Cees Leenaerts van W/E adviseurs geeft toelichting TOjuli op bijeenkomst Lente-akkoord

Op 19 november organiseerde het Lente-akkoord een ZEN Platformbijeenkomst in het teken van oververhitting. ZEN staat voor Zeer Energiezuinige Nieuwbouw. Cees Leenaerts van W/E adviseurs was een van de sprekers. Hij gaf onder meer een toelichting op het onderzoek dat W/E adviseurs verrichtte voor het ministerie van BZK. 

Naast drie nieuwe eisen voor BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) is er door BZK onlangs een grenswaarde voor temperatuuroverschrijding vastgesteld, op basis van onderzoek van W/E adviseurs. Nieuwbouwwoningen zonder actieve koeling dienen aan deze grenswaarde te voldoen. De nieuwste huizen zijn zo goed geïsoleerd dat vooral in de zomer hittestress kan optreden.

TO-juli

Cees Leenaerts gaf een toelichting op de gebouwsimulatieberekeningen die W/E heeft uitgevoerd, en naast het indicatiegetal TOjuli heeft gehouden dat de nieuwe BENG norm NTA 8800 berekent. Bij die berekeningen zijn tal van data gebruikt, tot aan uurlijkse KNMI-gegevens toe. Daarnaast is onderzocht wat de effecten zijn van diverse maatregelen tegen oververhitting van woningen, zoals zonwering, zonwerend glas en spui-ventilatie. Dit heeft geleid tot het advies aan BZK over een nieuwe zomercomfort eis, in de vorm van een maximaal toelaatbare waarde voor TOjuli.

ir. Cees Leenaerts

Duidelijk is dat bouwers al in de ontwerpfase rekening moeten gaan houden met oververhitting en de TOjuli eis. Naast zonwering en spuiventilatie valt de denken aan geveloriëntatie, raamgroottes, overstekken en koeling door de warmtepomp. Spuiventilatie, en dan met name zomernachtventilatie, is vooral zinvol bij zware traditionele (beton)bouw. Met nachtventilatieluiken kan koele lucht ‘s nachts de woning in, terwijl deze luiken ook inbraak-, regen- en insectenwerend zijn. Voor lichte (houtskelet)bouw is een extra voorziening aan te raden: een automatisch regelsysteem voor de deze ventilatieluiken. Zolang het buiten koeler is dan buiten staan laten ze lucht binnen, zodra het buiten warmer wordt dan binnen gaat het weer dicht.

Daarnaast presenteerde Harm Valk (Nieman RI) de doorrekeningen van de definitieve BENG-eisen op 12 praktijkprojecten. Ook heeft hij de TOjuli voor deze woningen doorgerekend. Claudia Bouwens van Lenteakkoord en Atze Boerstra (BBA) gingen in op een onderzoek onder bewoners van energiezuinige nieuwbouw, met name naar de ervaringen met comfort. Carl-peter Goossen (DNA in de Bouw) besprak een ontwerptool om nieuwbouwwoningen koel te houden.

Meer informatie

  • Meer informatie over de grenswaarde voor temperatuuroverschrijding: W/E adviseurs Pieter Nuiten en Cees Leenaerts.
  • Binnenkort verschijnt het verslag over de ZEN-platformbijeenkomst op de website van LenteAkkoord.

 

Circulair bouwen: Rapport losmaakbaarheid beschikbaar

Dit najaar is de circulaire meetmethodiek voor losmaakbaarheid gelanceerd. Losmaakbaarheid is één van de thema’s binnen circulair bouwen. De nieuwe meetmethodiek is in opdracht van RVO ontwikkeld door Alba Concepts, DGBC en W/E adviseurs. Het eindrapport is nu beschikbaar.

“Het hogere doel is om de elementen binnen een gebouw op een zo hoogwaardig mogelijke manier te kunnen hergebruiken. Losmaakbaarheid is dan de randvoorwaarde”, aldus Mike van Vliet van Alba Concepts tijdens de lancering. Hij legde uit dat binnen de tool daarom een focus ligt op de technische losmaakbaarheid. Met de methodiek krijgen gebruikers op een relatief eenvoudige manier een totaalindruk van de losmaakbaarheid van de elementen in een gebouw. De losmaakbaarheid wordt uitgedrukt in een percentage: de losmaakbaarheidsindex.

 

Presentatie David Anink

Vijf gebouwen zijn inmiddels doorgerekend met de tool, en de ervaringen ermee zijn goed. Eén en ander werd toegelicht tijdens de presentatie. David Anink van W/E Adviseurs is blij met de tool, en heeft daarnaast nog suggesties voor verbeteringen.  “De vraag is of losmaakbaarheid als losse uitkomst zinvol is. Losmaakbaarheid is alleen relevant voor elementen die nog een restwaarde hebben. Een suggestie is om eerst een selectie te maken op basis van  de hergebruikswaarde. Om die te bepalen zou in eerste instantie de restlevensduur gebruikt kunnen worden?”

