredere scope!

 

Meer informatie over het programma vindt u hier.

 

Kennisbijeenkomst 4 februari over circulair verbouwen

In de week van de circulaire economie organiseert WatKostDebouwVanEenHuurwoning  een kennisbijeenkomst over circulair bouwen. De bijeenkomst vindt plaats in Amersfoort op 4 februari 2020. Thijs Kurstjens en Dora Vancso van W/E verzorgen samen één van de presentaties.

Veel corporaties zijn of willen aan de slag met circulariteit in nieuwbouw en woningverbetering. De eerste concrete plannen zijn reeds in ontwikkeling en afgerond. Wat zijn de ervaringen van de voorlopers?

Ervaringen delen

Centraal tijdens de kennisbijeenkomst staan de concrete projecten van corporaties die al wat langer aan de slag zijn met circulariteit. Woonbedrijf, Wonion, HEEMwonen en de Alliantie zullen hun ervaringen delen.

W/E adviseurs sluit het programma af met praktische tips waar u morgen mee kunt beginnen.

Meer informatie en aanmelden, klik hier.

 

Cees Leenaerts van W/E adviseurs geeft toelichting TOjuli op bijeenkomst Lente-akkoord

Op 19 november organiseerde het Lente-akkoord een ZEN Platformbijeenkomst in het teken van oververhitting. ZEN staat voor Zeer Energiezuinige Nieuwbouw. Cees Leenaerts van W/E adviseurs was een van de sprekers. Hij gaf onder meer een toelichting op het onderzoek dat W/E adviseurs verrichtte voor het ministerie van BZK. 

Naast drie nieuwe eisen voor BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) is er door BZK onlangs een grenswaarde voor temperatuuroverschrijding vastgesteld, op basis van onderzoek van W/E adviseurs. Nieuwbouwwoningen zonder actieve koeling dienen aan deze grenswaarde te voldoen. De nieuwste huizen zijn zo goed geïsoleerd dat vooral in de zomer hittestress kan optreden.

TO-juli

Cees Leenaerts gaf een toelichting op de gebouwsimulatieberekeningen die W/E heeft uitgevoerd, en naast het indicatiegetal TOjuli heeft gehouden dat de nieuwe BENG norm NTA 8800 berekent. Bij die berekeningen zijn tal van data gebruikt, tot aan uurlijkse KNMI-gegevens toe. Daarnaast is onderzocht wat de effecten zijn van diverse maatregelen tegen oververhitting van woningen, zoals zonwering, zonwerend glas en spui-ventilatie. Dit heeft geleid tot het advies aan BZK over een nieuwe zomercomfort eis, in de vorm van een maximaal toelaatbare waarde voor TOjuli.

ir. Cees Leenaerts

Duidelijk is dat bouwers al in de ontwerpfase rekening moeten gaan houden met oververhitting en de TOjuli eis. Naast zonwering en spuiventilatie valt de denken aan geveloriëntatie, raamgroottes, overstekken en koeling door de warmtepomp. Spuiventilatie, en dan met name zomernachtventilatie, is vooral zinvol bij zware traditionele (beton)bouw. Met nachtventilatieluiken kan koele lucht ‘s nachts de woning in, terwijl deze luiken ook inbraak-, regen- en insectenwerend zijn. Voor lichte (houtskelet)bouw is een extra voorziening aan te raden: een automatisch regelsysteem voor de deze ventilatieluiken. Zolang het buiten koeler is dan buiten staan laten ze lucht binnen, zodra het buiten warmer wordt dan binnen gaat het weer dicht.

Daarnaast presenteerde Harm Valk (Nieman RI) de doorrekeningen van de definitieve BENG-eisen op 12 praktijkprojecten. Ook heeft hij de TOjuli voor deze woningen doorgerekend. Claudia Bouwens van Lenteakkoord en Atze Boerstra (BBA) gingen in op een onderzoek onder bewoners van energiezuinige nieuwbouw, met name naar de ervaringen met comfort. Carl-peter Goossen (DNA in de Bouw) besprak een ontwerptool om nieuwbouwwoningen koel te houden.

