Even voorstellen: nieuwe collega Bas van den Hoven

W/E adviseurs heeft er een nieuwe collega bij. Deze week is Bas van den Hoven bij ons begonnen als adviseur. Hij voegt zich bij het team dat zich richt op de opdrachten voor vastgoedbeleggers waar hij zich voornamelijk bezig gaat houden met het certificeren van vastgoed.

Afgelopen september kwam Bas met W/E in contact toen hij onze GPR Expert cursus volgde en zijn diploma behaalde. “Ik kreeg tijdens de cursus veel interesse voor W/E en ook met name de visie en missie die W/E heeft. Toen ik zag dat er een vacature open stond heb ik de stoute schoenen aangetrokken een gesolliciteerd.”

Hiervoor was Bas werkzaam bij Huisman en van Muijen als EPA adviseur. Hier hield hij zich met name bezig met het opstellen van energielabels,  bijbehorende verbeteradviezen en met diverse onderzoeken zoals luchtkwaliteit-onderzoek op scholen ivm Corona. “ Daarvoor was ik werkzaam bij Philips Lighting als projectleider BIM transitie.” Weer daarvoor heb ik zelf een fietskoeriersbedrijf opgezet en gerund in het Tilburgse.

De komende tijd gaat Bas vol enthousiasme van start. “Ik wil naast het maken en in de vingers krijgen van GPR berekeningen ook het bedrijf beter leren kennen. Ik ben iemand die van nature graag onderzoekend bezig is en ervaring heeft met het spreken voor groepen. Deze interactie met mensen haal ik energie uit.” Hij kijkt er vooralsnog het meest naar uit om breed met de duurzaamheidsthema’s aan de slag te gaan.

“Ik vind het belangrijk om een reden te hebben waarom ik dingen doe. Ik merk dat bij W/E de bedrijfsvoering afgestemd wordt op deze visie en missie. Deze visie en missie sluiten goed aan bij mijn persoonlijk motivatie en daarom heb ik heel veel zin aan de slag te gaan bij W/E.

CO₂ monitoren, hoe doe je dat?

Corporaties dragen hun steentje bij aan de klimaatopgave om in 2050  CO₂ neutraal te worden. Maar hoe weet je nou of je op de goede weg zit en de euro’s voor verduurzaming goed uitgeeft? De ene CO₂ is de andere niet, zo blijkt in de praktijk. Wil je hierop kunnen sturen, dan is het maken van keuzes in afbakening en grondslagen onvermijdelijk.

Cirkel van invloed

Tot waar reikt ‘de cirkel van invloed’ van een corporatie? De eigen organisatie en de vastgoedvoorraad zijn binnen boord, de klant en energieleveranciers daarentegen al meer op afstand. Aedes sorteert niet voor niets voor op het meten van ‘de standaard’ warmtevraag van het vastgoed als maatstaf. Ondertussen wijzigt de normering van EPG naar NTA 8800. En op de achtergrond koersen landelijke CO2-kengetallen van de energie-industrie naar vergroening!

Wat neem je wel en niet mee?

Het aanbod van data omtrent dit onderwerp is divers. Zo zijn er meestal woningkenmerken volgens de EPG-norm, werkelijke energieverbruiken via de netbeheerder en facturen van energieleveranciers voorhanden. Daarnaast bestaan er een heleboel factoren die invloed hebben op de CO₂ uitstoot, zoals bewonersgedrag, de samenstelling van een huishouden en de opwek en terug levering van duurzame energie. Over welke periode beschouwen we de totale CO2-emissie en vinden we salderen van CO2 over die periode toelaatbaar? En vaak nog niet in beeld, maar steeds relevanter wordt de CO2-impact van het materiaalgebruik bij alle (ver)bouwactiviteiten.

Menukaart geeft helderheid voor CO₂ monitoren

W/E ontwikkelde samen met klanten een menukaart waarmee corporaties een bewuste keuze kunnen maken over hoe ze de CO2-monitoring inrichten. We gaan uit van beschikbare data of vullen deze waar mogelijk aan met kengetallen, zoals de CO2-emissie door materiaalgebruik. Dankzij de modulaire opbouw is het meetbaar en bespreekbaar maken voor verschillende doeleinden mogelijk. Lees hier hoe we samen met de Alliantie werken aan CO₂ monitoren en forecasten.