Experimenteren en lef tonen

Elphi Nelissen, voorzitter van het Transitieteam Circulaire Bouwagenda benadrukte dat het tempo omhoog moet om de ambitie om 2050 circulair te zijn te behalen. Anderzijds zijn er mooie stappen gemaakt volgens de hoogleraar: “Circulariteit is nu top of mind”

Algemene conclusie van deze bijeenkomst: dit rapport biedt weer nieuwe handvatten, maar nu moeten we ermee aan de slag. Wat daarvoor nodig is? Experimenteren en lef tonen.

Meer informatie

BENG én MPG, is bouwen nog wel mogelijk

De eisen aan nieuwbouw worden steeds strenger. Naast BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt ook de Milieuprestatie-eis (MPG) aangescherpt. Is bouwen nog wel mogelijk, vragen John Mak en David Anink van W/E adviseurs zich af in een artikel voor de Nationale Milieu Database.

Het antwoord is ja, dat kan, maar niet zonder nadenken. De interactie tussen energie en milieu maakt dat een focus op of alleen de energieprestatie- of alleen de milieuprestatie al snel tot een suboptimaal resultaat kan leiden. Een ontwerp- en realisatieproces met vanaf de start oog voor beide prestaties is gewenst.

Situatie BENG en MPG tot nu toe

Sinds de invoering van energieprestatienormering in het Bouwbesluit in 1995 heeft de nadruk bij duurzaam bouwen op de vierde pijler van het Bouwbesluit, Energie, gelegen. Onhaalbaar geachte eisen bleken elke keer weer haalbaar. De komende eis bleek steeds de trigger voor de markt, met nieuwe producten en energieconcepten en gebouwontwerpen.

In januari 2013 is er een eis bijgekomen, de milieuprestatie-eis (MPG). Hiermee is de vijfde pijler, Milieu, ingevuld. In eerste instantie betrof het alleen de aanlevering van een MPG-berekening bij de omgevingsvergunningsaanvraag van woon- en kantoorgebouwen. Sinds januari 2018 is er ook de maximaal toelaatbare waarde van 1,0. Deze eis bleek echter dusdanig makkelijk haalbaar dat de gebouwen eigenlijk altijd voldoen.

De druk komt op de ketel

Binnen enkele jaren heeft duurzaamheid, met de aandacht voor klimaat en circulariteit/grondstoffen, een niet te negeren positie verworven. Er staan 2 relevante ontwikkelingen op stapel. Eén met betrekking tot BENG, de andere met betrekking tot MPG.

Vanaf 1 juli 2020 gaan er voor het bepalen van de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen (afgekort BENG) drie eisen gelden:

  1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

De invulling van de BENG-eisen is onderwerp van veel onderzoek en discussie, en moet in de loop van 2019 door het Rijk worden vastgesteld.

Naar verwachting 2021 zal de MPG-eis van 1.0 aangescherpt worden. Dit onder andere omdat de MPG als belangrijk instrument wordt gezien om de circulaire bouw te stimuleren. Wat sommigen zorgen baart is dat BENG en MPG min of meer als communicerende vaten werken. Om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen worden zijn bijvoorbeeld extra isolatie, grotere installaties of meer zonnepanelen nodig, wat er toe leidt dat de MPG hoger wordt. Maar ook als men de energie van buiten het gebouw haalt heeft dit gevolgen voor de MPG. Als bij warmtelevering gebruikt gemaakt wordt van fossiele bronnen zal dit met extra zonnepanelen gecompenseerd moeten worden om aan BENG3 te kunnen voldoen. Ook wordt bij externe levering een forfaitaire waarde per kWh elektriciteit of MJ warmte meegerekend. Bij een scherpere MPG-eis kan dit alles tot problemen gaan leiden.

Is het allemaal nog wel haalbaar?

Als bij het ontwerpen alleen rekening wordt gehouden met het behalen van de energie-eis, dan kunnen er inderdaad problemen ontstaan met de MPG-eis. Maakt men aan het eind van het ontwerpproces nog snel even de obligate MPG-berekening, dan zal die wel eens te hoog kunnen uitvallen. Even snel wat andere materialen kiezen biedt dan vaak onvoldoende soelaas. Gaat men vanaf de begin van het ontwerpproces met oog voor zowel de energie- als de milieuprestatie aan de slag, dan zullen de problemen veel minder snel ontstaan. Een integrale benadering is nodig. Energie en Milieu zijn veelal communicerende vaten, zoals de afbeelding laat zien.

Met het bovenstaande in het achterhoofd wordt bij het vaststellen van de nieuwe eisen gezocht naar de balans tussen stimulerende eisen en haalbaarheid in de praktijk. De BENG-eisen liggen inmiddels vast en voor de MPG-eis heeft Stichting Bouwkwaliteit een onderzoek laten uitvoeren door W/E adviseurs. In dit onderzoek zijn de te verwachten MPG-scores van de komende nieuwbouw van woningen en woongebouwen en kantoorgebouwen in beeld gebracht. Dit inzicht zal door het ministerie van BZK gebruikt worden bij het vaststellen van een optimale MPG-grenswaarde in het Bouwbesluit.