Meer informatie

  • Meer informatie over de grenswaarde voor temperatuuroverschrijding: W/E adviseurs Pieter Nuiten en Cees Leenaerts.
  • Binnenkort verschijnt het verslag over de ZEN-platformbijeenkomst op de website van LenteAkkoord.

 

Circulair bouwen: Rapport losmaakbaarheid beschikbaar

Dit najaar is de circulaire meetmethodiek voor losmaakbaarheid gelanceerd. Losmaakbaarheid is één van de thema’s binnen circulair bouwen. De nieuwe meetmethodiek is in opdracht van RVO ontwikkeld door Alba Concepts, DGBC en W/E adviseurs. Het eindrapport is nu beschikbaar.

“Het hogere doel is om de elementen binnen een gebouw op een zo hoogwaardig mogelijke manier te kunnen hergebruiken. Losmaakbaarheid is dan de randvoorwaarde”, aldus Mike van Vliet van Alba Concepts tijdens de lancering. Hij legde uit dat binnen de tool daarom een focus ligt op de technische losmaakbaarheid. Met de methodiek krijgen gebruikers op een relatief eenvoudige manier een totaalindruk van de losmaakbaarheid van de elementen in een gebouw. De losmaakbaarheid wordt uitgedrukt in een percentage: de losmaakbaarheidsindex.

 

Presentatie David Anink

Vijf gebouwen zijn inmiddels doorgerekend met de tool, en de ervaringen ermee zijn goed. Eén en ander werd toegelicht tijdens de presentatie. David Anink van W/E Adviseurs is blij met de tool, en heeft daarnaast nog suggesties voor verbeteringen.  “De vraag is of losmaakbaarheid als losse uitkomst zinvol is. Losmaakbaarheid is alleen relevant voor elementen die nog een restwaarde hebben. Een suggestie is om eerst een selectie te maken op basis van  de hergebruikswaarde. Om die te bepalen zou in eerste instantie de restlevensduur gebruikt kunnen worden?”

Experimenteren en lef tonen

Elphi Nelissen, voorzitter van het Transitieteam Circulaire Bouwagenda benadrukte dat het tempo omhoog moet om de ambitie om 2050 circulair te zijn te behalen. Anderzijds zijn er mooie stappen gemaakt volgens de hoogleraar: “Circulariteit is nu top of mind”

Algemene conclusie van deze bijeenkomst: dit rapport biedt weer nieuwe handvatten, maar nu moeten we ermee aan de slag. Wat daarvoor nodig is? Experimenteren en lef tonen.

Meer informatie

BENG én MPG, is bouwen nog wel mogelijk

De eisen aan nieuwbouw worden steeds strenger. Naast BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt ook de Milieuprestatie-eis (MPG) aangescherpt. Is bouwen nog wel mogelijk, vragen John Mak en David Anink van W/E adviseurs zich af in een artikel voor de Nationale Milieu Database.

Het antwoord is ja, dat kan, maar niet zonder nadenken. De interactie tussen energie en milieu maakt dat een focus op of alleen de energieprestatie- of alleen de milieuprestatie al snel tot een suboptimaal resultaat kan leiden. Een ontwerp- en realisatieproces met vanaf de start oog voor beide prestaties is gewenst.

Situatie BENG en MPG tot nu toe

Sinds de invoering van energieprestatienormering in het Bouwbesluit in 1995 heeft de nadruk bij duurzaam bouwen op de vierde pijler van het Bouwbesluit, Energie, gelegen. Onhaalbaar geachte eisen bleken elke keer weer haalbaar. De komende eis bleek steeds de trigger voor de markt, met nieuwe producten en energieconcepten en gebouwontwerpen.

In januari 2013 is er een eis bijgekomen, de milieuprestatie-eis (MPG). Hiermee is de vijfde pijler, Milieu, ingevuld. In eerste instantie betrof het alleen de aanlevering van een MPG-berekening bij de omgevingsvergunningsaanvraag van woon- en kantoorgebouwen. Sinds januari 2018 is er ook de maximaal toelaatbare waarde van 1,0. Deze eis bleek echter dusdanig makkelijk haalbaar dat de gebouwen eigenlijk altijd voldoen.