Heb je ook interesse in deze menukaart of wil je graag meer informatie? Neem dan contact op met Thijs Kurstjens (kurstjens@w-e.nl).

Duurzaam renoveren: hoe kies je verantwoord en praktisch?

Afgelopen jaar ontwikkelde W/E adviseurs met partners een nieuwe set indicatoren om duurzaamheid van renovatie aanpakken beter af te wegen bij besluitvorming. Op 25 november ging het consortium  in gesprek met vooroplopende  corporaties, onderhoudsbedrijven en kennisinstellingen om te toetsen hoe het onderzoek in de praktijk toepasbaar gemaakt kan worden. OnderhoudNL verzorgde de bijeenkomst.

Het onderzoek naar geschikte KPI’s wordt deels gefinancierd door OnderhoudNL en deels vanuit het TKI-project ‘Integrale Energietransitie Bestaande Bouw’, uitgevoerd door het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC), een omvangrijk consortium van kennisinstellingen en bedrijven.

Het ontwikkelde afwegingskader wordt op dit moment al toegepast bij corporatie GroenWest. Aan de hand van dit voorbeeld liet Geurt Donze zien hoe de CO2 emissie vanuit materialen meegenomen wordt om de CO2-footprint van renovatiescenario’s zichtbaar te maken. Als dit wordt gecombineerd met de verwachte CO2-reductie door de besparing op energieverbruik ontstaat een duidelijker en integraal beeld van de klimaateffecten van een renovatieaanpak.

Voorbeeld van de CO2 emissies door materiaalgebruik (groen) en door energiegebruik (rood).

Een bredere beoordeling op alle milieu-thema’s die in de MPG voorkomen (dus ook bijvoorbeeld verzuring en grondstofuitputting) wordt op identieke wijze meegenomen. Dit inzicht kan leiden tot heroverweging van traditionele, suboptimale materiaalkeuzes of zelfs van een gehele renovatieaanpak en er kan gericht op innovaties gestuurd worden

Daarnaast is de eerste stap gezet om de effecten van circulair materiaalgebruik te beoordelen. Daartoe wordt aangesloten bij de actuele MPG methode en NMD 3.0 database en worden de  milieu-impacts per levensduurfase als basis genomen voor de gerichte inzet  van de vijf circulaire strategieën die W/E eerder ontwikkelde.

Hogeschool Utrecht

Ron Heusdens, projectleider bij de HU, vertelde in zijn presentatie waar de bijdrage van de HU aan het project uit bestaat. De focus van het deelproject is gericht op het in kaart brengen van de verschillen in footprint die ontstaan tussen diverse scenario’s van circulaire renovatieconcepten bij de inzet van bouwmaterialen in het kader van woningrenovatie. De HU is momenteel bezig om een applicatie te ontwikkelen, gericht op de medewerkers van woningcorporaties en onderhoudspartijen die snel en in ‘realtime’ inzicht willen in invloed op carbon/embodied energy en circulariteit tussen meerdere renovatieconcepten. Deze tool kan helpen bij het vaststellen van haalbare circulaire renovatieplannen. Inhoudelijk sluit de tool aan op de door W/E ontwikkelde methodiek.

Duurzaam renoveren in de praktijk: hoe verder

Na de presentaties was het tijd om met elkaar in discussie te gaan. Denken de deelnemers dat de ontwikkelde KPI’s toepasbaar zijn in de praktijk? Een groot deel van de deelnemers stond positief tegenover de methodes. Wel werd de materie deels als complex ervaren. Om het daadwerkelijk in de praktijk te gaan gebruiken moeten de methoden praktisch toepasbaar gemaakt worden. De suggestie om de tools aansluitbaar te maken op al gebruikte software kwam meerdere malen voorbij. Het moet de medewerkers niet veel extra tijd kosten. Daarnaast vonden de deelnemers het belangrijk om na te denken over hoe er over circulair renoveren naar de bewoners gecommuniceerd kan worden.

Alle feedback die is verkregen tijdens de sessie wordt meegenomen bij de afronding van het project. Dit was de eerste stap naar de toepassing van de duurzaamheidsindicatoren in renovatie en onderhoud praktisch toepasbaar te maken. Met OnderhoudNL worden verdere stappen gezet om de methodiek praktisch hanteerbaar te maken. Bredere kennisoverdracht rondom dit project is in de eerste helft van 2021 voorzien.

Heb je interesse in de methodiek  en het beschikbaar komen daarvan?  Neem dan contact op met Geurt Donze.