De basis bij dit onderzoek vormde 9 referentie woon- en kantoorgebouwen, die representatief worden geacht voor de Nederlandse nieuwbouw. Bij alle gebouwen was gasloos en het voldoen aan de toekomstige BENG-eisen (eisen juni 2019 en volgens NTA 8088) het uitgangspunt. De bijbehorende materialisatie is gebruikt om MPG-berekeningen te maken. Een zeer goede schilisolatie is als standaard uitgangspunt aangehouden om aan de BENG 1-eis te voldoen: triple beglazing en RC-waarde vloer/gevel/dak is respectievelijk 5/7/8 m2K/W.

Vervolgens is op elk referentiegebouw een groot aantal varianten opgesteld. Hierbij is gevarieerd op vormfactoren (m2 BVO, de verhouding geveloppervlakte/m2 BVO en de verhouding open/dichte gevel) en materialisatie (bouwmethode, materiaalkeuze, energieconcept). Ook vele combinaties zijn bekeken. Uiteindelijk zijn ruim 1000 woningen en woongebouwen en bijna 500 kantoorgebouwen met het gevalideerde rekentool GPR Bouwbesluit doorgerekend.

Meer dan 95% van alle varianten voldoet aan huidige MPG-eis


De resultaten van de doorrekeningen zijn uitgezet in een frequentieverdeling. Deze is verbeeld in de vorm van een boxplot, waarbij bepaalde percentielwaarden als markeringspunt zijn aangehouden. De 5e-percentiel is het punt in de frequentieverdeling waarbij 5% van de gebouwvarianten een lagere MPG-score heeft en 95% een hogere. De 50e-percentieel is de mediaan (oranje streep), waarbij 50% van de gebouwvarianten een lagere score heeft en 50% een hogere.

In de figuur is te zien dat de mediaan bij woningen en woongebouwen 0.58 is, en bij kantoorgebouwen 0.81. Vergeleken met de woningen en woongebouwen zijn de MPG-scores van kantoorgebouwen over het gehele bereik ruim 0.20 hoger. Eén van de verklaringen is de kortere default gebouwlevensduur, 50 in plaats van 75 jaar. Bij vergelijking van de scores met de huidige grenswaarde 1.0 (in figuur aangeduid met de blauwe stippellijn) dan blijkt dat ook het grootste deel kantoorgebouwen aan de eis te voldoen.

Bij de gebouwvarianten, die de grenswaarde 1.0 overschrijden, blijkt sprake te zijn van een combinatie van meerdere ongunstige keuzes. Bijvoorbeeld een klein BVO, relatief veel gevel per m2 BVO (niet compact ontwerp), een niet duurzame materialisatie en warmtelevering op basis van fossiele bronnen. Er zijn dus ook meerdere optimalisatiemogelijkheden. Bij een ongunstige variatie op één of meerdere parameters, is de toename in MPG bij de andere parameters meestal voldoende te compenseren.

MPG-scores van alle woningen, woongebouwen en kantoren.

Conclusies

Met de MPG is de pijler Milieu in het Bouwbesluit ingevuld. Dit naast de al veel langer geoperationaliseerde pijler Energie. De huidige MPG-grenswaarde van 1.0 blijkt zonder extra aandacht haalbaar. Die situatie gaat veranderen doordat extra bouwkundige en installatietechnische voorzieningen nodig zijn om te voldoen aan de komende BENG-eisen. Deze extra voorzieningen hebben veelal een ongunstige invloed op de MPG. Daarnaast heeft het Rijk het voornemen om de MPG-eis aan te scherpen, om zo duurzaam en circulair bouwen te stimuleren.

Gelukkig blijken MPG-scores (ruim) onder 1.0 ook onder het nieuwe BENG-regiem goed haalbaar. De negatieve invloed van één of meerdere ongunstige ontwerpkeuzen blijkt goed te compenseren met een gunstige keuze bij andere ontwerpparameters. Dit gaat echter verder dan even een ander product kiezen. Belangrijk is dat men vanaf de start van het ontwerpproces de consequenties voor de MPG in de gaten houdt om tijdig bij te kunnen sturen. Gezien de interactie met de energievoorzieningen, is hierbij een integrale benadering wenselijk.

De toenemende interactie tussen Energie en Milieu maakt duidelijk dat de pijlers in samenhang bekeken moeten worden. Het gaat bij beiden om de duurzaamheidsconsequenties van ontwerpkeuzen. Het maakt daarbij niet uit of een kg CO2veroorzaakt wordt door de keuze voor een energieconcept of een gevolg is van een materiaalkeuze. Er is voor zo’n integrale werkwijze al een methode beschikbaar, de DuurzaamheidsPrestatie Gebouw (DPG). Deze methode drukt de resultaten van de energie- en de milieuprestatieberekeningen uit in één prestatie. De DPG, ingebouwd in GPR Gebouw, maakt het voor ieder mogelijk om gericht te ontwerpen met het oog op een minimale DuurzaamheidsPrestatie.