De druk komt op de ketel

Binnen enkele jaren heeft duurzaamheid, met de aandacht voor klimaat en circulariteit/grondstoffen, een niet te negeren positie verworven. Er staan 2 relevante ontwikkelingen op stapel. Eén met betrekking tot BENG, de andere met betrekking tot MPG.

Vanaf 1 juli 2020 gaan er voor het bepalen van de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen (afgekort BENG) drie eisen gelden:

  1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

De invulling van de BENG-eisen is onderwerp van veel onderzoek en discussie, en moet in de loop van 2019 door het Rijk worden vastgesteld.

Naar verwachting 2021 zal de MPG-eis van 1.0 aangescherpt worden. Dit onder andere omdat de MPG als belangrijk instrument wordt gezien om de circulaire bouw te stimuleren. Wat sommigen zorgen baart is dat BENG en MPG min of meer als communicerende vaten werken. Om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen worden zijn bijvoorbeeld extra isolatie, grotere installaties of meer zonnepanelen nodig, wat er toe leidt dat de MPG hoger wordt. Maar ook als men de energie van buiten het gebouw haalt heeft dit gevolgen voor de MPG. Als bij warmtelevering gebruikt gemaakt wordt van fossiele bronnen zal dit met extra zonnepanelen gecompenseerd moeten worden om aan BENG3 te kunnen voldoen. Ook wordt bij externe levering een forfaitaire waarde per kWh elektriciteit of MJ warmte meegerekend. Bij een scherpere MPG-eis kan dit alles tot problemen gaan leiden.

Is het allemaal nog wel haalbaar?

Als bij het ontwerpen alleen rekening wordt gehouden met het behalen van de energie-eis, dan kunnen er inderdaad problemen ontstaan met de MPG-eis. Maakt men aan het eind van het ontwerpproces nog snel even de obligate MPG-berekening, dan zal die wel eens te hoog kunnen uitvallen. Even snel wat andere materialen kiezen biedt dan vaak onvoldoende soelaas. Gaat men vanaf de begin van het ontwerpproces met oog voor zowel de energie- als de milieuprestatie aan de slag, dan zullen de problemen veel minder snel ontstaan. Een integrale benadering is nodig. Energie en Milieu zijn veelal communicerende vaten, zoals de afbeelding laat zien.

Met het bovenstaande in het achterhoofd wordt bij het vaststellen van de nieuwe eisen gezocht naar de balans tussen stimulerende eisen en haalbaarheid in de praktijk. De BENG-eisen liggen inmiddels vast en voor de MPG-eis heeft Stichting Bouwkwaliteit een onderzoek laten uitvoeren door W/E adviseurs. In dit onderzoek zijn de te verwachten MPG-scores van de komende nieuwbouw van woningen en woongebouwen en kantoorgebouwen in beeld gebracht. Dit inzicht zal door het ministerie van BZK gebruikt worden bij het vaststellen van een optimale MPG-grenswaarde in het Bouwbesluit.

De basis bij dit onderzoek vormde 9 referentie woon- en kantoorgebouwen, die representatief worden geacht voor de Nederlandse nieuwbouw. Bij alle gebouwen was gasloos en het voldoen aan de toekomstige BENG-eisen (eisen juni 2019 en volgens NTA 8088) het uitgangspunt. De bijbehorende materialisatie is gebruikt om MPG-berekeningen te maken. Een zeer goede schilisolatie is als standaard uitgangspunt aangehouden om aan de BENG 1-eis te voldoen: triple beglazing en RC-waarde vloer/gevel/dak is respectievelijk 5/7/8 m2K/W.

Vervolgens is op elk referentiegebouw een groot aantal varianten opgesteld. Hierbij is gevarieerd op vormfactoren (m2 BVO, de verhouding geveloppervlakte/m2 BVO en de verhouding open/dichte gevel) en materialisatie (bouwmethode, materiaalkeuze, energieconcept). Ook vele combinaties zijn bekeken. Uiteindelijk zijn ruim 1000 woningen en woongebouwen en bijna 500 kantoorgebouwen met het gevalideerde rekentool GPR Bouwbesluit doorgerekend.