W/E gaat van start met landelijk onderzoek naar infrarood verwarming

In opdracht van TKI Urban Energy en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) doet W/E adviseurs onderzoek naar het energieverbruik en de comfortbeleving van verwarming met infrarood panelen. We doen dit in samenwerking met de Technische Universiteit Delft, Universiteit Utrecht, BDH en Technolution. Het onderzoek richt zich op het creëren van inzicht in het werkelijke energieverbruik, piekbelasting en de comfortbeleving van infraroodpanelen in een bewoonde situatie en leidt tot een beslisschema voor professionele partijen die overwegen infraroodverwarming toe te passen. Faye Best is één van de onderzoekers en zij neemt ons mee in het onderzoeksproces.

Waarom is het belangrijk dat dit onderzocht wordt?

Over infrarood verwarming wordt veel discussie gevoerd en zijn de meningen uiteenlopend. Waar de een het ziet als goed alternatief voor aardgas, vindt de ander het juist een inefficiënte en dure oplossing. Wat mist is een duidelijk overzicht waarin staat onder welke omstandigheden het toepassen van infraroodpanelen zinvol is en wat de voor- en nadelen zijn. Daarom moet dat goed onderzocht worden.

Wat gaan jullie precies onderzoeken?

We gaan in 50 woningen, met infrarood als hoofdverwarming, ten minste het energieverbruik en het comfort dat de bewoners ervaren meten. Dit doen we door de gegevens van de slimme meter uit te lezen, enquêtes te houden onder de bewoners en door ze gebruik te laten maken van een comfort app. Hierin moeten de bewoners aangeven of ze de temperatuur in huis prettig vinden en wat voor activiteit ze net hebben gedaan. Als je net gesport hebt dan is het logisch dat je het warmer hebt natuurlijk. Daarnaast zullen we van een aantal woningen ook het verbruik van de individuele infraroodpanelen inzichtelijk maken. Dat kan niet in alle woningen, omdat daar de apparatuur niet voor aanwezig is. Op basis daarvan gaan we analyses doen die uiteindelijk moeten leiden tot een beslisschema.

Voordat je aan het onderzoek kon beginnen moest je eerst voldoende woningen vinden, is dat gelukt?

Ja er zijn natuurlijk nog niet zo veel woningen die infrarood als hoofdverwarming hebben, maar we hebben 50 woningen kunnen selecteren. De deelnemende corporaties en particulieren zijn enthousiast.

Hoe ziet het vervolg er nu uit?

De bewoners hebben een inleidende mail gehad en gaan nu benaderd worden voor de installatie van het apparaatje waarmee we het verbruik van de panelen kunnen meten. We gaan niet alle woningen langs, want sommige hebben al een monitoringssysteem. Dat is van BeNext. Via hen kunnen we die data ophalen zodra de bewoner daar akkoord voor geeft. We gaan het hele stookseizoen meten. We verwachten dat dat ongeveer tot en met maart zal zijn. Tussendoor kunnen we de metingen ook al inzien. We verwachten het onderzoek in juni af te ronden.

Ook is er een klankbordgroep opgericht. Hierin zijn partijen vertegenwoordigd die te maken kunnen hebben met infraroodverwarming. Denk bijvoorbeeld aan woningcorporaties, de infrarood branche, maar ook de wetenschappelijke wereld. De bedoeling is de klankbordgroep zo af en toe te consulteren. Uiteindelijk zijn zij de partijen die in meer of mindere mate te maken hebben met het al dan niet toepassen van infraroodverwarming of het adviseren daarover. Draagvlak onder deze partijen is daarom van belang.

Kan je iets meer vertellen over het beslisschema dat jullie gaan maken met de resultaten van het onderzoek?

Ja dat is het uiteindelijke doel waar we naartoe gaan werken. Het moet een overzicht opleveren waarin je kunt zien in welke situatie infrarood verwarming wel of niet een goede duurzame optie is voor het verwarmen van een woning. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat infrarood meer toegevoegde waarde levert in een goedgeïsoleerde kleinere woning dan in een slechtgeïsoleerde vrijstaande woning. Of dat echt zo is gaan wij onderzoeken.

Heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Pieter Nuiten nuiten@w-e.nl / 0622396192

Hoe gaat u in uw gemeente op de MPG sturen en handhaven?