Meer informatie over MPG en BENG

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen  met senioradviseurs John Mak en David Anink van W/E adviseurs.

Dit artikel verscheen ook bij de Nationale Milieudatabase.

Bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor circulariteit

Op 25 november vindt in Zwolle de bijeenkomst Tools en Meetmodellen voor Circulariteit plaats, georganiseerd door Stichting Circulair Bouwen. Dit is een praktisch congres voor opdrachtgevers, overheden en bedrijven die nu écht met circulariteit aan de slag willen gaan. Na afloop bent u wegwijs in de wereld van circulaire tools en meetmodellen.

De urgentie is groot, de ambities zijn hoog en toch worden er nog weinig circulaire projecten in de bouw en gww gerealiseerd. Een belangrijke reden hiervoor is, dat veel opdrachtgevers, overheden en bedrijven geen eenduidig beeld hebben van wat circulair bouwen inhoudt, hoe ambities zijn te vertalen naar kwantitatieve en meetbare prestatie-eisen en hoe je gemaakte keuzes kunt verantwoorden. Dit is van groot belang voor opdrachtgevers bij de uitvraag en aanbesteding van projecten, maar een eenduidige bepaling van circulariteit is ook wenselijk voor bouwbedrijven die zich met circulaire producten en diensten willen onderscheiden.

Inmiddels is hierover meer helderheid ontstaan nu Platform CB’23 er onlangs in is geslaagd een methodiek te ontwikkelen die circulariteit praktisch meetbaar maakt. Deze methodiek biedt houvast en fungeert als onderlegger bij de op uiteenlopende doelgroepen en toepassingen toegesneden tools. Zo wordt de uniformiteit van de meetresultaten geborgd. Ook al is deze methodiek nog steeds in ontwikkeling, de basis ligt er en hierover bestaat brede consensus. U kunt er nú mee aan de slag.

W/E adviseurs over circulaire tools

Tijdens de bijeenkomst wordt u meegenomen in het proces hoe deze methodiek tot stand is gekomen, welke keuzes er aan ten grondslag liggen, tot welke onderdelen dit heeft geleid en hoe deze zich verhoudt tot de vele reeds bestaande tools (LCA, MPG, etc.).

Eén van de sprekers is senior adviseur David Anink van W/E adviseurs, expert op het gebied van milieuprestatie van gebouwen en ontwikkelaar van duurzame en circulaire tools.

Tenslotte geven we voorbeelden van toepassingen in de praktijk. We bieden ruime gelegenheid voor dialoog en het bespreken van uw eigen vragen en cases.

Informatie

Datum: 25 november 2019. Ontvangst: 13.30 – 14.00 uur.
Locatie: Provinciehuis Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE Zwolle.
Aanmelden en meer informatie: info@circulairbouwen.org. De toegang is gratis.
Organisatie: Stichting Circulair Bouwen in samenwerking met diverse experts.

Vacature Financieel Administratief Medewerker, 28-40 uur p/w

Word jij onze financiële duizendpoot?

Wij zoeken de nieuwe Aafke! Vanwege haar aanstaande pensionering zijn wij op zoek naar iemand die onze financiële duizendpoot opvolgt. Ze blijft nog even  aanwezig en beschikbaar om je goed in te werken.

Jij zorgt er straks voor dat de administratieve zaken op orde zijn en wordt het aanspreekpunt voor financiële zaken. Het is een zelfstandige functie waarbij het gewaardeerd wordt dat je initiatieven neemt waar nodig. Bijvoorbeeld bij de binnenkort door te voeren conversie en herinrichting van onze financiële bedrijfsprocessen. Uiteraard doe je dit in een team van toegewijde collega’s.

Werkzaamheden

Het kernpakket (ca. 28 uur) bestaat uit:

  • Financiële administratie (grootboek, balans en resultaten, voorbereiden jaarrekening, BTW aangifte)
  • Contract- crediteuren- en debiteurenbeheer
  • Voorbereiden, facturatie en verwerken betalingen
  • Personeelsadministratie (w.o. verlofuren, verzuim, pensioenen, declaraties, dossiers)
  • Meedenken over verbetering van financiële en administratieve procedures

Je kunt ook kiezen voor meer uren en een breder takenpakket, waarbij je in overleg taken krijgt binnen onze servicedesk.

Wat jij meeneemt

Als nieuwe collega heb je:

  • Afgeronde MBO+ en/of HBO opleiding in een financiële richting
  • Goede kennis financiële applicaties en van MS Officepakket
  • Een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal
  • Affiniteit met dienstverlenende organisaties
  • Recente en relevante werkervaring als financieel administratief medewerker

Daarnaast ben je stressbestendig, discreet, je werkt zorgvuldig en kunt je eigen werkzaamheden goed plannen.