Meer dan 95% van alle varianten voldoet aan huidige MPG-eis


De resultaten van de doorrekeningen zijn uitgezet in een frequentieverdeling. Deze is verbeeld in de vorm van een boxplot, waarbij bepaalde percentielwaarden als markeringspunt zijn aangehouden. De 5e-percentiel is het punt in de frequentieverdeling waarbij 5% van de gebouwvarianten een lagere MPG-score heeft en 95% een hogere. De 50e-percentieel is de mediaan (oranje streep), waarbij 50% van de gebouwvarianten een lagere score heeft en 50% een hogere.

In de figuur is te zien dat de mediaan bij woningen en woongebouwen 0.58 is, en bij kantoorgebouwen 0.81. Vergeleken met de woningen en woongebouwen zijn de MPG-scores van kantoorgebouwen over het gehele bereik ruim 0.20 hoger. Eén van de verklaringen is de kortere default gebouwlevensduur, 50 in plaats van 75 jaar. Bij vergelijking van de scores met de huidige grenswaarde 1.0 (in figuur aangeduid met de blauwe stippellijn) dan blijkt dat ook het grootste deel kantoorgebouwen aan de eis te voldoen.

Bij de gebouwvarianten, die de grenswaarde 1.0 overschrijden, blijkt sprake te zijn van een combinatie van meerdere ongunstige keuzes. Bijvoorbeeld een klein BVO, relatief veel gevel per m2 BVO (niet compact ontwerp), een niet duurzame materialisatie en warmtelevering op basis van fossiele bronnen. Er zijn dus ook meerdere optimalisatiemogelijkheden. Bij een ongunstige variatie op één of meerdere parameters, is de toename in MPG bij de andere parameters meestal voldoende te compenseren.

MPG-scores van alle woningen, woongebouwen en kantoren.

Conclusies

Met de MPG is de pijler Milieu in het Bouwbesluit ingevuld. Dit naast de al veel langer geoperationaliseerde pijler Energie. De huidige MPG-grenswaarde van 1.0 blijkt zonder extra aandacht haalbaar. Die situatie gaat veranderen doordat extra bouwkundige en installatietechnische voorzieningen nodig zijn om te voldoen aan de komende BENG-eisen. Deze extra voorzieningen hebben veelal een ongunstige invloed op de MPG. Daarnaast heeft het Rijk het voornemen om de MPG-eis aan te scherpen, om zo duurzaam en circulair bouwen te stimuleren.

Gelukkig blijken MPG-scores (ruim) onder 1.0 ook onder het nieuwe BENG-regiem goed haalbaar. De negatieve invloed van één of meerdere ongunstige ontwerpkeuzen blijkt goed te compenseren met een gunstige keuze bij andere ontwerpparameters. Dit gaat echter verder dan even een ander product kiezen. Belangrijk is dat men vanaf de start van het ontwerpproces de consequenties voor de MPG in de gaten houdt om tijdig bij te kunnen sturen. Gezien de interactie met de energievoorzieningen, is hierbij een integrale benadering wenselijk.

De toenemende interactie tussen Energie en Milieu maakt duidelijk dat de pijlers in samenhang bekeken moeten worden. Het gaat bij beiden om de duurzaamheidsconsequenties van ontwerpkeuzen. Het maakt daarbij niet uit of een kg CO2veroorzaakt wordt door de keuze voor een energieconcept of een gevolg is van een materiaalkeuze. Er is voor zo’n integrale werkwijze al een methode beschikbaar, de DuurzaamheidsPrestatie Gebouw (DPG). Deze methode drukt de resultaten van de energie- en de milieuprestatieberekeningen uit in één prestatie. De DPG, ingebouwd in GPR Gebouw, maakt het voor ieder mogelijk om gericht te ontwerpen met het oog op een minimale DuurzaamheidsPrestatie.