Een MPG moet bij iedere aanvraag voor een bouwvergunning worden overlegd. Maar hoe gaat u in uw gemeente hierop sturen en handhaven?

Per 1 januari 2018 geldt een norm van 1,0  voor de milieuprestatie van een gebouw (MPG). Verwacht wordt dat deze norm in 2021 naar 0,8 aangescherpt zal worden.  De MPG-norm geldt vooralsnog alleen voor woonfuncties en voor kantoorgebouwen groter dan 100 m2. Sommige gemeenten hanteren een scherpere norm.

De MPG is onderdeel van een breder beleidsveld dat als doel heeft Nederland CO2-neutraal én 100% circulair in 2050. De MPG zorgt voor een lagere milieubelasting van gebouwen. De MPG is een eerste stap om vanuit een wettelijk kader de milieubelasting door gebouwen te verlagen. De verwachting is dat de normstelling op termijn strenger wordt. Ook zal de waarde van de MPG toenemen wanneer meer fabrikanten hun gegevens in de Nationale Milieudatabase hebben opgenomen. Kijk voor meer informatie over de MPG op de website van RVO Nederland of mail mij op vliet@w-e.nl.

Materialenpaspoort kan inzichtelijk maken welke gebouwen écht circulair en gezond zijn

In 2050 wil Nederland de transitie naar een duurzame, volledig circulaire economie hebben gemaakt. Ook de bouweconomie zal deze transitie moeten doormaken. Dit betekent dat zowel marktpartijen als overheden en financiers heel anders moeten gaan denken en werken om deze omslag naar een gebouwde omgeving, waarin materialen en grondstoffen herbruikbaar zijn, te kunnen maken. Voor gemeenten betekent dit anders kijken naar en omgaan met nieuwbouw en verbouw van de eigen gemeentelijke vastgoedportefeuille en bouwvergunningverlening. Een materialenpaspoort kan gemeenten helpen om inzicht te krijgen in de voorraad materialen die zijn gebruikt in het vastgoed en het gemakkelijker maken om de stap naar circulair bouwen en renoveren te nemen.

Circulair bouwen

In de praktijk heeft circulair bouwen een grote invloed op de manier waarop een gebouw tot stand komt. Dit begint al bij de tekentafel van de architect. In het ontwerp moet de architect keuzes maken met betrekking tot bijvoorbeeld de benodigde hoeveelheid materialen en de mogelijkheid tot het wijzigen van de bestemming van het gebouw.

Vastleggen en documenteren materialen

Een belangrijk aspect bij de transitie naar een circulair gebouwde omgeving is het in kaart brengen van toegepaste materialen en producten in gebouwen. Dat is nodig om nieuwe afwegingen te kunnen maken tijdens het ontwerpen, bouwen, beheren en renoveren van gebouwen. Door materialen te registreren en documenteren in Madaster, het kadaster van materialen, kunnen deze nooit meer in de anonimiteit als afval eindigen. Grondstoffen en gebruikte goederen hebben waarde.

Materialen identiteit geven in materialenpaspoort

Het materialenpaspoort van een gebouw dat met het registreren en documenteren van de materialen ontstaat, geeft inzicht in de voorraad materialen en producten die in het gemeentelijk vastgoed zijn gebruikt. In het paspoort krijgen grondstoffen een identiteit en is het aan het einde van de levensduur van een gebouw eenvoudiger om te demonteren en zijn er meer kansen om materialen op marktplaatsen te verhandelen.

MPG als basis om circulariteit te meten

Vanuit Madaster kan via een applicatie van W/E adviseurs een MilieuPrestatie Gebouwen-berekening (MPG) worden gemaakt. Doordat in Madaster gebouwen en hun materialen zijn opgenomen, is over deze materialen veelomvattende informatie beschikbaar. Op basis van die informatie kan een MPG-berekening worden gemaakt. De MPG kan dan vervolgens haar plek krijgen in het materialenpaspoort in Madaster. De MPG is een goede basis om circulariteit meetbaar te maken. Voor het maken van een MPG-berekening is een Nationale MilieuDatabase (NMD) beschikbaar, waarin meer dan duizend bouwproducten zijn opgenomen.