Wie zijn wij

Stichting W/E adviseurs werkt al 40 jaar aan een toekomstbestendige leefomgeving, waarin huidige en komende generaties comfortabel en gezond kunnen wonen, werken en recreëren. W/E helpt de landelijke overheid, gemeenten, corporaties en vastgoedbeleggers bij het verduurzamen van gebouwen en gebieden. We zien hun ketenpartners zoals ontwikkelaars, architecten, adviseurs en uitvoerende partijen daarbij als belangrijke katalysator.

Moeilijke materie makkelijk maken

W/E is met ca. 35 medewerkers een kennisautoriteit op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving in Nederland. W/E adviseurs is onderscheidend in de praktijk door het meetbaar en bespreekbaar maken van duurzaamheid, in het bijzonder gericht op energie, circulariteit en gezondheid. Onze software GPR Gebouw en Routekaart Klimaatneutraal zijn sprekende voorbeelden.

Sociale onderneming

Stichting W/E adviseurs is een sociale onderneming en dat uit zich ook in de wijze waarop de onderneming wordt gevoerd: winst mag, maar de financiële doelen staan ten dienste van de missie: de maatschappelijke impact vergroten.

Het bestuur en beleid zijn gebaseerd op een evenredige zeggenschap van alle medewerkers. De onderneming is fair naar iedereen, transparant en is zich – uiteraard – bewust van haar ecologische voetafdruk. We bieden jou een uitdagende werkomgeving met ruimte voor initiatief en ondernemerschap. We zetten de klant voorop, zijn collegiaal naar elkaar en afspraak is afspraak!

Naast deze bijzondere werkomgeving bieden wij:
  • Ruime ontwikkelingsmogelijkheden
  • Stimulerende en informele werkplek met fijne collega’s
  • Marktconform salaris o.b.v. opleiding en ervaring en, als het bedrijfsresultaat het toelaat, een resultaatuitkering
  • Start jaarcontract, intentie vaste aanstelling
  • Prima secundaire arbeidsvoorwaarden (w.o. vergoeding openbaar vervoer, thuiswerkfaciliteiten, gezamenlijke lunch, pensioenregeling)
  • Standplaats centrum: Utrecht (voorkeur) of Eindhoven

Solliciteren

Dat kan door een mail met motivatiebrief en curriculum vitae te sturen naar Stichting W/E adviseurs: w-e@w-e.nl. Wil je liever eerst meer informatie? Bel dan met Geurt Donze  of Aafke van Dijk  op  030 – 6778777 of kijk op www.w-e.nl.

 

Alles wat je weten moet over BENG nu in gratis E-book

Alles wat je weten moet over BENG: het staat nu in het E-book van Duurzaam Gebouwd. Vanaf 1 juli 2020 moeten alle vergunningsvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen.

TOjuli

In het gratis E-book ook aandacht voor de TOjuli eis, die tegelijkertijd wordt opgenomen in de eisen. Deze eis van 1,0 moet voorkomen dat woningen warmte te lang vasthouden.

Dit op basis van het rapport ‘Grenswaarden zomercomfort nieuwe woningen in Bouwbesluit van W/E adviseurs. De grenswaarde is maximaal 1,0. Overstijg je deze waarde, dan kun je aan de hand van een dynamisch simulatieprogramma alsnog aantonen dat het risico op oververhitting acceptabel blijft. De grenswaarde voor de Gewogen Temperatuuroverschrijding (GTO), conform vastgestelde uitgangspunten voor de berekening, wordt gesteld op 450 uur.

Binnenklimaat leefbaar houden

Pieter Nuiten van W/E: ‘Koeling is geen nice to have, maar een must have om het binnenklimaat leefbaar te houden. Producten en technieken als automatische zonwering, spui- of zomernachtventilatie krijgen daarmee een belangrijkere functie’.

Meer weten?

 

College Jos Lichtenberg trekt veel belangstelling

‘Circulair bouwen kan alleen door medeontwerper te zijn van het circulaire proces’.  Het is één van de uitspraken van Prof. Dr. Ir. Jos Lichtenberg tijdens zijn college ‘Duurzaam Bouwen’ dat hij op 10 oktober gaf voor studenten en docenten van opleidingen HBO Bouwkunde en andere geïnteresseerden.

Hij gaf het college in het kader van de Dag van de Duurzaamheid, 10 oktober, die dit jaar in het teken stond van duurzaamheid en onderwijs. Dit was aanleiding voor uitgeverij Boom Hoger Onderwijs, Prof. Lichtenberg en Stichting W/E adviseurs om een college aan te bieden over duurzaam bouwen.De opkomst was groot, net als de interesse bij het publiek.