Meer informatie over MPG en BENG

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen  met senioradviseurs John Mak en David Anink van W/E adviseurs.

Dit artikel verscheen ook bij de Nationale Milieudatabase.

Bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor circulariteit

Op 25 november vindt in Zwolle de bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor Circulariteit plaats, georganiseerd door Stichting Circulair Bouwen. Dit is een praktisch congres voor opdrachtgevers, overheden en bedrijven die nu écht met circulariteit aan de slag willen gaan. Na afloop bent u wegwijs in de wereld van circulaire tools en meetmodellen.

De urgentie is groot, de ambities zijn hoog en toch worden er nog weinig circulaire projecten in de bouw en gww gerealiseerd. Een belangrijke reden hiervoor is, dat veel opdrachtgevers, overheden en bedrijven geen eenduidig beeld hebben van wat circulair bouwen inhoudt, hoe ambities zijn te vertalen naar kwantitatieve en meetbare prestatie-eisen en hoe je gemaakte keuzes kunt verantwoorden. Dit is van groot belang voor opdrachtgevers bij de uitvraag en aanbesteding van projecten, maar een eenduidige bepaling van circulariteit is ook wenselijk voor bouwbedrijven die zich met circulaire producten en diensten willen onderscheiden.

Inmiddels is hierover meer helderheid ontstaan nu Platform CB’23 er onlangs in is geslaagd een methodiek te ontwikkelen die circulariteit praktisch meetbaar maakt. Deze methodiek biedt houvast en fungeert als onderlegger bij de op uiteenlopende doelgroepen en toepassingen toegesneden tools. Zo wordt de uniformiteit van de meetresultaten geborgd. Ook al is deze methodiek nog steeds in ontwikkeling, de basis ligt er en hierover bestaat brede consensus. U kunt er nú mee aan de slag.

W/E adviseurs over circulaire tools

Tijdens de bijeenkomst wordt u meegenomen in het proces hoe deze methodiek tot stand is gekomen, welke keuzes er aan ten grondslag liggen, tot welke onderdelen dit heeft geleid en hoe deze zich verhoudt tot de vele reeds bestaande tools (LCA, MPG, etc.).

Eén van de sprekers is senior adviseur David Anink van W/E adviseurs, expert op het gebied van milieuprestatie van gebouwen en ontwikkelaar van duurzame en circulaire tools.

Tenslotte geven we voorbeelden van toepassingen in de praktijk. We bieden ruime gelegenheid voor dialoog en het bespreken van uw eigen vragen en cases.

Informatie

Datum: 25 november 2019. Ontvangst: 13.30 – 14.00 uur.
Locatie: Provinciehuis Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE Zwolle.
Aanmelden en meer informatie: info@circulairbouwen.org. De toegang is gratis.
Organisatie: Stichting Circulair Bouwen in samenwerking met diverse experts.

Alles wat je weten moet over BENG nu in gratis E-book

Alles wat je weten moet over BENG: het staat nu in het E-book van Duurzaam Gebouwd. Vanaf 1 juli 2020 moeten alle vergunningsvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen.

TOjuli

In het gratis E-book ook aandacht voor de TOjuli eis, die tegelijkertijd wordt opgenomen in de eisen. Deze eis van 1,0 moet voorkomen dat woningen warmte te lang vasthouden.

Dit op basis van het rapport ‘Grenswaarden zomercomfort nieuwe woningen in Bouwbesluit van W/E adviseurs. De grenswaarde is maximaal 1,0. Overstijg je deze waarde, dan kun je aan de hand van een dynamisch simulatieprogramma alsnog aantonen dat het risico op oververhitting acceptabel blijft. De grenswaarde voor de Gewogen Temperatuuroverschrijding (GTO), conform vastgestelde uitgangspunten voor de berekening, wordt gesteld op 450 uur.

Binnenklimaat leefbaar houden

Pieter Nuiten van W/E: ‘Koeling is geen nice to have, maar een must have om het binnenklimaat leefbaar te houden. Producten en technieken als automatische zonwering, spui- of zomernachtventilatie krijgen daarmee een belangrijkere functie’.

Meer weten?