“Een materialenpaspoort is onmisbaar bij het circulair bouwen, beheren en slopen van ons maatschappelijk vastgoed. Registratie in het Madaster platform helpt ons inzicht te krijgen in de (rest)waarde van een gebouw. Hoewel het nog redelijk nieuwe materie is voor de meeste bouwende en installerende partijen, hebben we besloten voor elk nieuw te ontwikkelen pand een materialenpaspoort op te stellen en voor de sloop van een pand een materialenpaspoort in te zetten voor het sloopbestek.” – Anko Kuyt, duurzaamheidscoördinator Vastgoedbedrijf gemeente Almere

Durf  te doen

Diverse gemeenten zijn experimenteel gestart met het aanmaken van materialenpaspoorten. Zij hebben niet gewacht op landelijk beleid, maar zijn het experiment aangegaan om te onderzoeken wat het de gemeente op kan leveren. De ervaring die men opdoet helpt bij het versnellen van de transitie naar een circulaire gebouwde omgeving zodat ook landelijke doelstellingen binnen de gestelde tijd kunnen worden gehaald.

Even voorstellen: nieuwe collega Marijn Emanuel, senior adviseur duurzaamheid

Marijn Emanuel is deze week gestart als senior adviseur duurzaamheid bij W/E. Met zijn rijke kennis over circulariteit en materialen is hij een waardevolle toevoeging aan het team. Als architect was hij jarenlang verbonden aan het architectenbureau RAU en de afgelopen jaren was hij actief als één van de oprichters van Madaster, het platform voor materialenpaspoorten. Tijd om nog wat beter kennis met hem te maken.

Wat is je achtergrond?

In Delft heb ik Bouwkunde gestudeerd. Ik studeerde in 1993 af met een onderzoek naar hoe computers het ontwerpproces van een architect kunnen ondersteunen. Toen nog een concept dat in de kinderschoenen stond, maar ik vond het leuk om met mijn afstuderen iets heel nieuws te leren. Ik twijfelde in die tijd namelijk of ontwerpen wel echt iets voor me was.

En toch werd je architect?

Ja, ik begon in 1994 als computer CAD-tekenaar bij een bureau waar Thomas Rau een keer langs kwam, omdat hij op dat moment een grote opdracht had waar hij hulp bij nodig had. Zo ben ik bij RAU terecht gekomen en blijven hangen tot ongeveer drie jaar geleden. Ik begon er als gewone architect en groeide door tot project architect. Ik ben ook nog een jaar onderdeel van de directie geweest.

Hoe ben je daarna oprichter geworden van Madaster?

Ik heb in 2011 als projectarchitect de competitie voor Alliander in Duiven gedaan. Ik weet nog goed dat ik op het zolderkamertje zat in het laatste weekend van de competitie, omdat we nog geen goed dak hadden gevonden voor het hele concept. Ik bedacht toen dat dak met die golven. De aannemer vond het veel te duur, maar de ontwikkelaar zei daar kunnen we mee winnen en dat gebeurde ook. De herhuisvesting van Alliander was wel zo’n leuk en gaaf project, dat de projecten die daarna kwamen toch een beetje meer van hetzelfde en kleiner waren. Ik had het ontwerpen wel een beetje gezien.

Gelukkig kwam in 2016 het idee van Madaster en de ontwikkeling daarvan. Thomas Rau kwam jaren eerder met het idee om alle bouwmaterialen te registreren in een “materialenpaspoort” van een gebouw. Dat zijn we uit gaan werken en in 2017 hebben we Madaster opgericht.

W/E is partner van Madaster, dus je kende de organisatie wel al?

Ja, ook voor de oprichting van Madaster heb ik John en David al eens ontmoet en natuurlijk in onze samenwerking als partners. Ik heb W/E op een positieve manier leren kennen de afgelopen jaren. Hoe er bij W/E naar duurzaamheid gekeken wordt spreekt me aan. Het wordt geconcretiseerd en daar wil ik me graag verder in gaan verdiepen. Jullie weten waar je het over hebt en zijn een gevestigde organisatie. Waar jullie meepraten doet het er ook toe. Je zit aan de tafels waar beleid wordt gemaakt. Bij de overheid, bij RVO. Dat zijn rapporten waar een groot deel van de markt naar kijkt. Je kan impact hebben.

Waar kijk je naar uit als je gaat werken bij W/E?

Ik vind de mix van werkzaamheden die W/E doet bij mij aansluiten. Weer een verbreding. Ik was vanuit de architectuur naar het ontwikkelen van een IT-platform gegaan en dit kan weer een uitbreiding daarvan zijn. Ik merk dat ik dat wel heel erg leuk en belangrijk vind: nieuwe dingen blijven leren.