Prof Lichtenberg schreef het leerboek ‘Duurzaam Bouwen, een praktische inleiding voor Built Environment’ voor de HBO studie Bouwkunde. Hij nam zijn toehoorders in vogelvlucht mee in de ontwikkelingen. Ook ging hij in op het meetbaar maken van duurzaamheid.

Professor Lichtenberg was tot eind 2016 hoogleraar Bouwinnovatie tevens verantwoordelijk voor het vakgebied Building Technology aan de TU/e.

Moeilijke materie makkelijk maken

John Mak, directeur van stichting W/E adviseurs, liet vervolgens zien hoe je met de software GPR gebouw duurzaamheidprestaties van gebouwen kunt berekenen. Niet alleen energie, ook circulariteit, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. De resultaten zijn rapportcijfers, zodat praktijkmensen samen met beslissers dezelfde begrijpelijke taal spreken. Moeilijke materie makkelijk gemaakt!

Meer informatie

Uitgeverij Boom Hoger Onderwijs geeft het boekje ‘Duurzaam Bouwen’ van Jos Lichtenberg uit en heeft ook enkele tutorials op haar website beschikbaar gesteld.

Klik hier.

W/E adviseurs trots op bijdrage maatregelen circulair bouwen

De circulariteit in de gebouwde omgeving krijgt vorm. Dit blijkt uit de brief die minister Ollongren (BZK) afgelopen week naar de Kamer stuurde. W/E adviseurs is trots op haar bijdrage in wat er nu ligt en wat er gaat komen. W/E ziet dit als een mooi resultaat van de in 40 jaar opgebouwde expertise op het terrein van duurzaam bouwen.

Circulair bouwen is een van de onderdelen van het uitvoeringsprogramma Circulaire economie 2019-2023 (UPCE), schrijft Ollongren in haar Kamerbrief. Doel is te komen tot een volledige circulaire economie in de bouw in 2050. In de brief worden de voornemens op de drie hoofdlijnen van het circulair bouwen beleid van het ministerie van BZK geschetst:

Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Uniforme rekenmethode

Een belangrijke actie is de ontwikkeling van een uniforme methode voor het bepalen van de circulariteit van gebouwen.

David Anink van W/E heeft via zijn deelname aan het Actieteam ‘Meten van circulariteit’ van het Platform CB’23 inhoudelijk bijgedragen aan die uniforme meetmethode. Hij was daarbij één van de bepleiters van de MPG (Milieuprestatie Gebouwen) als meetinstrument voor circulariteit. Zo wordt gestimuleerd dat er met één, gedragen methode wordt gewerkt.

Om de MPG ook voor circulariteit te kunnen gebruiken is er een aanpassing van het MPG-systeem nodig. Daarvoor is de eerste stap intussen gezet.  W/E was hierbij betrokken en heeft zich onder andere ingezet voor de mogelijkheid om losmaakbaar toegepaste producten beter te kunnen waarderen. Bovendien start W/E dit najaar met een studie naar een manier om in de MPG meer recht te kunnen doen aan de circulaire strategie van levensduurverlenging.

ir. David Anink

Strengere MPG-eis

De tweede hoofdlijn in het beleid is aanscherping van de milieuprestatie-eis. Dit wordt alom als noodzakelijke trigger gezien om de MPG en daarmee circulariteit een serieuze plek te geven. BZK heeft een halvering van de MPG in 2030 als stip op de horizon genoemd, met daarbij een geleidelijke aanscherping te beginnen op 1 januari 2021.

In dit traject heeft W/E zowel de verkennende studie naar de haalbaarheid van MPG:0.5 in 2030 als de studie als basis voor de aanscherping 2021 uitgevoerd. Bij de laatste heeft W/E de MPG-niveaus van de komende nieuwbouw in beeld gebracht. Dit door 1200 gebouwen door te rekenen, waarbij het voldoen aan BENG en gasloos het uitgangspunt was. Gezien de steeds duidelijker blijkende interactie tussen energiemaatregelen en de milieuprestatie zijn in dit onderzoek ook  de opties voor een integrale benadering verkend.

Uitbreiding toepassingsgebied

De milieupresatie-eis moet breder toegepast worden, blijkt uit de derde hoofdlijn uit de brief van Ollongren. De minister wil de milieuprestatie-eis ook gaan gebruiken voor andere gebruiksfuncties dan wonen en kantoor. Daarnaast moet de methode geschikt worden om ook bij verbouw en transformatie op de milieuprestatie, en daarmee circulariteit, te kunnen sturen. W/E start binnenkort met een onderzoek, dat een breedgedragen aanpak moet opleveren.

Kortom, W/E helpt op meerdere fronten mee aan het landelijke circulair bouwen beleid. Natuurlijk benutten we deze expertise ook in de rechtstreekse contacten met markten. Via onze adviezen en door de kennis zo snel mogelijk in te bouwen in ons GPR-instrumentarium, zoals GPR Gebouw en de Circulariteitsprestatie gebouw (CPG).

Meer informatie

De Kamerbrief van minister Ollongren vindt u hier.

De rapporten waarnaar verwezen is in dit bericht vindt u op de pagina downloads van W/E:

  • Lexicon Circulair Bouwen van CB’23 vindt u hier.
  • Eindrapport Denktank MPG vindt u hier.
  • Eindrapport Onderzoek aanscherping MPG eis vindt u hier.

Wilt u meer weten? Neem contact op met senior adviseur David Anink.

 

 

W/E adviseurs viert jubileum met inspiratiesessie met gemeenten

Het 40-jarig jubileum van Stichting W/E Adviseurs werd in oktober gevierd, op gepaste wijze: met een inspiratiesessie voor gemeenten. Eerder werd al een sessie voor corporaties gehouden.

‘Elk gebouw is een milieudelict’

Deze uitspraak zou je niet verwachten van een directeur van een grote bouwonderneming. Toch is Onno Dwars,  CEO van Ballast Nedam Development, hier stellig in. Zijn bedrijf heeft de 17 Sustainable Development Goals van de VN omarmd en daar wordt veel werk van gemaakt. Dwars liet in zijn bevlogen presentatie zien waar het op uitdraait als we allemaal doorgaan als gewoonlijk. Zeker een laag gelegen land als Nederland is erg kwetsbaar voor klimaatverandering, dus moeten we voorop lopen in duurzaamheid. ‘Wij zien tot nu toe duurzaamheid als minder slecht handelen. Duurzaamheid begint pas bij nul-op-de-meter, het is geen einddoel. Het moet radicaler’. Die koers legt Ballast Nedam overigens geen windeieren. ‘Met duurzaamheid kun je geld verdienen. We maken meer omzet en verdienen meer’. De MPG wordt overigens wel een uitdaging, meent Dwars. Zeker voor hoogbouw wordt het moeilijk om volledige circulair te bouwen.

Onno Dwars

Levensverwachting heeft een relatie met de plek waar je woont

Onno Dwars hield ook een pleidooi voor gezonde woningen in een gezonde omgeving. Het is bekend dat mensen die bijvoorbeeld vlak bij een snelweg wonen korter leven door uitstoot van onder meer fijnstof. Maar ook andere factoren zijn van belang, zoals groenvoorzieningen, geluid etc. ‘In Amsterdam zijn de huizen veel duurder dan bijvoorbeeld in Zwolle, maar eigenlijk betaal je daar meer voor een vroege dood’. Schokkend was ook een infographic van de gemeente Utrecht, die liet zien dat het aantal gezonde levensjaren in een achterstandswijk als Overvecht 10 jaar lager ligt dan in de ‘goede’ wijk Utrecht Oost. ‘Bij de bouw willen wij dus zoveel mogelijk kijken naar gezonde woningen in een gezonde omgeving. Extra groen middelt zich per woning uit tot een verwaarloosbaar bedrag. Maar je hebt dan wél woningen waar  je misschien wel 5 jaar langer kunt leven.

De CEO had ook een boodschap voor W/E adviseurs én voor de gemeentevertegenwoordigers in de zaal. ‘Kijk anders naar je uitvraag. Een hoge GPR-score is een mooi uitgangspunt, maar koppel je ambitie ook aan ‘zachte’ factoren als huisartsenbezoek en criminaliteit. Voer je eigen kompas bij je duurzaamheidsadviezen. Wees niet bang dat de markt er nog niet aan toe is; die is al lang zover’.

‘Duurzaamheid als norm is geland. Nu is versnelling nodig’

John Mak, directeur/bestuurder, gaf een terug- en vooruitblik op 40 jaar Stichting W/E adviseurs. De eerste projecten na de oprichting in 1979 waren voor bewonersgroepen die te maken hadden met blokverwarmingsystemen die niet functioneerde. W/E adviseerde bewonersgroepen, stookkostencomités en woningbouwverenigingen hoe die problematiek structureel aan te pakken. Dat mondde uit in het Handboek Energiebesparing bij Blokverwarming en een multimediale campagne ‘Kijk U Rijk’, beide in opdracht van het toenmalige ministerie VROM.

In de jaren ’80 had W/E ook al een belangrijke rol in de eerste ecologische woningen in Nederland, in Goirle. Met een serre over twee verdiepingen, lage temperatuur wandverwarming, gevelcollectoren, lokale verwarming, natuurlijke ventilatie en milieuverantwoord materiaalgebruik. Bij gebiedsontwikkeling in Haarlemmermeer adviseerde we over zonnig verkavelen, met een zuinige wijk en landelijke publicaties over passieve zonne-energie als resultaat. Die wisselwerking tussen advies, onderzoek en kennisoverdracht is wat W/E bijzonder maakt.