W/E adviseurs sluit zich aan als partner bij Platform31

Stichting W/E adviseurs heeft zich aangesloten als partner van Platform31. Een logische stap. Net als Platform31 zet W/E zich al decennia in voor het creëren van een leefomgeving met toekomstwaarde. Gemeenten vervullen daarbij een cruciale rol. Zij stellen beleidskaders op die sturing geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en toetsen de wettelijke eisen voor gebouwen.

Platform31

Kennis- en netwerkorganisatie Platform31 ziet de trends in stad en regio. Zij verbinden beleid, praktijk en wetenschap rondom actuele vraagstukken en komen tot een aanpak waarmee bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders direct aan de slag kunnen. Via kennisdeling profiteren alle actieve partijen op het gebied van stedelijke en regionale ontwikkelingen.

Platform31 neemt een onafhankelijke positie in tussen overheden, maatschappelijke organisaties en marktpartijen. Zij brengen partijen bij elkaar, vinden het gemeenschappelijke belang en gaan aan de slag. Platform31 is een van de weinige organisaties in Europa die onderzoek, beleid en praktijk met elkaar verbindt, nationaal én internationaal.

Platform31 heeft ruim 300 partners: ministeries, provincies, steden, corporaties en marktpartijen.

Samen staan we sterker

Net als Platform31 ondersteunt W/E gemeenten bij hun ruimtelijke opgaven. Zij doen dat op een breed palet van thema’s; W/E focust vooral op de thema’s energietransitie, circulariteit en gezondheid. Gezamenlijk werken we de komende jaren aan het bieden van inzicht in effectieve integrale oplossingen die bijdragen aan verduurzaming in de breedste zin. W/E is betrokken bij diverse onderzoeken over circulariteit, ontwikkelt instrumenten waarmee gemeenten inzicht krijgen in effecten van keuzes en verzorgt betrouwbare adviezen. Dat doen we altijd vanuit ons motto “Moeilijke materie makkelijk maken”.

Door samen te werken bieden we meerwaarde voor gemeenten op meerdere fronten. Het biedt kansen voor  betere integratie van de thema’s en we combineren de kennis en kunde van onze organisaties.

De toekomst

De komende periode overleggen we met Platform31 over de verdere invulling van ons partnerschap. Daarbij brengen wij vooral onze expertise op het gebied van circulair bouwen en meetbaar maken van prestaties in. Op die manier zetten we op een aanvullende wijze ons extra in voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Bekijk hier onze partnerpagina van Platform 31.

Corporatie Kleurrijk Wonen pioniert in circulair bouwen

Het onderwerp circulair bouwen en renoveren staat bij veel corporaties nog in de kinderschoenen. De meeste plannen voor het verduurzamen van de woningvoorraad zijn nog gericht op de warmtetransitie. Toch zijn er corporaties die aan het pionieren zijn geslagen en de eerste stappen zetten. Kleurrijk Wonen is hier een goed voorbeeld van. Hoe zijn ze met circulair bouwen begonnen en welke stappen hebben ze tot nu toe gezet? We vragen het Lennart de Vos, Projectmanager bij Kleurrijk Wonen.

Wat betekent circulair bouwen voor jou?

Dat is een begrip waar ik de afgelopen tijd behoorlijk mee heb geworsteld. Wat is circulariteit en wat moet ik vragen aan een aannemer als ik hem een circulaire woning wil laten bouwen? Dat is best ingewikkeld. Voor mij staat circulariteit voor het beperken van de CO2 uitstoot en het beperken van het gebruik van grondstoffen die de aarde uitputten. Als ik om me heen kijk naar wat er nu gebeurt dan maak ik me grote zorgen en denk ik dat we niet op de manier door kunnen gaan waarop we nu bezig zijn. Dat betekent dat we het anders moeten doen. Dat we het slimmer moeten doen en naar mijn beleving is circulair bouwen daar een hele mooie oplossing voor.

Hoe zijn jullie bij Kleurrijk wonen aan de slag gegaan met circulair bouwen?