Hoogtepunten in de jaren negentig waren E’novatie, Ecolonia en de Handleiding Duurzame Woningbouw, alle toonbeelden van kennisontwikkeling en -overdracht. E’novatie was een landelijke demonstratie van energiezuinig en comfortabel renoveren van naoorlogse woningen. Ecolonia was de eerste demonstratiewijk waar een scala aan technieken werden toegepast. De Handleiding Duurzame Woningbouw was halverwege de jaren negentig het beleidshulpmiddel om duurzaam bouwen in de praktijk te brengen. Het zette de gemoederen in beweging en was een opstap naar GPR en via Eco-Quantum naar de huidige MilieuPrestatie Gebouwen.

In 2004 startte een implementatietraject met GPR Gebouw als hulpmiddel voor het maken van afspraken over duurzaamheid met een brede thematiek. Achttien gemeenten en in hun kielzog ontwikkelaars, corporaties en architecten deden mee. De aanpak bleek zeer succesvol, zorgde voor draagvlak bij ontwikkelaars en was de opmaat van de invulling van milieu in het Bouwbesluit.

W/E ondersteunde organisaties met het opstellen van een visie op duurzaamheid, het inbedden in de organisatie en de stap van woorden naar daden. Uiteraard tal van gemeenten, maar ook corporaties en grote organisaties als ProRail en NS. Voor en met hen ontwikkelden we een Stationscan Duurzaamheid, een speciale versie van GPR. Op initiatief van en met de gemeenten Groningen en Tilburg ontwikkelden we GPR Stedenbouw, met corporaties en onderhoudsbedrijven GPR Onderhoud. Beide met als doel om voor die opgaven het maken van keuze met inzicht in duurzaamheid makkelijker te maken. Meten is weten.

‘Duurzaamheid is intussen geland in de bouwwereld’, constateerde Mak. ‘Nu is er een wel een serieuze versnelling nodig, als we de doelen op klimaat en circulariteit willen bereiken’. W/E doet dat onder meer voor gemeenten, corporaties en vastgoedbeleggers met routekaarten richting energieneutraal en circulair’. We blijven ons met en voor opdrachtgevers maximaal inzetten met onderzoek, advies en kennisoverdracht gericht op een gezonde en leefbare wereld.

John Mak, directeur/bestuurder bij Stichting W/E adviseurs gaf een terug- en vooruitblik op 40 jaar duurzaam bouwen. ‘Vanaf de jaren ’70 werd er al geëxperimenteerd met duurzaam bouwen, en later is duurzaam bouwen steeds belangrijker geworden. Net als kennisoverdracht. Samen met de gemeente Tilburg is W/E gestart met GPR, waarmee duurzaamheidsthema’s kunnen worden uitgedrukt in rapportcijfers, zodat bouwers én gemeenten het precies over hetzelfde hebben bij duurzaamheidsnormen. ‘Duurzaamheid is intussen geland in de bouwwereld’, constateerde Mak. ‘Nu is er een versnelling nodig. W/E doet dat onder meer met routekaarten richting energieneutraal’.

Leren van het verleden

John Mak was in de jaren ‘80 actief in de stadsvernieuwing in Rotterdam. De ervaring met de aanpak van de stadsvernieuwing is volgens hem leerzaam en bruikbaar bij de opgave van nu, de energie- en circulaire transitie. . Indertijd werkte hij in een stadsvernieuwingswijk om de belangen van de bewoners in te brengen. Dat gebeurde in een projectgroeporganisatie en in planteams. De projectgroeporganisatie betekende dat ambtenaren in de wijk gestationeerd waren, met korte lijntjes naar de bewonersorganisatie. Met deze aanpak is draagvlak bij bewoners gevonden voor renovatie en sloop/vernieuwbouw van tienduizenden woningen. Bij de energietransitie opgave zoeken gemeenten draagvlak bij bewoners, en dan zijn de lessen van de stadsvernieuwing uit de jaren 70 en 80 bruikbaar. Een uitgebreid verslag van dit onderdeel leest u hier.

Sneak preview GPR-Vastgoed

Als laatste kwam Pieter Nuiten van W/E adviseurs aan het woord over onze nieuwe software applicatie GPR Vastgoed. Dit pakket geeft de duurzaamheidsprestaties van gebouwen op de kaart weer. Daaraan kan veel openbare en specifieke informatie aan worden gekoppeld, zoals energieverbruiksgegevens, lucht- en geluidkwaliteit en leefbaarheid.

Ook de doorrekening die het PBL binnenkort beschikbaar stelt aan gemeenten kan worden ingevoerd in het systeem. GPR Vastgoed is daarmee een krachtig middel om zowel op strategisch als op operationeel niveau de juiste richting te bepalen voor de transitie in de wijken.

Interesse?

  • Werkt u bij een gemeente en heeft u ook interesse in deelname de volgende keer? Laat het ons weten! Mail naar Ruud van Vliet
  • Voor meer informatie over GPR Vastgoed kunt u contact opnemen met Pieter Nuiten . Hij is van harte bereid een demonstratie te geven bij uw gemeente en nader toe te lichten wat de waarde van GPR Vastgoed is voor u.