We willen graag onze woningen verduurzamen. Circulariteit is daar een onderdeel van. We zijn gewoon begonnen om met elkaar erover te praten. Er is uiteindelijk een samenwerking ontstaan  met drie andere corporaties, ’thuis, Compaan en Woonlinie. Samen kwamen we tot de conclusie dat we graag met cross laminated timber (CLT) hout willen bouwen. Hout is een hernieuwbare materiaalsoort. We hadden niet een concreet project voor ogen om dit op toe te passen. We wilden opzoek gaan naar een manier waarop we het anders kunnen doen. Hier is een concept uitgerold dat we kunnen toepassen op onze projecten in de toekomst. We hebben dit concept in samenwerking met NBA Architecten ontworpen.

Hoe ziet dat concept dat jullie ontwikkeld hebben eruit?

Het bestaat uit verschillende modules van massief hout die in een fabriek worden gemaakt en daar  per verdieping in elkaar worden gezet. Vanuit de fabriek kunnen die modules met een vrachtwagen naar de bouwplaats worden gereden, waar ze dan de verdiepingen op elkaar zetten tot een huis. Vanwege de keuze om circulair te gaan bouwen is er dus ook een heel ander productieproces ontstaan.

Hebben jullie al een toekomstig project op het oog waar je het concept kunt toepassen?

Kleurrijk Wonen is op dit moment bezig in Culemborg met een aantal woningen die we met dit concept willen bouwen. Met de timmerfabriek hebben we gekeken of we het concept konden toepassen op de woningen die we daar willen realiseren. Ervaringen daar hebben weer een wisselwerking terug naar het concept toe. De informatie die we halen uit de vertaling naar de praktijk, voeren we nu ook weer terug naar het concept, zodat we het naar een hoger plan kunnen brengen.

Zijn er nog meer manieren waarop Kleurrijk Wonen zich op dit moment oriënteert op circulair bouwen?

Jazeker, op dit moment kijken we naar hoe we circulariteit als standaard eis in onze aanbestedingen mee kunnen nemen. De MPG in combinatie met eisen die gaan over losneembaarheid zijn daar bijvoorbeeld een mooi instrument voor. We zijn nog aan het onderzoeken welke norm we daarvoor willen aanhouden. De overheid zet hem nu op 1, maar bouwt hem steeds meer af. Waar kunnen wij als corporatie dan het best op gaan zitten?

Hoe bepaal je dat?

We zijn nu aan het zoeken naar een norm waar de markt ook een antwoord op heeft. Wat is haalbaar? Wat wordt er nu op dit moment ontwikkeld op het gebied van circulair bouwen en waar kunnen we bij aansluiten? We proberen al deze vragen te beantwoorden door met koplopers in de bouw in gesprek te gaan.

Heb je tips voor andere corporaties die ook met circulair bouwen aan de slag willen gaan?

Wat ik zelf heel lastig vond is duiden wat circulair nou precies is. Dan ga je je snel bezighouden met alleen maar praten. Voor je het weet kom je geen stap verder. Concreet aan de slag gaan met een project kan helpen, omdat je ook gedwongen wordt om stappen te zetten. Betrek vanuit verschillende disciplines mensen bij je project en begin gewoon. Als je aan een onbekende reis begint dan kom je langs onbekende plekken. Je moet niet bang zijn om fouten te maken, daar leer je weer van.

 

W/E adviseurs gaat verhuizen!

Stichting W/E adviseurs gaat verhuizen. We groeien en het pand aan de Arthur van Schendelstraat is te klein geworden. Onze nieuwe plek is Oudegracht 106. Het pand tegenover het tot bibliotheek verbouwde postkantoor wordt naar onze wensen duurzaam gerenoveerd.

Het pand is in 1930 ontworpen door het Rotterdamse bureau Otten en Logemann. Tot 1965 zat hier Heck’s Lunchroom, Logemann was Heck’s huisarchitect. De markante toren was in feite een enorme lamp. De top van melkglas liep aan de straatkant door in twee verticale strepen. Deze locatie is uiterst geschikt omdat het gebouw past bij deze wensen van stichting W/E Adviseurs. Zo zal het pand in stijl worden gerenoveerd met oog voor duurzaamheid, circulariteit, een gezond binnenmilieu en flexibiliteit. W/E adviseurs krijgt de beschikking over de 2e en 3e verdieping.

“Ik ben reuzeblij dat we na een uitgebreide zoektocht dit 90 jaar oude pand dichtbij het Centraal Station hebben gevonden. We gaan het samen met de eigenaar duurzaam en toekomstbestendig renoveren” – John Mak, directeur W/E adviseurs

Spring Real Estate heeft Stichting W/E adviseurs begeleid bij de aanhuur van de betreffende kantoorruimte.